


http://www.rtl.nl/(/actueel/rtlnieuws/)/components/actueel/rtlnieuws/rtl_plus/slideshow_storm.xml
Donderdag
18 januari wordt Nederland ontwricht door een storm. De gemiddelde snelheden
halen nauwelijks windkracht 10, maar het Zuiden en midden van het land wordt
volledig lam gelegd. Ondanks het advies om binnen te blijven staat er om 17:30
430km file. Er zijn veel ongelukken met vrachtwagens; de truckers vertolken
Terminator neigingen door verder te stomen tot ze letterlijk niet meer verder
kunnen komen. De hoogste windsnelheid wordt gemeten op lichteiland Goeree:
146km/u. Eelde komt tot 112km/u. Een indrukwekkende hoeveelheid foto’s komt in
een mum van tijd op nu.nl te staan, ten tijde dat de storm in het Westen al
vollop aan de gang was, en het Oosten nog verschoont was van iets dat op harde
wind leek. Even leek Nederland uit meerdere tijdzones te bestaan. Schade wordt
geschat op 160 tot 200 miljoen. “Het is deel van de economie”

Amsterdam,
januari 2007
Het
Centraal station van Amsterdam is een lugubere plek geworden. De perrons zijn
leeg en er is geen trein te bekennen. Uit het dak komt een krakend geluid en
glas dondert naar beneden. Het slaat in stukken uiteen op de rails. In de verte
rijdt een aanhangwagen het perron af, zonder dat er iemand in de buurt is.
Beaufort gromt rondom CS en ik moet hier weg.
Voor
het station staan drommen mensen te vechten voor een taxi. De chauffeurs hebben
hun auto nog niet stil gezet of van twee kanten worden de portiers opengerukt.
Schiphol, Utrecht en nog verder zijn gewilde bestemmingen. Stadswachten letten
op of ze wel op de meter rijden en geen korte ritjes weigeren. Een oudere vrouw
wil slechts naar Osdorp, een kwartiertje rijden. Het lukt haar nauwelijks om
haar koffer op wieltjes bij haar te houden. Als de stadswachten even niet
kijken, zegt de chauffeur weifelend „Osdorp, Osdorp”. Hij kijkt naar zijn
collega’s. Willen zij niet naar Osdorp? Nee. „Oké, veertig euro”, zegt hij
uiteindelijk. De vrouw twijfelt, maar stapt toch in. „Hoe komt het dat je nu al
weet dat het veertig euro is?” probeert ze nog. Maar de chauffeur zegt: „Dat
leg ik u zó uit”, en klapt de deur dicht.


Assen,
januari 2007
De
regen vliegt horizontaal door de lucht en de wind is hoorbaar, dwars door de
dikke muren van mijn kantoor. Het water spat zo hard tegen het raam dat het op hagel
lijkt. Je kunt buiten niets meer zien. De algemeen directeur drukt ons op hart
dat we voor het donker thuis moeten zijn. Het is het mondelinge Algemeen Fonds
kaartje dat je de gevangenis mag verlaten zonder te betalen. Binnen een
kwartier staat er een file richting de A28.


Groningen,
januari 2007
Donderdagavond
word ik door Vriend Wind naar de Sportief 90 geblazen. Ondanks het weeralarm
van Rijkswaterstaat vind ik niet dat mijn training er onder moet lijden. Ik
mijd het Noorderplantsoen. De wind klinkt angstaanjagender in het donker. Ik
kom veilig aan bij de sportschool, maar een meisje dat nog geen 15 minuten na
mijn binnenkomt is bijna onder een boom gekomen op het Zuiderdiep.
Zuidhorn,
januari 2007
Mijn
voorhoofd wordt gegezeld door de koude regen. De combinatie van de wind en
regen maakt het onaangenaam. Je krijgt er bijna hoofdpijn van. Maar een remedie
is er niet: het is wachten tot de weg een bocht maakt. De Hoendiep westzijde
bij Zuidhorn is 4,5km lang en het is één rechte lijn richting hel. De wind is
schuin van voren en we dolen over de weg. Door de windvlagen van boven de
80km/u maken onze fietsen een hoek van zo’n 30 graden met het wegdek: een
wielerbaan die plat gelegd is. Mijn teller geeft 17km/u aan en ik kan niet
harder. Als 4 verdwaalde soldaten strijden we tegen een overmachtige vijand.
Verzet is eigenlijk zinloos. Deze slag bij Zuidhorn kunnen we niet winnen. Toch
zijn we al 20 kilometer stapvoets op weg. Maar door de keiharde elementen lijkt
het landschap al sinds het vertrek niet meer veranderd. Het is grauw, kleurloos
en het enige geluid wat je kunt horen is het gebrul van wind en wapperende
regenjackjes. Je reinste queeste is het, die wij, als vier kleine hobbits in al
onze stompzinnigheid, in onze ontwetendheid in onze schoot geworpen hebben
gekregen. Langs de weg komen we slechts ogen tegen die onbegrip spuwen. Dat de
jeugd van tegenwoordig het voor elkaar heeft gekregen om zich te ontdoen van de
Nintendo is onverwacht en bejubbelenswaardig, maar dit lijkt meer op een doodswens.
Het enige voetvolk dat we ontmoeten bezigt zich de andere kant op: ontspannend
voortbewegend, gebruik makend van de elementen. Ons dwaalspoor leidt langs het
Van Starkenborghkanaal. De stroomgolven zijn hevig en kleuren wit. Het kan niet
lang meer duren tot een elf de stroom omtovert tot een hoog opstuwende
watermassa die ons onder luid gebrul zal bedelven. Donkere krachten zullen ons
te grazen nemen. Wat dachten wij hiermee te bereiken? Wat dachten wij ons in
ons hoofd gehaald te hebben? Een trainingsvoorsprong op te bouwen, om zo eerder
klaar te zijn voor de wedstrijden?
Tja,
hoe ver zijn we eigenlijk? Het is dan januari, maar wat trapten onze helden nu
eigenlijk weg in die storm. Om de minder wiskundigen onder ons niet voor het
hoofd te stoten en in deze queeste rechtsomkeer te laten maken, heb ik het
wiskundige gedeelte weggelaten.
Wat
leert ons het invullen van de getalletjes?
Pwielrenner
& fiets = 604W.

Kortom,
met een flinke windkracht 7, neigend naar 8, heb ik me daar ongans gefietst à
raison van 604W om 17km/u te fietsen. Als ik had geweten dat ik mits volledig
afgetraind en een Cervélo P3 gezadeld hetzelfde had gedaan à 200W, was ik
omgekeerd. Het was tenslotte een D1-training.
Guus,
Hylke, Okke, petje af.
N.B.!!
Het wiskundige gedeelte is echter wel na te lezen in de volgende hoofdstukken.
Ook is er een excel programma te downloaden waarmee U alles met eigen
parameters kunt invullen)
