In search of Cycletrend

 

Het is 5:45am als mijn hotelwekker me wakker brult met een uit de dood opgestane Britney. De ontvangst is barslecht en ik blijf op knoppen rammen tot de feeks ophoudt met kreisen. Maar wakker ben ik wel. Het eerste ochtendlicht gluurt langs mijn gordijnen. Mensen, mensen, wat een tijdstip om in het weekend op te staan voor een fietstochtje. Maar er zit niets anders op, omdat na 10:00 de hitte je levend opeet, laat staan je nog kunt genieten van rustig gepeddel. Ik heis me in mijn fietskleding en begeef me naar het verzamelpunt.

Er is zo’n 15 man afgekomen op deze ochtendtraining. De meesten op een carbonnen Bianchi, en in ‘elite racing bikes’ kleding. Een enkeling pronkt met Zipp-808 wielen. Zeer gesoigneerd allemaal. Dat moois moet allemaal in Perth te krijgen zijn, bij de Cycletrend van Perth. Maar waar? Als ‘kings of the road’ flaneren we door het zakencentrum van Perth. De weg is letterlijk van ons, en van de tientallen andere wielrenners. Voor de rest is er niets wat zich op dit krankzinnige tijdstip op straat begeeft. De bussen rijden nog niet en de Ozzie ligt zijn binge drink-roes uit te slapen. De route leidt ons langs Perth’s skyline en Subiaco, het oudere gedeelte van Perth, naar King’s Park. Een monumentaal park met toornhoge bomen en een Ardennen aandoend parkoers. Tien kilometer lang golven we onder het serene bladerdak door. Aan de voet van elke boom preikt een in-memoriam tegeltje van een omgekomen soldaat. Belgie, Frankrijk, Maleisie, Papau Nieuw Guinea, Timor; er zijn veel Ozzies die heel ver van huis hun laatste adem hebben gelaten. De bossen maken langzaam plaats voor parken voordat we bij Reabold Hill aankomen, de eerste beklimming van de dag. De grote plaat gaat erop en we rammen naar de top, waar kennelijk maar één cadeautje te verdienen is. Mijn hart wil maar al te graag mijn keel verlaten en ik proef dat enkele longblaasjes het hebben begeven. Het lichaam begint te beseffen dat de winter dit jaar veel eerder is afgelopen, maar vloekt hardgrondig en stribbelt tegen. Hier is het nog helemaal niet klaar voor.

Op adem komend trappen we bergafwaarts naar de kust. Aan zee worden we getracteerd op een ferme kustwind. Roeleren is er niet bij, en ik merk dat ik de kop krijg opgedrongen. Een enkeling verraadt met vroeg geschakel dat de 2de sprint niet ver meer is. Omdat ik me al bijvoorbaad kansloos acht met zoveel tegenwind, draai ik de gaskraan volledig open. De sprinters denderen over me heen, om direct daarna stil te vallen door de wind. We proberen zoveel mogelijk onze pose te behouden: we hebben tenslotte allemaal maar zo’n 80% gegeven nietwaar? In de verte glinsteren de hijskranen van de haven, waar tankers langzaam binnenvaren. Aan de horizon lijken enorme containerschepen stil te staan op de open zee. Op zo’n containerschip moet mijn verhuiscontainer staan. Met daarin mijn P3. Verdorie, ik wil mijn P3.

We draaien terug richting de stad, en met de wind in de rug schiet het tempo omhoog. De sprints lijken elkaar in hoog tempo op te volgen, het kleine blad wordt nauwelijks meer gebruikt hoewel de heuvels er soms toch echt om vragen. We vliegen langs Swan river, de enorme rivier waaromheen Perth is gebouwd. Op het water klettert een vroege surfer over het water. Met het zakencentrum weer in zicht gaat bij iedereen de grote molen erop, wordt er gerouleerd en is het nu alle hens aan dek om te kunnen blijven volgen. Auto’s passeren ons niet meer en we houden ons maar ternauwenood aan de toegestane 60km/u. Als het eerste stoplicht in zicht komt stokt het ritme en vliegen de sprinters als aasgieren op hun prooi af. Maar ook hier is er maar één bot te verdelen. In de stad zijn de eerste mensen ontwaakt. De caféetjes serveren dagjesmensen een ontbijt: toast, of een muffin, maar vooral koffie. En geen gewone koffie: alle Italiaanse registers worden opgetrokken om de Ozzie met een speciaal gevoel het weekend te laten beginnen. Dat geldt ook voor ons, en we laten ons de latte, macchiato, of mocca welgevallen in de ochtendzon.

Na het koffieintermezzo gaat de tocht gezamelijk verder naar een fietsenzaak, waar één van de renners de scepter zwaait. Naast de Bianchi en BMC frames ook Zipp wielen, iets wat mijn hart wel sneller doet slaan. Met twee handen probeer ik onrustige dollars terug te duwen in mijn achterzak. Als kleine kinderen voor de deur van het klaslokaal staan ze te popelen om eruit te mogen. Wel wel, na een prachtige scenic tour word ik zonder het te beseffen in de schoot geworpen van mijn nieuwe Cycletrend.