Suske en Wiske en de snelle schim


Een verslag van Champions Lake tijdrit, 13 Januari, Champion Lakes

 

Wat moet je als je lichaam zegt dat het winter is, je nog geen tijdritfiets tot je beschikking hebt maar er wel een tijdrit op het programma staat? Er maar gewoon een intervaltraining van maken.

Te laat vertrokken uit Perth, de locatie verder dan gedacht, laat me maar net op tijd aankomen bij Champion Lakes. Ik ben samen met Florentin Jaeger opgefietst. Florentin, een Duitse backpacker, heeft talent. Hij rijdt hier op een stalen tigste-hands racefiets van een kilootje of 12 rond, maar hem er echt afrijden lukt me alleen op snelheid of bergop. De ATTA (Australian Time trial association) heeft een prachtige locatie uitgekozen. Het asfalt is glad, het rondje van 5km om de roeibaan is afgezet en er waait een wind om U tegen te zeggen. Aan de overkant zie ik tijdritframes op brommersnelheid voorbij vliegen, vlak voor me komen gezichten vol grimassen voorbij. Schitterend voer voor de fotografen.

Ik heb nog 10 minuten om me klaar te maken. Andere rugnummers, andere transponders, ander soort start, alles is hier anders. En toch voelt het heel erg vertrouwd. Dezelfde ongedwongen sfeer als de Snits tijdritjes. Geen grote ego’s, iedereen afgesloten van de wereld, verscholen in zijn of haar cocon in het bezit van het prachtigste materiaal. De lucht ademt respect en gelijkwaardigheid.  Superatleten op Cervélo’s en BMC’s mengen zich in dezelfde competitie als 60-jarige op een stalen racefiets, zonder opzetstuur. Er is zelfs een tijdcorrectie, die de einduitslag rechtvaardiger moet laten zijn. 

Hoewel het resultaat me niets kan schelen voel ik de welbekende stress. Ik giet een gelletje naar binnen. “You don’t need that, it’s just 15k!”, lacht een mevrouw me toe. Het is de eerste suiker die het lichaam proeft sinds de lunch. Waar begin ik aan? Alle opgebouwde ervaring wordt in één keer overboord gegooid. Om 18:47 word ik afgeschoten, terwijl ik nog op het kleine blad sta. “Lekker, de eerste seconden al weggegeven”.

Nog geen 10 seconden na de start komt me een renner voorbij, met het welbekende zoemend geluid van het discwiel, maar met een duizelingwekkende snelheid. Ik probeer op snelheid te komen maar ik zie de schim steeds verder voor me wegrijden. Het lijkt wel alsof ik al trappend, stil sta, in het luchtledige trap. De kans wordt me gelukkig ontnomen om er nog langer bij stil te staan: de wind waait me bijna van mijn fiets en ik heb alle moeite om mijn stuur recht te houden. Ik hark richting de eerste heuvel, wel zo’n 4 hele hoogtemeters, en zie 35 op mijn teller staan.

Vijf-en-dertig, het moet niet gekker worden. Een bochtige sectie noopt me om het stuur vast te houden in plaats van enigszins aero over mijn stuur te hangen. Ik draai mee met het parkoers en voel de wind in de rug. Ik schakel op en de snelheid racet richting de 55. Het moet een genot zijn om hier met een P3 te kunnen rijden. Het is hoog tijd dat mijn spullen arriveren. Ik stamp richting finish waar de volgende 4 hoogtemeters met staan te wachten. Over de finish klapt de wind me weer in mijn gezicht. Jonge, jonge, nog 2 hele ronden. Ik focus me op andere deelnemers en krijg wat prooien in het vizier. Halverwege passeer ik Jesse, die me toeschreeuwt. Op de weg terug maak ik weer snelheid, maar het blijft een harkende ervaring. Mijn gezicht staat strak van de dehydratatie. Ik heb veel te weinig gedronken op de weg hier naar toe en mijn gezicht verandert langzaam in een zoutpan. Op het laatste rechte stuk probeer ik nog een keer snelheid te maken, te compenseren voor de schamele 33 die ik tegen de wind in kon voortbrengen. Nee, dit was geen mooi schouwspel. Maar voor een eerste interval training zeker niet slecht.

De schim die me passeerde is Matt Illingworth, oud Commonwealth kampioen en raffelt de 15km af in 18:51, terwijl mijn teller stil staat op 21:41. Het is duidelijk dat een P3 me sneller zal laten zijn maar 3 minuten: dat is wel heel erg veel. Brad Hall wordt tweede op meer dan een minuut. Dit is andere koek dan een doorsnee Snits tijdritje.