Best-dressed without memory

 

 

Ik kijk richting de gebouwen aan de horizon. Anders dan dat ik weet dat het flats zijn doen ze me niets. Waar is dat? Een antwoord heb ik niet.

“Ik weet niet waar ik ben”

Ik tuur naar de zee, op de horizon varen grote boten. Geen spoor van land. Waar ben ik?

“Ik weet niet eens in welk land ik ben”, moet ik met ongeloof bekennen.

 

De kitesurf-les wordt stil gelegd. We zitten op het strand. Ik herken Monique en Yuri. Het anderen meisje kan ik me niet herinneren. Maar het zijn genoeg aanknopingspunten om niet in paniek te raken.

“Volgens mij ben ik hier voor mijn 2de posting, maar hoe ik hier gekomen ben, of hoe ik gesolliciteerd heb weet ik gewoon niet!” Ik weet niet eens wie mijn baas is,of waar ik woon.

Ik ben echt alles kwijt wat ik de laatste tijd aan herinnering heb opgebouwd. Het voelt alsof ik meer dan op vakantie ben. Ik kan mensen in Nederland herinneren, ik weet wie ik zelf ben en kan me het meisje herinneren dat mijn bankrekening heeft aangemaakt, maar hoe en wanneer ik hier terecht ben gekomen is me een raadsel. Mijn hersens graven, rennen rondjes in mijn hersenpan maar er komt niets. Ook geen paniek, eerder gelatenheid.

 

Eelco in de weer met zijn kite

 

Monique (l) en Yuri (r)

 

Patricia (l) en ik (r)

 

Het is een mooi beeld: de zee, de intensblauwe kleur, de witte zand, en wat boten aan de horizon. Op de pier staan was vissers. Links en rechts van de pier zie ik wat kites in de lucht. Er staan een flinke wind, windkracht 5, maar met het mooie weer is dat alleen maar prettig. Verder is het noodzakelijk voor kitesurfen. Binnen een uur hebben we allemaal, Monique, Yuri en Patricia en ik, de kite in de lucht gehad. Het is redelijk makkelijk, zeker als je wat surf- of vliegerervaring hebt. Het is een kwestie van licht sturen, en accepteren dat de kite iets later reageert op je stuurbeweging. De les gaat verder in groepjes van twee, waarbij je buddy je vanachter aan de riem van je veiligheidsriem vasthoudt. Je hebt dan iets meer stabiliteit, iets meer zekerheid. Maar als er veel wind in de kite komt heb je aan de buddy niets meer. Tijdens de eerste lessen moet je dan maar één ding doen: los laten, alles los laten. Patricia, een vriendin van Yuri die aan het rondreizen is, heeft wat moeite met de besturing. Ze heeft nog niet door wanneer ze naar links en rechts moet sturen. Ik stuur bij, en terwijl ik haar vast heb, stuur ik haar vlieger naar links en rechts. Alsof ik het al tijden doe en hier de leraar ben. Ik krijg de kite zelfs uit het water en terug de lucht in. Ik wissel met Patricia en stuur de kite op en neer. Hij staat keurig hoog boven me. De wind is wat vlagerig, soms valt de wind weg uit de kite en komen de lijnen slap te hangen. Dat is niet erg, maar het kost iets meer moeite om hem te besturen. De remedie is even wachten tot de wind er weer onder komt.

 

Vanaf dit moment ben ik de chronologie kwijt. Maar de kite moet op één of andere manier gedaald zijn. Dat gebeurt altijd aan de rand van het windvenster, dus er staan weinig wind en kracht op. Door wat te sturen komt de kite dan weer omhoog. Waarschijnlijk stuur ik te snel en vliegt de kite naar voren in plaats van naar boven. Hierdoor vangt de kite de volle wind en kan ik de kite met geen mogelijkheid tegenhouden. Ik word ik een split-seconde naar voren gerukt. De surf-boy in mij trekt de bar naar me toe, iets wat je op een surfplank ook doet als je volle wind vangt. Als de wind toch te hard is, laat je gewoon de giek los. Nu gaat het zo snel dat naar je toe trekken al funest is. Alsof er een rukwind ineens in je surfzeil geblazen wordt: je zult met zeil en al naar vorenklappen. Omdat ik de bar naar me trek komt er nog meer spanning op de kite te staan en vlieg ik naar voren en word in het zand gezwakt.

 

Ik voel water, zie zand op mijn benen. Shit, mijn fototoestel! Zou het nog werken? Ik probeer op te staan, maar blijf op mijn knieen zitten. Even is het zwart voor m’n ogen. Van opstaan is geen sprake. Ik kijk om me heen en probeer te destilleren hoe ver ik ‘gevlogen’ heb. Waar stond ik? Ik zie een aantal cirkels in het zand staan, maar weet niet waar ik gestaan heb. Het volgende moment sta ik weer met de kite in de lucht. Kennelijk vind Wouter, de leraar, het beter om direct door te gaan: het is de beste manier om de angst eruit te krijgen. Met wielrennen doe je hetzelfde: direct weer op de fiets, niet nadenken over wat er allemaal gebeurt kon zijn. De angst ebt dan het snelst weg. Daarnaast heb ik waarschijnlijk zelf aangegeven dat het wel goed gaat. Ik zie alles, voel geen rare pijntjes.

Maar dat was de adrenaline die haar werk deed. Het volgende moment zit ik weer op het zand. De kite is uit lucht en de rest zit om me heen.

“Ik weet niet waar ik ben”

 

In het volgende halve uur komt de ene herinnering na de andere terug. Waar mijn hotel is, hoe ik hier gekomen ben, wanneer, welke dag het is. En dat ik in Perth ben. Het langst duurt de exacte reden waarom ik hier ben: hoe ik de baan toegewezen heb gekregen? Hoe heb ik hierop gesolliciteerd? We besluiten toch om naar het ziekenhuis te gaan. Dit is puur geheugenverlies en niemand heeft een idee wat daarna kan gebeuren. Even maken ik me zorgen omdat ik nog geen ziektekostenverzekering heb afgesloten: ik zit nog niet in het Shell systeem. Maar dan blijkt eerste hulp gratis. Sterker nog, Nederland heeft een bi-lateraal verdrag met Australie en de Nederlandse Staat draait op voor de kosten.

Bij het ziekenhuis gaat het redelijk snel, maar toch voel ik me wat geneerd dat er nu 4 mensen voor mij aan het wachten zijn. Wouter is meegegaan om zeker te zijn dat het allemaal goed is. Zoiets had hij nog nooit meegemaakt. Het is een voordeel om surf-ervaring te hebben omwille van het windgevoel, maar in de nood-situatie is het groot nadeel: de automatische reactie is tegensteld. De arts ziet dat het goed is. Het toeval wil dat hij Wouter kent. Sterker, hij gaat morgen bij hem zijn 2de kite les krijgen... Ik krijg een papiertje mee met sysmptomen waar ik op moet letten de komende 24uur. Geen alcohol, en 3 weken geen contactsport. Daat laatste was ik toch al niet van plan, maar dat eerste: vanavond staat het SDA kerstfeest op het programma. We hebben vanmorgen mooie suites gehuurd om er zo Disco/80er-jaren uit te zien. Een biertje helpt wel om je wat comfortabeler te voelen op hoge haken en een quasi-Darkness-Disco suite.

Thuisgekomen hijs ik me in mijn feestkleding. Ondertussen check ik of ik me echt wel goed voel. Behalve een gevoelige heup en een gekneusde duim voel ik me goed. Voor de spiegel doe ik mijn bakkebaarden en snor op. Is dit niet compleet over-the-top? Ik kan ook níet gaan: ik heb immers een enorm goed en valide excuus om thuis te blijven. Ik zie op om langs de receptie te moeten in deze outfit. Eenmaal op straat herkent toch niemand je meer. En met een zonnebril op ziet niemand waar jij naar kijkt. Karina, de receptioniste vind het geweldig.

 

Wandeling op hakken richting het Taylor Reserve

 

Mijn god, wat lopen die hakken ongemakkelijk. Snel lopen is er al helemaal niet bij. En je moet echt je voeten optillen om niet met je hak over de grond te schuren. Wat moeten dames op hakken afzien! Je moet het echt belangrijk vinden om jezelf mooi te vinden om dit vol te kunnen houden, want vrij bewegen is er niet bij. Opeens lijken 3 kilometer heel ver weg. Hoewel Australiers kennelijk bekend staan om elk excuus aan te grijpen om zich te verkleden en er nota bene in het gebouw naast mijn hotel een gala-feest aan de gang is krijg ik werkelijk van iedere voorbijganger bekijks. Of mensen kijken heel even en, omdat de zonnebril niet weggeeft waar ik naar kijk, kijken ze snel weer weg. Mannen pakken onbewust een stang van de kinderwagen vast. In Langley park staat een concert op het punt van beginnen. De mensen dichtbij de omheining lachen vrolijk naar deze 2,10m lange Disco-outfit. Musici, in afwachting van het begin, hebben even een vermakelijke afleiding. Als tot me doordringt dat iedereen het wel mooi vind, loop ik zelfverzekerd door naar het feest, waar het diner waarschijnlijk al afgelopen is.

Bij de ingang van de immense tent kijken mensen op, “now thát is well done, mate”. Ik vraag of er iemand van de organisatie rondloopt. Maar ze lopen overal en nergens. Dat wordt dus zelf naar binnen gaan en hopen dat Monique, Yuri of Eelco er al zijn. Of iemand van Exploratie. De zonnebril  en de snor verbergen mijn onzekerheid. Ik loop langs de ronde tafels, waar zo’n 150 mensen ziten, op zoek naar een bekend gezicht. Opeens zie ik ze. Mijn voeten voelen al afgeleefd en ben blij dat ik kan zitten.

Dorien, hoofd van Development, komt naar me toe en vraagt hoe het met me is. Ze regelt instantaan een bord eten voor me. Naast het feit dat ze aan het hoofd staat van Development en uiteindelijk ook een baas van mij is, heeft ze in haar familie ook een kite-surf crash meegemaakt, waarbij iemand zijn rug gebroken heeft. Stel je voor: net in dienst bij SDA, waar uiteraard veiligheid ook op 1 staat, krijg je een echt ongeluk. En dat terwijl ik zelf ook op de veiligheid gebrand ben. Maar ondanks alle veiligheidmaatregelen kan een ongeluk gewoon gebeuren. Ze drukt me op mijn hart dat ik moet beloven dat ik me vannacht om de zoveel uur laat wakker bellen: je mag niet alleen slapen in het geval van hoofdwonden.

 

 

 

De band is ongelofelijk goed. En de zonnebril en snor doen de rest: niemand kent me hier, dus ik kan helemaal los. Zelfs de alcohol is niet nodig. “We gaan prijzen uitdelen voor de best geklede dame en heer, dus kom naar voren en dans mee!” Ik sta in een hoek van de dansvloer, zodat ik niemand in de weg zit met mijn grote bewegingen. Maar ik heb de bandleden al zien wijzen. Nog geen half uur later sta ik op het podium om met Yuri mijn hakken te laten zien: alle mannen met hakken moeten het podium op. Yuri en ik hadden in de kledingzaak maar één keus. Alle andere schoenen waren te klein. Dus lopen we beiden op dezelfde roze hakken, die ons 10cm groter maken. Yuri krijgt een cimbaal in zijn hand gedrukt ik een ei met zand erin, en even zijn we de achtergrondzangers die het ritme moeten volgen. Een half uur later sta ik nog een keer op het podium om als best-dressed male mee te spelen in een nummer vol met typische Dicso-bewegingen. Ik mag volgende week een wijn-pakket ophalen in een speciale wijnwinkel.

De rest van de avond dans ik me helemaal leeg. De baas van SDA komt naar me toe en complimenteerd me met zijn schoenen. Hij ziet er uit als personificatie van Austin Powers. Ik kan me hem niet voorstellen als de baas. Dit zou Roelf Venhuizen nooit doen. Ik drink 4 liter water, want heet is het wel, en kijk om me heen hoe iedereen dronken wordt. Nee, alcohol is echt niet nodig. Als klap op de vuurpijl kom ik nog een wat oudere wielrenner tegen die me kan vertellen wanneer ik naar de Speeddome moet gaan. Als mensen horen dat het NK heb gereden, kijken ze me alleen maar aan: Wie ís dat?

 

 

“Nou, je hebt wel je visitekaartje afgegeven zeg”, zegt Monique. Ik kan dat alleen maar beamen. Wat een dag, ben er bedust van. En wat een enerverende week, met ups en downs. Het verschil met Assen kan niet groter. Te meer ik de hele avond als Mister 80’s heb staan dansen, iets wat ik de afgelopen 4 jaar niet gedaan heb.

“Nobody likes hiphop!” “How old can young people be?”, vraagt een dame op leeftijd in hippie-uitvoering voor me in de bus aan mij. Ze is dronken en praat heel hard. Ze probeert de mensen in de bus te bewegen om te zingen met Leyton Hewittiaanse ‘C’mon, c’mon!’ Maar de mensen in de bus willen niet. Haar man naast haar probeert haar iets af te remmen, en drukt haar in haar stoel als ze zingend staat te springen terwijl het stoplicht op groen springt. Michael, een jongen van IT, die ook net begonnen is, vraagt of ik mee ga naar de nightclub, ‘with titties an’ all’. Hij is stomdronken, maar vrolijk. Hij heeft een enorme bloem bij zich. Ik zou eens moeten weten hoeveel moeite dat gekost heeft om die te krijgen. Hij zal ‘m, denk ik, aan een dan de paaldanseressen geven. Ik zeg dat ik naar bed moet want ik heb vandaag geheugenverlies opgelopen. Hij kijkt me wazig aan: de boodschap komt niet aan. Terwijl ik het uitleg klinkt het ook te debiel voor woorden.

 

 

 

Bij het hotel is het gala-feest ook afgelopen. “I like your shoes mate”, hoor ik mensen zeggen. “Thanks mate”, lach ik terug. Bij de receptie probeer ik zo serieus mogelijk uit te leggen dat ik om 5:00 een wake-up call will hebben en dat ik echt op moet nemen. Ik heb namelijk geheugenverlies opgelopen en een wake-up check is dan één van de eisen. De man kijkt me aan. Voor hem ziet hij een man van 2,10m met opgeplakte bakkebaarden in een Darkness outfit, die om 5:00 wakkergemaakt wil worden, gewoon ter controle, omdat hij geheugenverlies heeft opgelopen.

Logisch dat hij er moeite mee heeft. “I see what I can do sir”, antwoordt hij beleefd.