The Palermo Connection

 

Nun sacciu, nun vidi, nun ceru e si ceru durmiv

I know nothing, I didn't see anything, I wasn't there, and if I was there, I was asleep.

 

 

 

Het is stil in Palermo.

 

Om 8:00 op zondag ligt de stad met de dubieze eerste indruk nog te slapen. Vanuit een hotel op de klif van Monreale kijk ik het dal van de Fiume Oreto in. Onwillekeurig dwaalt je gedachte richting die dubieuze eerste indruk. Na een tijd van voorspoed en rijkdom in de 18de eeuw, ging het mis in de 19de eeuw. Na een eerste speldenprik in 1820 met de opstand van de Carbonari, een liberaal-nationalistisch genootschap dat na de Restauratie van 1815 in Italië was onstaan, verspreidde in 1848 een opstand zich vanuit Palermo razendsnel over het eiland. Het uiteindelijke resultaat was een zelfstandig Sicilië, losgerukt van de Bourbons, wat een jaar later weer werd ingenomen door de Napolitaanse troepen. In 1860 volgde een nieuwe opstand tegen de Bourbons, die Giuseppe Garibaldi aangreep om weer eens een oorlog te ontketenen: hij had er immers al oorlogen tegen Oostenrijk, de Franse verdedigers van de Kerkelijke Staat en vrijheidsstrijden in Zuid-Amerika tegen de Spanjaarden opzitten. Hij versloeg met een kleine legermacht (de ‘duizend roodhemden’) het veel grotere en machtiger geachte Bourbonse leger. Omwille van de Italiaande eenheid stemde Garibaldi, na een korte alleenheerschappij, in met  aansluiting bij de rest van Italië, onder koning Vittorio Emanuele II. Initiatiefnemer van dit Risorgimento was de eerste minister Camillo Benso di Carvour. Hij was sterk beïnvloed door de ideeen van de Franse revolutie en door de eeuwenlange buitenlandse overheersing.

Op Sicilië werkte de eenwording echter anders uit. Het creëerde een machtsvacuum waar de Sicilianen op hun manier mee om sprongen. Sicilianen waren zeer sceptisch geworden voor, en verwreemd geworen van openbaar gezag na eeuwnlange overheersing. Lokale potentaten gebruikte dit om hun macht te vergroten. Samen met de opzichters van grootgrondbezitters vormen zij de grondleggers van de maffia (La Cosa Nostra, onze zaak: het verwoordt de scepsis volledig) in deze roerige tijden. Door de vervreemding van het openbar gezag werden de netwerkjes, buiten de officiele regels om, steeds belangrijker.

“You do something for me, I do something for you”,

“Voor wat, hoort wat”.

In de tachtig jaar die volgde groeide de mafia uit tot een organsatie die heel Sicilie in haar greep kreeg. In 1924 vond Musselini het wel welletjes en stuurde ‘de ijzeren prefect’ Cesare Mori met speciale volmachten naar het eiland. Het lukte hem aardig om de macht van de maffia in te dammen, totdat de Amerikanen zich rond 1943 in Italië met de tweede wereldoorlog begonnen te bemoeien.

De Amerikanen sloten een deal met peetvader Lucky Luciano, legendarisch in New York. Luciano had nog goede contacten in zijn geboorteland en deze contacten werden gebruikt tijdens de invasie van de Amerikanen in Italië in 1943. Na de Tweede Wereldoorlog floreerde La Cosa Nostra in de steden waar ‘mannen van eer’ zich bezig hielden met ontroerend goed, smokkel en handel in wapens en verdovende middelen. De Corleonesi, uit het Palermitaanse provinciestadje Corleone, waren uit op alleenheerschappij, met kopstukken als Boss Luciano Leggio en zijn rechterhand Salvatore ‘Totò’ Riina. Twee keer was er sprake van een maffiaoorlog waar veel onderlinge slachtoffers vielen. Maar ook maffiabestrijders als Piersanti Mattarell (1980), Carlo Dalla Chiesa (1982) waren doelwit.

Intussen waren Giovanni Falcone en Paolo Borsellino benoemd als maffiarechter. Zij hadden de onmogelijke taak om schoon schip te maken met de maffia. Eerste keerpunt kwam in 1984. Ze kregen onverwachte steun van peetvader Tomasso Buscetta die de omertà (de zwijgplicht) verbrak en zeer waardevolle informatie verschafte omdat hij twee zoons verloor in de maffiaoorlog. Falcone en Borsellino konden mede daardoor een 8607 pagina’s tellende aanklacht opstellen. Honderden maffiosi werden veroordeeld. Maar na dit proces werd de strijd op duistere wijze plotseling tegengewerkt. De maffia had op zeer hoog niveau goede contacten zitten.

In 1992 kwam de tweede ommekeer: Na Salvatore Lima, oud-burgemeester van Palermo die kritiek geuit had op de maffia waar hij goede banden mee onderhield, werd ook Falcone vermoord op het drukste stukje snelweg tussen Palermo en het internationale vliegveld. Zonder dat iemand het ‘in de gaten had’ gehad was het de maffia gelukt om vijfhonderd kilo springstof in het wegdek aan te brengen. Toen ook enkele maanden later rechter Borsellino van kant werd gemaakt was de maat vol: De Italiaanse regering stuurde 7000 soldaten naar het eiland zodat de plaatselijke politie zich kon concentreren op het opsporingswerk. Plotseling konden maatregelen waar Falcone en Borsellino al jaren om hadden gevraagd binnen enkele weken geïmplementeerd worden. De decennia lange loyaliteit was met de moord op de twee rechters zienderogen aan het afbrokkelen. Tientallen maffiosi volgenden het voorbeeld van Buscetta en gaven er de brui aan.

In 1993 werd Riina, opgeklommen tot capo di tutti i capi (baas der bazen), opgepakt: hij was 23 jaar voortvluchtig geweest. Een storm van geruchten deed de ronde dat hij jarenlang de bescherming genoot van niet minder dan ex-premier Andreotti, die in 1999 werd berecht voor onder andere zijn banden met de maffia. Ook Bettino Craxi, bekendste leider van de Partito Comunista (PCI), later opgegaan in Partito Democratica della Sinistra (PDS), wordt berecht voor wijdvertakte corruptie, netwerken en vriendjespolitiek, smeergeldaffaires en banden met de maffia.

 

Het politieke gevolg is dat de partij van Andreotti, de Democracia Cristiana (DC) en de partij waarmee het sinds 1945 vrijwel onafgebroken regeert, de Partito Socialista Italiano (PSI) (als cordon sanitaire avant la lettre tegen de communisten), in 1994 een vrije val maakt in de verkiezingen. Het gat wordt opgevuld door de ‘vrijheidsalliantie’ “Forza Italia”van Silvio Berlusconi, onder andere voorzitter van voetbalclub AC Milan en mediatycoon. Met steun van bondgenoot Umberto Bossi van de Liga Nord, dat een federaal Italië nastreeft met een min of meer gescheiden Noord en Zuid Italië, en het Neo-fascistische Allianza Nazionale (AN), haalt hij een verpletterende overwinning tijdens de verkiezingen van 1994. Toch moet hij een jaar later het veld weer ruimen omdat de combinatie van president en mediamagnaat, Liga Nord niet zint. Ondanks allerlei aantijgingen aan het adres van Berlusconi in de jaren die volgen wordt hij in 2008 voor de 3de keer beëdigd als president, omdat ‘Europeaan’ Romani Prodi, ook al eens president in 1996-1999, na een jaar het veld moet ruimen. Prodi was in 2006 aan de macht gekomen doordat zijn coalitie 49,8% van de stemmen kreeg, tegen 49,7% van Berlusconi’s coalitie. Berlusconi eist een hertelling, maar het Hooggerechtshof oordeelt dat Prodi in het huis van afgevaardigden een meerderheid had behaald.

Berlusconi is de 62ste president van Italië sinds 1945 en benoemt op 9 mei 2008 21 ministers, waarvan 9 zonder portefeuille en meer dan ooit zitten er vertrouwelingen op sleutelposities. Zo wordt nota bene Umberto Bossi minister van Hervorming en de hondstrouwe Angelino Alfano minister van Justitie, het departement dat onder Belusconi’s vorige bewind een aantal wetten doorvoerde die voorkwamen dat hij veroordeeld werd.

 

 

Vanaf mijn balkon, turend over het vredige Palermo, is een dergelijk heden en verleden moeilijk voor te stellen. Maar na een zinderende zoektocht richting Monreale door de buitenwijken van Palermo is het beeld maar al te duidelijk: hier in de vervallen straatjes, welhaast vastgelijmd tegen de kalkstenen kliffen, moet de relatie met de maffia innig vervlochten zijn. Terwijl ik me tot het uiterste moet concentreren om geen deuk of kras in mijn huurauto te rijden met links en rechts inhalende scooters en auto’s, bruist buiten het dagelijkse leven in de hitte. Het woord voorrang kent geen links of rechts: hier geldt de macht van de zonnebril: diegene met het meest onaangedane gezicht heeft voorrang, of beter: neemt voorrang. Hetgeen ik niet kan in het wielerpeleton wordt hier dagelijks gebezigd in het verkeer: daar waar een gaatje is duik je in.

Links en rechts worden rieten mandjes naar beneden gelaten om voedsel naar boven de hijsen, of afval naar beneden te laten. De afvaldienst is of in staking of is uitgerust met te klein materieel, met als gevolg dat hopen vuil, ooit begonnen als verdwaalde en alleengelaten plastic zak, zijn uitgegroeid tot grotesk aannemende bergen stinkend afval, waar nog geen zwerfkat uit durft te eten. Het is nog niet zo erg als in Napels, maar je vraagt je af wat de intentie hier moet zijn? Er is, anders dan in Napels, geen ruimte meer om bijvoorbeeld de bouw van afvalverbranders tegen te houden. Alles staat al vol. Of moet er verder gekeken worden, in de regio Palermo: toch in de richting van het beruchte Corleone?

Toch begint het begrip van hetgeen me deze week is overkomen langzaam te komen. Een staat in een zodanig verval als Italië kan niet functioneren zoals een Europeaan het gewend is. Het is sinds kort voorbij gestreefd door Spanje op de ladder van ‘kelderende’ economiën, en Griekenland komt in zicht. De Nederlander mag dan 10 maanden per jaar smachten naar het subtropische klimaat van Sicilië, de Italiaanse houding is ermee verbonden. De lethargie die af en toe de kop op steekt is te begrijpen als de temperatuur de 40 graden overschrijdt, of de 49,6 aantikt zoals ooit in Palermo. Als je dan ook nog te maken krijgt met een staatsbedrijf als Alitalia dat lettelijk in de lucht wordt gehouden door patriotisme, en waarbij winst nauwelijks een doel is, wordt het een moeilijke zaak als een werknemer overmand wordt door een ‘onverwachtte’ aanval van ‘it is not my problem’. (Overigens lees ik vandaag in de de Corriere della Serra dat de nieuwe regering vindt dat Alitalia een 100% Italiaans bedrijf moet zijn, en geprivatiseerd moet worden, door Italiaanse financiers. Berlusconi zal nog wel een blikje vrienden hebben liggen)

 

Van Sicilië wist ik weinig. Weinig meer dan Griekse en Romeinse invloeden, de bakermat van de maffia en de Etna natuurlijk. Of je er goed zou kunnen fietsen wist ik niet, maar met het idee dat ik slechts een heuveltje van een kilomter 5 nodig had, en het feit dat dit jaar de Giro er zou starten, was voldoende om de fiets mee te nemen op een trip met moeder en zus, ter ere van de 65ste verjaardag van mijn moeder. Twee keer een blok D3 en een D1 training, dat moest toch mogelijk zijn tussen de culturele bedrijven door. Ideaal nu de vorm begint te komen, en 5 weken voor het DK.

Even twijfel ik of ik de P3 zou meenemen, maar de meerwaarde weegt niet op tegen de aanwezigheid van bergen en het risico dat transport nu eenmaal met zichbrengt. Ik neem de Soloist Team mee, te meer mijn Canyon nog niet in elkaar is gezet. De vlucht naar Milaan en aanéénsluitend naar Palermo is voorspoedig en ik verlang naar wat ‘gehak’ de berg op. Maar als mijn fiets niet van de speciale band komt rollen beginnen de radertjes te werken. “Het zal toch niet zo zijn dat ik hier niet kan fietsen?”

Milaan Malpensa, dat is toch dat vliegveld waarvan gesproken werd om alle backlog-luggage van Heathrow Terminal 5 naar toe te sturen? Die 28.000 koffers die ze in London moeten ‘herdistribueren’ omdat het allemaal niet werkt in Heathrow? Dan moet Malpensa een verdomd goed bagagesysteem hebben. Ik krijg bevestiging dat mijn fietskoffer is gevonden, op Malpensa. De dienstdoende ambtenaar van de ‘Lost and Found’ (L&F) brengt het alsof het goed nieuws behelsd. Ik kan er weinig aan veranderen en neem het luchtig op, te meer omdat me wordt voorgehouden dat waarschijnlijk de koffer met de eerste vlucht vanavond naar Palermo wordt verscheept. Het zal dan worden doorgestuurd naar mijn onderkomen. Prima, ik was niet van plan vandaag al op de fiets te stappen.

’s Avonds bel ik naar de L&F in Palermo maar ze kunnen me geen nieuws geven:

“it could be today or tomorrow. If it isn’t tonight, it will be transported tomorrow morning with the first flight.”

Zou er überhaubt wel een avondvlucht zijn, zoals er misschien ook wel geen ochtendvlucht is? M.a.w. de fiets wordt mogelijk pas verscheept met de eerst volgende dagelijkse vlucht van Milaan naar Palermo, die van 12:50. Ik vraag of het mogelijk is om bevestiging te krijgen wanneer de fiets aankomt. Dat is niet mogelijk.

“It is not possible, okay?”

 

Link naar kaart

 

 

 

 

Het okay is te Italiaans voor woorden. Het zingt na in je hoofd, een korte ‘o’ gevolgd door een klagerig ‘kaaaai’. Alsof de werkdag al veel te lang duurt en men niet kan wachten tot het leven weer begint. Weg van dit call-center, terug naar waar de wereld bruist.

Dinsdagmorgen is er nog steeds geen koerier gekomen. Dat wil waarschijnlijk zeggen dat de fiets in de vlucht van 12:50 zit. Wie weet gaat het nu snel, en kan ik toch nog mijn korte, intensieve training uitvoeren. Ik zit in het argiturismo Gigliotto, dat 10km ten zuiden van Piazza Armerina ligt. Het is een riant onderkomen met een kolossale lap grond. De eerste contouren stammen al uit 1296. Het produceert eigen wijn, goede wijn zelfs. Het is een immens bedrijf geworden, al kenbaar aan de hoeveelheid bewegwijzeringen die langs de wegen staan. Vanuit Gela of vanuit Piazza Armerenia, ver voor de betreffende afslag is het duidelijk dat Gigliotto niet te missen is. Het mag dan nog niet officieel open zijn (het zwembad is nog buiten gebruik en paardrijden is nog niet mogelijk), maar voor toeristen zonder speciale wensen zoals wij is het goed toeven. Ook de bediening is nog niet op volle sterkte, te merken aan de aanwijzing op internet dat het ‘completo’ is, terwijl er kamers te over zijn. Op nog geen 10 kilometer van de argiturismo ligt een rondje van gele weggetjes van zo’n 20 kilometer, met een hoogteverschil van zo’n 300 meter. Het lijkt te mooi om waar te zijn: een rondje naast de deur waar ik mijn trainingen kan afwerken. Het enige wat me ontbreekt is een fiets.

Als ik ’s avonds bel, is duidelijk dat de fiets is gearriveerd in Palermo. Ik vraag of het nu mogelijk is me een indicatie te geven wanneer ik ‘m op mijn bestemming kan verwachten. Mocht ie pas morgen komen, dan kom ik ‘m zelf wel ophalen. Het is wel 2,5 uur rijden maar liever dat dan nog langer wachten.

“It could be tonight, or tomorrow, it depends when de courier will pick it up.”

“Call again tomorrow at 8:00, okay? We will have more information. Okay?”

 

Woensdagmorgen, 8:00 bel ik weer. Of ik over 20 minuten kan terugbellen, daar de persoon in kwestie geen Engels spreekt. Om 8:20 is duidelijk dat de koerier mijn koffer gisteravond 23:15 heeft opgepikt. Kortom, de koffer heeft 8 uur niets staan doen op het vliegveld.

“Is it possible to change the address then, so I can pick it up from the airport myself?”

“No I cannot change it, it is in delivery”.

Kennelijk is het voor de call-center medewerker niet mogelijk om een adres te veranderen wanneer een koffer in delivery is. Het spookbeeld komt voorbij van de bezorging van mijn Canyon frame in Nederland: ook toen kon ik niet ingrijpen toen het op mijn thuisadres bezorgd ging worden terwijl ik niet thuis was. Omdat het al verzonden was kon het adres niet veranderd worden, en moest ik wachten tot het tot tweemaal toe op mijn thuisadres was aangeboden: je bent dan 3 dagen verder voordat je het kunt afhalen bij het postkantoor op de eerst volgende werkdag, ná 13:00: op werkdagen van 8:30-17:30 en maar maandag van vanaf 13:00.

“So what happens if I am not here anymore? As I have indicated at the airport, I will be heading towards the East coast tomorrow”

“Then the luggage will be sent back the airport.”

Ik begrijp niets van dit systeem. Als ik had aangegeven dat ik maar één avond hier had geslapen en de bagege was niet op tijd hier geweest had ik de volgende dag wél naar het vliegveld kunnen gaan en de bagage op kunnen pikken: nu ben ik overgeleverd aan een ongeïnspireerd call-center en een nalatige koerier.

’s Avonds bel ik weer en ook nu kan men weinig anders vertellen dan “it could arrive tonight, or tomorrow morning. It is in delivery.” Maar een belangrijk zinnetje wordt nu toegevoegd:

“Your luggage will be delivered within 48 hours. I have to tell you this.”

I have to tell you this.

 

 

 

Alsof het een groot geheim betreft, alsof het leven van een geheim infiltrant hierdoor op het spel staat. Feit is wel dat ze dat eerder hadden kunnen aangeven, dan had ik het op het vliegveld laten bezorgen en ‘m zelf afgehaald.

 

Als op donderdagmorgen er nog steeds geen bagage is afgeleverd, roep ik de hulp in van de eigenaresse van de argiturismo: kunnen zij niet eens bellen? Misschien valt er meer te onderhandelen als men Italiaans spreekt. Met het weinige Italiaans dat ik beheers destilleer ik de Italiaanse diplomatie. Je vraagt niet naar de mogelijkheden, want die zijn er niet: de mensen zijn te lui en/of te ongeïnspireerd om uit zichzelf alternatieven te vinden. Maar je vraagt naar de oplossing: Hoe lossen we dit op? Deze toerist zit hier al 3 dagen zonder zijn bagage, dat kan toch niet de bedoeling zijn? Wat ik niet gedaan kreeg, krijgt zij wel gedaan: het adres van bestemming kan zomaar veranderd worden. Ik geef het adres van het onderkomen in Taormina op. Mocht het vandaag nu hier aankomen, dan wordt het doorgestuurd naar Taormina. In al mijn naïviteit reken ik op de komst van mijn fiets uiterlijk vanavond, als ik zelf in Toarmina aan kom. De klap komt dan ook hard aan als er geen bagage is afgeleverd. Wat als men het recht heeft om de 48 uur weer op 0 te zetten als tussentijds het adres is veranderd?

Als ik voor de zoveelste keer met L&F bel, word ik voor de zoveelste keer in de wacht gezet. Maar nu komt er een nieuw fenomeen voorbij: terwijl ik in de wacht sta, word ik doorgeschakeld met ander call center dat helemaal niets met Alitalia vluchten te maken heeft. Ik krijg een 06 nummer wat ik moet bellen voor lost luggage. Het blijkt een faxnummer te zijn, in Rome. De maat is zo langzamerhand vol: ik begin mijn gespeelde kalmte te verliezen omdat ik in een situatie zit die kennelijk niet te beïnvloeden is. Alles wat ik zou kunnen doen om die koffer in mijn bezit te krijgen wordt gedwarsboomd door onkundige en/of onwillige mensen.

 

Ook vrijdagochtend is er geen bagage afgeleverd en ik moet langzamerhand gaan vrezen voor het helemaal niet kunnen fietsen deze week, en rampscenario dat even voorbij flitste toen de bagage niet van de band kwam rollen toen ik aan kwam. Aangezien maandag het Districtkampioenschap is, moet ik er misschien maar voor opteren om mijn fiets terug te laten sturen naar Schiphol, dan heb ik ‘m zeker op zondagavond. Aan de andere kant: er is altijd een kans dat ie er morgen is, en heb ik zaterdag en zondag nog om iets te doen.

Ook word ik voor de zoveelste keer doorverbonden met het andere call-center dat ook haar kalmte begint te verliezen en een tirade begint dat ik goddomme het 06 nummer moet bellen. Ik scheld de call-center medewerker de huid vol, alvorens het hotel in Toarmina maar weer te laten bellen. Het enige wat ik nog wil weten is of iemand mij de bevestiging kan geven of mijn koffer, als deze op vrijdagavond niet in Taormina wordt aangeboden, zaterdagmorgen op het vliegveld van Palermo zal staan. Ik zal hem dan zelf komen ophalen. Maar dit is in eerste instantie te moeilijk voor de hotelmedewerkster om na te vragen, en ik sta weer met lege handen. Op mijn eigen mobiele telefoon dring ik helemaal niet meer door tot het L&F call-center.

Het is vrijdag 18:30 en ik moet weg, naar Trapani, zo’n 360km Westwaards, waar ik morgenochtend vroeg mijn moeder op het vliegtuig moet zetten. Samen met het hotel komen we tot volgende plan: als de koffer vanavond aangeboden wordt en de koerier kan bevestigen dat de koffer morgenochtend in Palermo airport staat, dan moet ie terug naar Palermo. Als hij dat niet kan bevestigen, dan moet ie naar Groningen: Er bestaat nu zelfs de kans dat ie later dan ikzelf in Nederland aankomt en als Schiphol dan de eindbestemming is, kan ik weer op en neer naar Schiphol.

De weg naar Trapani is één en al snelweg (met uitzondering van het stuk Palermo-stad) en je kunt er hard rijden, erg hard. Mede daardoor lig ik nog voor 22:00 in bed. Van mijn zus, die nog in Taormina is komt nieuws: er is niets aangeboden bij het hotel.

 

 

Zaterdagmorgen rijd ik naar het vliegveld van Palermo om verhaal te halen: waar is mijn koffer nu? Het antwoord is al niet verrassend meer: die is deze morgen naar Amsterdam gestuurd. Het mag dan niet mogelijk om een koffer op Sicilië binnen 144 uur op de juiste plek te bezorgen, het is wel mogelijk om vliegensvlug de koffer het land uit te krijgen. Ik durf er een flink bedrag op te zetten dat mijn fiets Palermo airport nooit heeft verlaten. In de middag flaneer ik langs de start van Giro d’Italia. De start is een ploegentijdrit over 23 kilometer. Slipstream raffelt het af in 26 minuten, met meer dan 53km/u gemiddeld.

 

Zondag krijg ik nog twee keer te maken met de Italiaanse slag: bij het hotel probeert de hoteleigenaar me twee nachten aan te smeren.

“I see you booked for two nights.”

“No one night, I pay for one night”, antwoord ik hem uitgeblust.

“Guarda, ecco, I see two nights”, terwijl hij met veel handgebaren naar de rekening wijst.

Zonder een zonnebril op, geef ik hem mijn beste zonnebril-look, die hij meteen accepteert.

Bij de check-in op het vliegveld vraag ik de baliemedewerkster in mijn best gearticuleerde Engels om een nooduitgangstoel, als die er nog zijn. Als ik mijn boarding-kaart krijg vraag ik of dat gelukt is.

I don’t’e know’e. But I can notte change them”, antwoord ze schouderophalend. Met andere woorden: “It is not my problem

 

In de middag vlieg ik terug naar Nederland, met wederom een tussenstop in Milaan. De overstaptijd is krap, door vertraging heb ik een half uur. We worden per bus naar de terminal vervoerd en ik zie de koffers uit het vliegtuig uit komen. Ik moet lachen bij de gedachte dat het wel grappig zou zijn als ik nu mijn andere koffer in Milaan zou verliezen. Maar wonder boven wonder zie ik mijn eigen koffer in het vrachtautootje geladen worden. Weer moet ik lachen: het zou helemaal grappig zijn als ik mijn koffer in Milaan zou verliezen terwijl ik het van de band heb zien rollen! Maar het KLM-vliegtuig staat nog geen 100m verderop, dus dat zit wel goed.

Om 19:45 land ik op Schiphol. Als op de monitor van de bagageband komt te staan:’all luggage unloaded’ en mijn koffer er niet bij zit, kan ik alleen maar glimlachen. Hoe is het mogelijk: ik heb gewoon weer het rampscenario verzonnen. Ik vul, samen met een twintigtal anderen de benodigde formulieren in.

“U wordt eerst gebeld hoor, als we de bagage opsturen, dan kunt u kiezen waar u het wilt ontvangen”.

Ik word warm van zoveel service:“Goh, daar kan men in Italië een voorbeeld aan nemen.”

De medewerkster kijkt op, en ik zet een korte samenvatting uiteen. Ze kijkt na waar mijn fiets zich nu zou moeten bevinden en fronst:

“U kunt even navragen bij de collega’s van Menzies Avation, want het is me niet helemaal duidelijk waar uw koffer zich nu bevindt.”

 

Het verbaasd met allemaal niets meer. Als ik bij Menzies ga navragen roept een medewerkster vanachter wat kantoorschermen toe:”Was dat zo’n rode fietskoffer?” Ik ben perplex. Als die gisteren op Schiphol is aangekomen, hoe kan het dan dat ie nu nog hier is? Menzies Avation is in staking geweest op vrijdag en zaterdag, daardoor zijn de koffers van gisteren nog niet verwerkt. De CAO onderhandelingen zijn vastgelopen en de FNV heeft nu opgeroepen tot een staking. Het betreft de bagageafhandeling van luchtvaartmaatschappijen die geen hoofdkantoor in Amsterdam hebben en een derde partij zoals Menzies inroepen voor de bagageafhandeling. Alitalia heeft geen hoofdkantoor in Amsterdam en gebruik dus Menzies voor de bagageafhandeling.

“Gelukkig is ie nu afgelopen, wat staken is helemaal niet leuk, kan ik U vertellen”, aldus een medewerkster. Het is de enige reden waardoor ik met fiets richting Groningen kan vertrekken. Maar zonder kleding en schoeisel, dus een districtskampioenschap is sowieso niet mogelijk.   

 

 

Time&Fulcrum bij Cofidis (18de), remgrepen onderin de Specialized bij Gerolsteiner (13de), Ridley&Campagnolo bij Lotto (21ste)

Dichte helmen: Specialized (Milram, 11de), Aero (S. Diquigiovanni, 12de). Open: Las (Tinkoff, 8ste) en Giro (Caisse d’Epargne, 14de)

Levi Leipheimer, Christopher Sutton met een negatieve stuurpen, Alberto Contador.

Millar moet een gaatje laten in de laatste kilometer bij Slipstream (1ste). , Astana (7de) is nog volledig.

Een verkeersregelaar die iedereen kent, en iedereen kent hem. Zabel in de warming up, Rabobank fiets uit.

 

 

Monreale, nabij Palermo