

25ste
Tijdrit Lemmer, 10km, 30 April 2008
Lemmer staat bij de sporters vooral bekend als de woonplaats van Rintje Ritsma, ‘de beer van Lemmer’. Maar Lemmer fungeert ook op de wedstrijdkalender van wvsnits, onder ‘overige wedstrijden in de omgeving’. Er wordt op de eerste woensdag na hemelvaart een tijdrit georganiseerd door de ijsvereniging Lemmer, dit jaar al voor de 25ste keer. Een speciefieke datum na een religieuze feestdag, een ijsvereniging die midden in de lente een tijdrit organiseert, en het feit dat het tussen de bollenvelden zou moeten plaatsvinden: het zijn voldoende ingrediënten voor in mijn ogen ‘gezellige kneuterigheid’. Elke wedstrijd van wv Snits waaraan ik heb deelgenomen staat er bol van en het is geweldig. Nu heeft Snits niets te maken met deze tijdrit, maar bij voorbaad is het gebeuren al omgeven door dezelfde stereotype atmosfeer.
“Maar één keer hebben we verstek moeten laten gaan vanwege de MKZ’’. Dat was in 2001, toen de karavaan voor één keer niet op het boerenerf ter hoogte van de splitsing Hopweg/Ruttenseweg kon bivakkeren. ,,Dat was overmacht, verder krijgen we altijd alle medewerking van de bewoners.’’ Ruim voor de dag van het evenement krijgen de aanwonenden van het parcours bericht. ,,Ook met het oog op hun honden en katten. Er moet er niet een vlak voor een renner de straat oversteken…” (zuidfriesland.nl)
De buitenwereld lijkt even verder weg dan ooit, en dat doet een mens goed.
Samen met Bart en Esther rijdt ik richting Lemmer. We zijn vroeg, heel vroeg. Er is nog niets te bekennen wat te maken zou kunnen hebben met een organisatie. De Hopweg is leeg. Aan beide kanten liggen grote boerderijen, symmetrisch verdeeld, alsof de mensen veiligheid bijelkaar zochten toen de boerderijen gebouwd werden. Of zouden ze op deze manier het meeste landoppervlakte kunnen gebruiken? Met GoogleEarth ziet het er uit zoals een Nieuw-Zeelander zijn tuin onderhoudt: ordentelijk, schoon, planologisch kloppend. De boerderijen zijn omgeven met tulpenvelden, en verderop met een aangelegd bos. Bewoners hebben of geen idee van een wielerwedstrijd, of hebben een blaadje in de bus gekregen maar weten niet waar de start zou moeten zijn. We bellen met Hylke Brouwer, die volgens de foto’s vorig jaar mee gedaan heeft. Hij weet dat de start bij ‘een’ boerderij is. We bellen met de organisatie, die wat schrikt dat er al mensen zijn.
De start is inderdaad bij een boerderij, waar in alle rust de inschrijvingstafel, rugnummers, sponsorspandoeken en kantine worden ingericht. De inschrijvingstafel is niets anders dan een houten tafel, het sponsorspandoek van de plaatselijke McDonald’s is vast gemaakt aan twee palen voor een berg afgedekt met autobanden, en de kantine is een topzwaar vat dat op een driepootstafeletje vervaarlijk op en neer deint op de wind. Ik voel me in mijn element; ik kan er oprecht blij van worden. Waarom vind ik dit zo geweldig? En op nota bene op Koninginnedag je eens helemaal kapot fietsen. Nee, vergeleken met mijn leven in Utrecht is het allemaal behoorlijk absurd.
“Ik doe al sinds mijn 12de mee aan wedstrijden op Koninginnedag.” Bart komt uit een sportgezien en is het de normaalste zaak van de wereld. Heb je een keer een dag vrij, dan ga je die natuurlijk invullen met iets wat je het liefst doet. En zo is het.


In alle rust kan ik mijn tacx opstellen, en alles klaarleggen zodat ik straks in 15 minuten startklaar ben, als ik van mijn tacx af kom. Op wonderbaarlijke wijze pompt Bart Esther een lekke band als hij haar wil helpen. Zij gaan het parkoers verkennen, ik kies voor een warming-up op locatie. Nickelback’s gitaren sneren me richting trance, terwijl ik mijn benen los fiets. Voor me kijkt een oudere mevrouw vanuit haar tuin naar het schouwspel. Plots staat er een rij auto’s voor haar huis, zitten er mensen in rare pakjes zich lens te trappen op hometrainers, en telt een omroepinstallatie in het Fries af naar de start van de volgende deelnemer. Ze begrijpt er niets van, waarom die lieden drie euro vijftig betalen om een rondje te fietsen. Ik trek 2x 1,5 minuut door, en bereik mijn anaerobe zone bij de tweede keer. Het is de eerste en enige indicatie dat het goed zit vandaag. Elke keer als dat lukt, rijd ik een goede tijdrit. Het laat zien dat de benen willen, het hoofd wil en het lichaam kennelijk redelijk fris is. Het wordt ook de tijdrit van mijn nieuwe Spiuk helm, met een dicht onderkant. Hij past goed, en ondanks dat hij geen vizier heeft denk ik dat hij sneller is.
“Goed te doen, dit rondje”, concludeert Bart droogjes na verkenning. “Er zit één in zichzelf kerende bocht in, die is wel lastig. De eerste kun je in de houding door, de laatste is wel scherp.”
“Hoe staat de route aangegeven?”
“Met rode pijlen”. Damn, er rijst wat twijfel. Ik ken het parkoers niet.
“Maar ver voor de bochten?”
“Mhua, het is goed te zien”
“Op de weg?”
“Nee bordjes langs de kant”
“O!” “En waar zit die eerste bocht?”
“Pff, zo’n 1500m ofzo van de start”
Shit, ik heb geen idee waar ik me op moet focussen.
Bij de start trek ik nog wat korte sprintjes en meer klaar dan dit kan ik niet zijn. Alleen dat parkoers... Als ik mijn P3 op de aanhangwagen heb gehesen, besef ik pas dat ik niet eens weet waar de finish is.
“Euwh, waar is de finish eigenlijk? Hier?”
“Nai, doar”. De man wijst richting de weilanden. Ik kan niets anders ontdekken dan weilanden, een bosrand en tulpen. Plots zie ik een vlag wapperen. Dat moet de finish zijn. Even begrijp ik niets meer van het rondje. Hoe kan daar nu de finish zijn? De man stelt me gerust dat het allemaal prima aangegeven staat.
Ik haal diep adem, en zie een toeschouwer met ontzag omhoog kijken. “Koud hoor”, stelt hij vast. “Moet je die zadelpen zien.”
Zo zo, nog commentaar ook. Terwijl mijn ogen het parkoers afkijken, priemen ze van binnen door het lichaam van de verwonderende leek. Ik zal jullie eens wat laten zien.
“Fiif, fjouwer, trije, twa, ien, start”
Ai, 54x14 staat er nog op.... Tergend langzaam rol ik van de aanhangwagen. Tergend langzaam klimt de snelheid naar de 47, en blijft daar hangen. Hier komt de wind toch schuin van voren? Ik ben nu al prettig verbaasd, dit wordt lachen. Nu uitkijken naar een rood bordje.
Maar er komt geen rood bordje.
Na 3 minuten heb ik nog steeds geen rood bordje gezien.
Zou ik er voorbij zijn? Ben ik van het parkoers gereden? Ik zie mezelf al met een noodgang het volgende dorp inrijden, waar een koekhappende menigte de Koningin der Nederlanden een Nederlands eerbetoon brengt. Pas als de argwaan echt begint toe te slaan, en de snelheid al een tijdje op 45 zit, zie ik een mannetje in de verte staan, en ontwaar een rood bordje. Ik geef gas, en weet nu waar ik naar moet kijken. Op het stuk windtegen zakt de snelheid even naar 43, maar krijg ‘m door een tandje zwaarder te schakelen weer op 44. Jesses, dat wordt wat dadelijk met wind mee. De volgende bocht komt eerder dan verwacht. Dit betekent dat de rest met zijwind is, of met wind mee. Beter!
Ik ben al 7 minuten onderweg, en dus over de
helft. De hartslag blijft rond de 172 hangen, hoger moet mogelijk zijn, maar
mijn boterbrein vindt dit het hoogst haalbare. De teller tikt 54 aan, en mag
van mezelf niet meer van de 54x11 af. De in zichzelf kerenende bocht is van
afstand te zien. Maar niet dat ie er zó beroerd bij ligt. Aan beide kanten is
er een meter ontzettend slecht asfalt. Daar is geen ideale lijn tegen
opgewassen. Ik moet vol in de remmen om niet van de weg af te schieten, en moet
met 54x11 optrekken. In de verte staat de finishvlag te wapperen. Wat reed van
de Burg ook al weer? 12:45? Mijn teller staat op 12:15 met de finish inzicht.
Het kan, het kan, schreeuwt een overenthousiast stemmetje in het hoofd. Maar
het schreeuwt me wel naar 56km/u en hartslag 180. Zie je wel, hoger had echt
wel gekund. Ik proef bloed, en hoor de longen schuren. Dit was snel, erg snel.
Ben ik op weg naar mijn eerste overwinning? In mother-f#!*ing Lemmer?


Even later blijkt dat ik het parkoersrecord van Thomas Wobma aan gort gereden heb: 12:39 om 12:53. Kennelijk is de tijd van Germ van de Burg op een ander parkoers gereden (er wordt melding gemaakt van een tijd van 10:07, maar dat is zeker op een ander parkoers gereden, 60 gemiddeld is zelfs voor de Cancelarra’s van deze wereld niet weggelegd). Bart dendert naar 13:06, de 3de tijd, en rijdt voor het eerst harder dan 45km/u. Een renner van Krolstone, Jurjen de Vries, komt een uur later tot 12:42. Dat is close, maar niet close genoeg. Esther wint bij de dames, en rijdt voor het eerst harder dan 41.
De prijsuitrijking is op het erf van de boer, waar zowaar redelijk wat publiek bijelkaar gestroomd is. Een inwoner van Lemmer probeert een praatje met me te maken en somt een aantal renners op die ook heel hard kunnen rijden. Ik ken ze stuk voor stuk niet, en ik met pijn en moeite kan ik de helft van zijn woorden ontcijferen. De beker die we krijgen is kollosaal, en er is veel werk aanbesteed. Ook krijgen de winnaars een wisselbeker mee naar huis, waar alle winnaars ingegraveerd staan: Groningen gaat dus met 5 bekers naar huis.
Een mooie Koninginnedag.
47,4km/u... een mooie nul-meting...
Uitslag vind je hier.
Nieuws in de krant.



