

“De
wind op kant, dit moet ‘m worden. Iedereen zit hier maar omdat ie al blij is
dat ie ‘m uitrijdt.”
Een
treintje van drie Friesche Leeuwen vormt zich op kop. Ze proberen het tempo te
verhogen maar het gebeurt zonder vertrouwen. Of ze kunnen gewoon niet harder?
John zit attent in het 4de wiel, en dendert eroverheen als het hem
niet hard genoeg gaat. De Leeuwen gaan mee, en de rest volgt op de kant. In het
laatste bochtige beschutte gedeelte, net voor het gedeelte waar de wind die er
is, vrij spel heeft, zet hij alles op alles. Hier moet ik er langs, dan moet
iedereen het op eigen kracht doen in dat kale stuk. Het stuk naar de finish is
dan lang genoeg om het geen sprint te laten zijn.
Net
als ik op snelheid begin te komen, stuurt één Friesche Leeuw zijn fiets naar
rechts. De weg is hier niet breed, en ik moet haast maken om er nog langs te
kunnen. Waarom stuurt deze jongen naar rechts? Het is Hendrik Falkena,
talentvol renner, die vorig jaar de overstap heeft gemaakt naar de beloftes.
Ook hij was deel van ‘de Noorderlingen’ waarmee ik vorig jaar door de straten
van Eindhoven denderden.
Ik
moet beslissen dat ik er langs kan, anders is de demarage ten dode
opgeschreven. Hendrik wijkt erg snel uit en ik rijd van achter tegen zijn zij
op. Mijn snelheid is zoveel hoger dat hij uit balans raakt, en ik de berm in
word gedreven. Achter ons barsten de scheldkanonades los. In een ooghoek zie ik
Hendrik alle soorten capriolen uithalen om op de fiets te blijven. Voor me zie
ik een betonnen bruggetje opdoemen. Ik ploeter door de modder, mis het
bruggetje en kom heelhuids de weg weer op. Als ik achterom kijk komt het het
groepje komt langs zetten.
Ik
knijp in de remmen. Een plek in de uitslag kan me gestolen worden. Is Hendrik
nu gevallen of niet? Waarom nu van alle renners juist hij? Hij zit nog op zijn
fiets maar met beide voeten uit de pedalen. Ik probeer wat woorden te vinden.
Het is allerminst opzet, noch dom, noch roekeloos, vind ik. Dus te beginnen met
excuses klopt niet. Maar dat ik juist hem een hogere uitslag ontneem, dat klopt
ook niet. “Ik kreeg kramp, dus ik stuurde naar rechts.” Dat verklaart zijn
actie. Ik leg uit wat mijn plannen waren, maar meer dan met kennisgeving
aannemen doet hij niet. Dat valt allerszins te billijken als je alleen maar
bezig bent met te ontrafelen hoe het in godsnaam mogelijk is dat je nog op de
fiets ziet. Zij aan zij bollen we uit naar de finish, en zeggen niets. Morgen
is hij op weg naar Spanje, trainingskamp neem ik aan.
Warnswerd,
24 maart 2007.
Driehonderd
meter na de start word ik in de berm gedrukt en rijd ik de rest van de koers
achter de feiten aan. Ik mis de aansluiting met de kopgroep en rijd de rest van
koers met drie man in een hel van arctische wind de wedstrijd uit. Twee ronden
lang heb ik de fedusie dat we de groep nog kunnen bijhalen, maar ik moet te
veel werk alleen doen. Uiteindelijk, als het gat weer groter is geworden
accepteer ik gefrustreerd dat het ‘m niet meer wordt.
Warnswerd,
15 maart 2008.
Sebastiaan
is laat, erg laat. Maar de zenuwen van vorig jaar, omdat het mijn eerste koers
ooit was, hebben plaats gemaakt voor rust. Het is maar een koers, en ik weet
wat ik kan en wat ik moet doen. “Bij twijfel op kant en schudden maar, dan
wappert er van alles vanaf.” Ik heb er nu al zin in. Ik maak me niet meer druk
om zaken die ik niet in de hand heb, zoals mensen die te laat zijn.
We
rijden het rondje een keer, en er staat veel minder wind dan vorig jaar.
Jammer, want dat maakt de koers voor een boel mensen makkelijker. Samen met
Sebastiaan, Danny en John rijden we het rondje, en allemaal zijn we erg te
spreken over de kwaliteit van de asfalt.
Bij de
start blijkt dat er een neutralisatie is, omdat het eerste deel bochtig is. Pas
bij de afslag naar rechts wordt de koers vrijgegeven. Uiteraard proberen
renners zich door de berm een weg naar voren te banen. Ik handhaaf me redelijk
vooraan, en als de auto toerert ten teken dat de koers vrij is gegeven is het
alle hens aan dek. Ik zie Sebatiaan af en toe voorin zitten, Peter Merx is ook
attent en af en toe komt Danny voorbij. John zal meer moeite hebben, maar ik
hoop dat hij er nog aan hangt. Het tempo valt allerszins mee en ik probeer met
naar voren de wringen. Op kop draai ik mee, maar ik vind het allemaal maar
halfslachtig. Er is niemand die nu al de lont in het kruitvat wil steken. Dan
ga ik maar eens op de pedalen staan, en krijg onder anderen Thomas Wobma mee.
Met een man of vier komen we los, maar dat vind ik te weinig: er zit te weinig
overtuiging in. Het tempo valt weer stil en het is weer wringen geblazen. Waar
ik een minuut geleden nog op kop reed, rijd ik nu op plek 20 en kan ik weer
opnieuw beginnen.

Er is
alweer een ronde voorbij en het hele spel is nog steeds bijelkaar. Hoe langer
het bijelkaar is, hoe nerveuzer het wordt lijkt mij. Op het stuk voor de wind
kom ik weer op kop, en trek er maar eens aan. Maar er wordt weer maar
halfslachtig over genomen en het tempo zakt weer in. Daarna zakt het helemaal
in en in wandeltempo rijden we richting Warnswerd. Dit is de luwte voor de
storm, maar wanneer wordt de storm ontketent? Met vraagtekens rond mij hoofd
dool ik rond als een mier in een mierenhoop. Als compact peleton rijden in een
slakkegangetje over de smalle weggetjes. Ik zie John, Sebastiaan en Danny
zitten. Mooi. Ik kijk achterom en zie niets, behalve een jury auto.
Oeps.
Ik
rijd op de achterste rij. Voor me kramen renners wartaal uit. Dit is niet goed,
ik ben zonder het te beseffen in een vagevuur belandt, waar het vuur tergend
langzaam opgestookt wordt zodat ik rustig blijf zitten, niet wetend dat dit
vuur me langzaam doodkookt. Voor me zie ik ruggen in actie komen en vijf
seconden later is de koers verworden tot een sprint. Er komt een groepje los,
met Peter Merx in laatste wiel, en ik moet het gat dicht rijden. De longen
blokkeren en rochelend blijf ik stampen. Dat gat moet doet dicht, maar heb er
wel de hulp bij nodig van anderen. De tweede groep bestaat uit zo’n 15 man en
voor ik het weet hang ik in het laatste wiel. Ik voel een bloedsmaak opkomen.
Hoe kan dit nu weer? Ik kreeg juist het idee dat het de goede kant op ging. Ik
moet een gaatje laten vallen, en John komt langszij. “Laat maar, Dimitri”,
alsof hij me uit de wind wil houden. Ik rochel een antwoord terug. De
energydrank heeft zich gemengd met speeksel en ik kan het uit mijn slokdarm
omhoog trekken. Dat krijg je als je last hebt van de bronchiën. Wat is dit
frusterend.
Ook
John’s wiel kan ik niet houden, en moet er af. Ik zal wederom Warnswerd ongeveer
in mijn eentje uitrijden. Dit is niet mijn koers. Ik zie dat John ook moet
passen, en samen met nog een anderen renner rijden we verder. “We maken er maar
een trainingsritje van, John. Je stopt pas totdat iemand zegt dat je moet
stoppen”, citeer ik Sebastiaan. Vanbinnen kook ik niet eens meer, er slechts
plaats voor vraagtekens. Wat is er in godsnaam aan de hand met mijn longen?

Ik zie
niet uit naar het moment dat we worden bijgehaald door de A’s. “Daar heb je weer
wat elites die het niet kunnen volgen”, en het voedt de moraal natuurlijk. Ik
prent me in dat ik me niet ga bemoeien met hun wedstrijd. Er is al te vaak te
veel gezeik over: elites die de waaier stuk rijden van de A’s. Daar pas ik
voor.
Na een
ronde of 5 worden we inderdaad bijgehaald door de A’s. Ik vraag aan Marco of ik
mag meedraaien.
“Doe
dat maar niet”, komt er gelukkig vol overtuiging uit. De groep is te groot voor
één waaier. Ik zeg John dat we erachter moeten blijven hangen. De renner die we
al een tijdje op sleeptouw hebben genomen gaat er wel tussen fietsen. We
peddelen mee, en kunnen warempel met zijn tweeën het tempo van een afstandje
volgen. Af en toe rijden we gaatjes dicht om niet helemaal alleen te komen
rijden. Langs de kant staat Léon die me aanmoedigt om aan te sluiten. Dat is
juist niet de bedoeling.
Ik zie
2 ronden voor het einde Arjen en Marco wegrijden. Niemand reageert. Ze gaan er
een koppeltijdritje van maken, en hier gewoon de 1ste en 2de
plaats opeisen. Een 500 meter voor het einde van de laatste ronde voor de A’s
zegt de elite renner waarmee John en ik al een tijdje samenreden dat het elite
peleton helemaal niet zo ver voor ons zit. We zien ze in de verte rijden, het
zal een minuut of wat zijn. We hebben het geluk dat de A’s moeten finishen.
Daarna kunnen we volle bak er naar toe.
Alsof
mijn benen wakker worden stamp ik op de pedalen en schakel een paar tandjes
zwaarder. Ik fok John op en het tempo gaat serieus omhoog. De 3de
renner doet niets, en laat zich meeglijden. Ik probeer hem een paar keer te
laten meedraaien maar hij wil gewoon niet. Drie-kwart ronde later komen we bij
het peletonnetje van 11. Het laat maar weer zien dat John en ik echt wel kunnen
fietsen maar dat het er nog niet echt uit komt. In het peletonnetje zit Danny.
Dat wil zeggen dat Sebastiaan in de groep hiervoor zit: dat heeft ie mooi
gedaan!

Menig
renner schrikt zich een hoedje dat we komen aansluiten en begrijpen werkelijk
niet waar we vandaan komen. “Ik heb ergens moraal gevonden”, antwoord ik, zet
me op kop en schroef het tempo op. Eigenlijk vind ik het wel een sterk
staaltje, alleen jammer dat het nergens meer toe doet. We hebben nog 3 ronden
en ik wil er toch nog wat van maken. In de enalaatste ronde wordt er even
aangetrokken maar ik kan de poging pareren. Ik probeer John zoveel mogelijk
naar voren te krijgen, en hem mee te laten draaien in de waaier. Het gaat hem
eigenlijk wel goed af. Danny draait goed, maar het lijkt alsof hij nog wat over
heeft. “Houd je in he, dan kun je straks nog wat proberen”. Ik hoor Jabik
praten, maar ik meen het te moeten zeggen. Ik weet precies wat ik ga doen in de
laatste ronde en draai mijn beurten mee. Vorig jaar zou ik al blij zijn met
uitrijden bij de A’s nu baal ik dat ik in deze waaier zit.

In de
laatste ronde komt het niet meer tot demarages. Langzaam wordt het tempo iets
opgeschroeft, er nestelen zich 3 Leeuwen op kop en ik voel dat ze iets gaan
proberen. Er wordt gepraat. Ik hoor een ketting schakelen. De rest is
geschiedenis.
Sebastiaan
wordt 12de, en heeft 6 ronden met 3,5 man gereden. Merx wordt 5de,
Wobma baalt van zijn 8ste stek en is vooral op zoek naar eten. Ik
bied hem een krentenbol aan, maar die slaat hij beleefd af: “Maar best
aangeboden”. Ik ben op zoek naar longen. Gewoon gezonde longen, die van voor
het trainingskamp. Ik hoop ze deze week te vinden.
1 Christöph
Hacsen Oldenburg (D)
2 Jildert Boersma Eastebierum
3 Robert Bovenhuis Staphorst
4 Ruthmer Faber Easterbierum
5 Peter Merx Groningen
6 Johan Moek Aseen
7 Gerard van Dijk Roden
8 Thomas Wobma Bolsward
9 Sierd Steiginga Exmorra
10 Bert Kras De Wilp
11 Mark Bosloper Assen
12 Aart Aling Groningen
13 Sebastiaan v/der Meer Groningen
14 Niek Hooghiemster Oenskerk
15 Riemer Bosma Haulerwijk
16 Danny Bellen Amsterdam
17 Jan Essers Wolvega
18 Herbert van Brussel Meppel
19 Erwin van Walsem Hoogeveen
20 John
Mons Almere
21 Jelle
Bisschop Pesse
22 Umberto Atrori Zorgvliet
23 Hendrik Falena Nijland
24 Demitri Lafleur Groningen
