





Vijftien
dagen trainen op Mallorca.
Het
overschreiden van grensen die je hoofd jezelf oplegt,
Met
groot respect kijken naar renners die harder rijden, slimmer zijn en meer
waaier-ervaring hebben.
je
superfit voelen en met relatief gemak 4x 15 minuten iets boven anaerobe drempel
de berg oprijden,
zwaar
verkouden worden en strijd leveren tegen een heersende griep binnen de groep,
Je
helemaal beschompes lachen om hilariteiten die niet op papier na te vertellen
zijn. “Je had er bij moeten zijn”, is in bijna alle gevallen de verdediging.
Maar
in alle aspecten een ongeëvenaard trainingskamp vol hilariteit, discotheca, I
don’t give a foek en progrethie. Iedereen, bedankt!
1-2-2008
Eindelijk
weg uit dit koude, natte land. Eindelijk ongelimiteerd uren kunnen maken zonder
tussenkomst van ‘vervelende details’ als werk en vroeg donker. Twee weken lang
Mallorca, waar het al weken achtereen mooi weer is en februari 7 regendagen
kent. De kans dat het weer omslaat wordt dus met de dag groter... De laatste
dagen op het werk zijn zo hectisch dat ik alle zeilen bij moet zetten om alles
klaar te krijgen voor de vakantie. In januari is duidelijk geworden dat de
‘kras’ in mijn Canyon-frame een scheur is. Na een training van 5 uur is de
scheur onder de tapebandjes doorgelopen, m.a.w. mijn bovenbuis scheurt
langszaam uit. Ik zou mijn frame kunnen laten repareren bij iemand die claimt
(en met goed resultaat) scheuren in carbonnen frames te kunnen repareren. Maar
misschien is het toch veiliger om het via Canyon zelf te doen. Wie weet valt
het onder de garantie. Ik stuur mijn frame (te laat) op naar Canyon Benelux
waar geconstateerd wordt dat de scheur inderdaad door een val gekomen moet
zijn. Niet zo raar, omdat ik er 2 keer erg hard mee gevallen ben (Dolomieten
marathon 2006, Ronde van Brabant 2007). Des te dommer dat ik er zo lang op
doorgereden ben. Een nieuw frame is besteld, maar zal niet meer op tijd in
Nederland zijn.
Ondertussen
heb ik een Cervélo Soloist besteld (Alu) via Gaul! Maar ook hier zijn
problemen: de kleur die Gaul! wilde blijkt niet meer leverbaar in maat 61 en de
afmontage door Veltec kan niet op tijd gebeuren. Cycletrend Groningen biedt aan
om het frame dan zelf af te monteren met mijn oude groep van de Canyon, die net
is opgestuurd. Uiteindelijk, via wat kunstgrepen, is Cycletrend bereidt om mijn
Canyon bij het postkantoor af te halen op vrijdag om 13:00, één dag voor
vertrek. Twee uur later is de Cervélo klaar, en om 18:00 heb ik een fiets... De
zadelpen lijkt lang genoeg. Lijkt, want echt proberen is er niet meer bij (er
moet minimaal 6,5cm in het frame zitten). ’s Avonds moet ik terug naar mijn
werk om het allemaal af te krijgen. Om 23:30 ben ik thuis en kan ik beginnen
met inpakken. Wat een planning...

2-2-2008.
Reisdag. 2h
Ik
loop van de parkeerplaats ‘lang parkeren’ naar de bushalte. Mijn handen zijn
steenkoud door de wind en de sneeuw die op mijn jas blijft plakken. Ik bel
Sjacco, die ook net is aangekomen en vraag of hij een pomp meeneemt. “Die
hebben ze daar toch wel?” Ik besluit de mijne toch maar mee te nemen. Ik heb zo
het idee dat het ‘daar’ helemaal niet zo vanzelfsprekend is dat ze een pomp
hebben.
Ik ben
vergeten om mijn fiets afzonderlijk aan te melden bij Air-Berlin, en omdat er
een aantal fietsen mee gaat is het even spannend of hij nog mee kan. Er blijkt
nog plek en het is de enalaatste horde voordat ik zeker weet dat ik kan fietsen
op Mallorca. Later op de dag komt de confrontatie met de zadelpen.
De
taxi moet naar de middle of nowhere rijden. Ons agriturismo ligt 8 km ten
zuiden van Campos centrum, zo’n 50km van La Palma en er is helemaal niemand. Er
ligt een briefje in houterig Engels in welk huisje we welkom zijn. De sleutel
zit op de deur en binnen loeit een warme lucht verstrooier. De afstandbediening
geeft 30 graden aan. Kortom, het ding zal tot in de eeuwigheid lucht staan
blazen want het wordt natuurlijk nooit 30 graden binnen.
Hoera!,
we kunnen ons helemaal uitleven..., met z’n tweeën... Gelukkig hebben we een
pomp mee. De supermarkt is zo’n 7 kilometer verder, dus dat wordt behelpen. En
als we uit eten willen moeten we in het donker terug, op de racefiets.
We
doen een verkenningsrondje van 2 uurtjes. De hartslag ligt hoog: fucking
vliegtuig. De zadelpen is inderdaad lang genoeg, ik blijk zo’n 2,5cm over te
hebben.
’s
Avonds eten we brood, en om 20:15 liggen we in bed. De nacht van 3 uur hakt er
in. We laten de warmteverstrooier aan staan en slapen tot een uur of 8...
3-2-2008.
3h
We
hebben als blokken geslapen, maar worden beiden met koppijn wakker. Het is veel
te warm in het appartement en met de vliegreis erbij, hebben we veel te weinig
gedronken. Sjacco vindt het appartement maar niks. We doen een verkenningsrit
richting La Palma. In s’Arenal komen wielrenners ons tegemoet. Shit, we zitten
helemaal verkeerd in dat gehucht! Hier hadden we alles omhanden gehad. We
strijken neer op een terras, op nog geen 20 meter van de zee. Langs de
promenade slenteren immigranten op een neer met namaak Gucci- en andere merken
zonnenbrillen. Als we niet reageren, of zoals Sjacco, “man, ik heb al een
zonnebril”, is het ‘he kapitalist!’. Als blijkt dat we echt niet geïnteresseerd
zijn wordt het: “Freunden, marhuana, hashish?”. Ik word er een beetje triest
van: ik wil er niets mee te maken hebben maar heb medelijden met hen. Ik stel
me zo voor dat ze hun leven geriskeerd hebben om de Afrikaanse bakermat te
ontvluchten. Om het geluk te vinden in het rijke Europa. Met behulp van een
krakkemikkig vlot slaagt de oversteek zowaar, en het geluk ligt echt binnen
handbereik: ze hebben immers Europa bereikt. Maar dan begint het besef door te
dringen dat er helemaal geen geluk te vinden is. Ze spreken de taal niet en
hebben geen papiertje van school of universiteit. Ze belandden in de
criminaliteit of krijgen een hondenbaan. Terwijl het merendeel waarschijnlijk
wel de hersens bezit om echt iets te betekenen. Zonde, doodzonde.
Rondom
La Palma zijn de wegen goed maar druk. Waarschijnlijk hebben we er toch goed
aan gedaan ver van La Palma te zitten. Hier moet je met veel meer lokalen,
toeristen, met auto’s en vrachtverkeer, van de weinige wegen gebruik maken.
Thuis
maken we pasta en het wordt “warempel gezellig zonder chica’s”, aldus Sjacco.
De Spaanse TV zendt erg weinig zinnigs uit, en als je geen woord Spaans praat
zoals Sjacco, is het behelpen, al helemaal als je niet stil kunt zitten...
4-2-2008.
3h45

Bij
Felanitx hebben we een fijne berg ontdekt om D3 trainingen tegenop te doen, de
San Salvador. Het gaat goed, de 10 minuten blokken gaan erin als koek. De
haarspelden vliegen voorbij en het hangen in de bocht is een feest.
Koffie
verdient! Het terras met de zon is een feest. Een kop koffie na een training
voelt als Thomas Dekker.
Gespot:
Gert-Jan Theunisse


5-2-2008.
3h30
D1
training naar Noorden. Iets te lang, maar wel mooie route. Mallorca biedt
eigenlijk alles wat een wielrenner nodig heeft in Februari. Tenerife is te
beperkt omdat je altijd die Teide op moet, en 52km klimmen is leuk, maar niet
echt effectief. Gran Canaria heeft veel meer wegen, maar ook daar is het flink
klimmen. De enige grote pre is het weer: het is er eigenlijk altijd boven de 20
graden. Mallorca heeft wat heuvels, vlakke wegen, en een uitgestrekt wegennet,
met in het Oosten echt rustige wegen. Hier zijn dan ook de peletonnetjes te
vinden. In de ochtend komen we ze tegen, in tegengestelde richting: ze komen
allemaal uit La Palma. Dat is dus het grote nadeel als je in La Palma zit: je
moet eerst het dichtbevolkte gebied uit.
6-2-2008.
2h

We
plannen een hersteltraining naar Cala Pi. We hebben ons zelf lekker gemaakt met
het idee dat we de hele dag lekker op het terras kunnen zitten. Kopjes koffie,
beetje flanneren in wielerkleding, mensen kijken. De weg er naar toe is in
ieder geval erg mooi. Licht glooiend en heerlijk rustig. Maar het wordt geen
geflanneer langs de boulevard: 1) er is geen boulevard, 2) alles is dicht. Dus
wordt het een lunch in het enige open restaurant, waar seizoensarbeider binnen
een zware lunch nuttigen. Wij zitten buiten in de zon, kijkend tegen een rij
opgestapelde stoelen. Sjacco wil snel naar huis: het doel is voorbijgeschoten.
Ik heb voor niets boek mee gezeuld.


De
supermarkt in Ses Salines is dichterbij, maar zin er heen te rijden is niet
aanwezig. Dan is zelfs rustig peddelen een opgave. Rustpolsmeeting: 39.
7-2-2008.
4h45

Ik zie
op tegen training vandaag. Krachttraining bergop: word ik er afgereden door
Sjacco? Het duurt iets te lang voordat we berg tegenkomen, dus totale training
te lang, maar wel goed. De krachttraining gaat goed, met 53x14 wals ik naar
boven. Ik heb inderdaad minder explosiviteit dan Sjacco, maar ik probeer het
bij een echte krachttraining te houden. De intensieve training 5x5’D3+1’W
bergop lijkt niet haalbaar, maar we doen het wel. Ik rijd constant op 170-172
en dan de laatste minuut sprinten. 187 is ongeveer wat ik gedachte had, maar
verder dan 177 kom ik niet: vermoeidheid van 3 uur bezig.
Ik
geniet van de vergezichten en bergkammen. Wat een genot om hier te mogen en
kunnen trainen. Zolang het past met het werk is dit toch de perfecte
combinatie?
Gespot:
Rabobank ploeg. Tankink, Moerenhout, de Maar. Zij zijn hier voor de Ronde van
Mallorca.
Steven
belt dat hij mijn 61P3 heeft ingeruild voor een 58. Als het past, ga ik nog harder.
Ik kijk nu al uit naar mei en juni.

8-2-2008:
3h30

4h,
dat is lang, zeker met de training van gisteren in de benen. Ook bijna 2 uur
wakker geweest vannacht. Leek alsof ik niet moe was.
Ik
lijk wat chagerijnig. Route begint met peletonnetje en hartslag op max 110.
Kortom, het gaat te traag. Of ben ik ook vermoeid en krijg ik de hartslag niet
meer omhoog? In de wind fietsen helpt ook al niet. Bij Porto Cristo slaan de
laatsten af, en kunnen we eindelijk los. Via mooie route fietsen we terug en zijn
we in iets meer dan 3h30 terug. Toch 110km op de teller, wat overeenkomt met
36/u... Gemiddelde hartslag 121. Het lijkt echt niet te kloppen. Waar gaat dit
heen?
Het is
alweer zonnig en zo’n 18 graden. Het weer is behalve de eerste dag fantastisch
geweest. Morgen komt Gaul! Ik hoop dat ik me voldoende gespaard heb en me kan
optrekken aan het niveau. Af en toe voel ik me in supervorm en in staat een
klassieker uit de rijden. Soms, als Sjacco er vandoor dendert terwijl we in D1
moeten rijden, denk ik dat ik nog nergens ben.
Om
16:45 beldt Hermann, of ik mijn CDB even wil submitten, voor maandag. Helaas,
werk achtervolgt me tot op Mallorca.
9-2-2008
Na het
compleet CBD invullen voor werk, dachten we nog te kunnen fietsen als Gaul! aan
zou komen, maar het duurt allemaal iets langer dan gedacht. Om ~17:00 met hulp
van Sven Weertman komen we aan in Cala d’Or, waar de rest al aan het fietsen
is. Met auto worden de eerste grote boodschappen gehaald. De dag voelt als een
beetje verloren, maar misschien is een rustdag toch wel goed. We zijn nu met
zijn tienen (Gido, Jabik, Johan, Kees, Klaas, Menno, Roland, Sebastiaan, Sjacco
en ik). Morgen komt John nog na.
We
zitten in 2 riante appartementen. Hier had ik de eerste week ook wel willen
zitten, maar na een nacht slapen kom ik terug van die gedachte.
10-2-2008.
4h45
Slecht
geslapen. De lattenbodem zakt erg door en Leontien van Moorsel heeft me de hele
nacht wakker gehouden met:”Wielrenners weten dat je pas echt goed slaapt op een
goed matras”
Zie
een beetje op tegen de D3 blokken. Een uur D3 is veel. Maar op de berg komt
alleen Jabik me voorbij, waarbij de hartslagmeter naar 189 schiet. Rijdt Jabik
nu ver boven zijn omslagpunt? Het is ongelofelijk wat hij is zijn mars heeft
voor het aantal trainingsuren dat hij heeft kunnen investeren deze winter. Hij
blijkt geen hartslagband om te hebben. Ik kan mijn harder naar boven dan
Sebastiaan van de Meer en Johan Procee. De bergen is wellicht niet de eerste
zijn terrein, de tweede houdt zich zeer strikt aan de trainingsschema’s. De
hoeveelheid rotaties die Johan kan maken is ongelofelijk maar vindt zichzelf
geen aanhanger van Amstrong’s rotatietechniek. Hij is in deze winter zijn
grenzen aan het verkennen. Het staat buiten kijf dat hij per pedaalslag het
minste vermogen trapt. “Als het zwaar wordt en ik de slag weer gemist heb, ga
ik toch weer op de 11 richting de kopgroep.” Brr, een man om in de gaten te
houden. Hij heeft koersen in Belgie en Duitsland gereden en is ook al in Frans
Guiana geweest met het ‘world cycling team’. “Eén etappe ging zelfs richting
Brazilie, aan beide kanten jungle, langs de kant localen met aapjes op de
schouder en overal de geluiden van het oerwoud”. Wat een ervaring, eentje die
ik ook nog wel zou willen hebben.

Klaas
rijdt op een MF-1 van Museeuw. Het is een fantastische fiets. Hij heeft er
wielen onder zitten die per set 850 gram wegen. Dat is kilo minder dan die van
mij. “Met keramische lagers zijn ze nog lichter.” Ze kosten echter ook 4000
euro... Hij ratelt voorbij op z’n Museeuw en z’n carbonnen tubes. Het ziet er
fantastisch uit maar je hoort alles. Vaak is dat mooi, maar soms denk dat het
geheel elke seconde uit elkaar kan vallen.
Kees
en Roland zijn renners die Jabik begeleidt. Ze zijn dan geen elite-renners,
hard fietsen kunnen ze wel. Ze draaien bijna het hele programma met ons mee, af
en toe doen ze hun eigen trainingen.
Ik kan
de hartslag goed rond de 172 houden en begin het idee te krijgen dat mijn
omslagpunt hoger ligt dan ik nu aanhoud (167). Zelfs de 4de keer
gaat redelijk goed en kan ik op mijn omslagpunt blijven zitten, en zelfs iets
er boven zitten voor een tijd (178). Training duurt iets langer dan verwacht
maar ben blij met het resultaat.
’s
Avonds uit eten, in een dorp dat uitgestorven is, maar voor 20 euro een kollossaal
maal op tafel gekregen. Gido zit wat de snotteren bij het avondeten:
”verkoudheidje meegenomen uit Nederland...”. Met John en hem heb ik een erg
leuke discussie over energie, de gezondheidszorg en de vriendjespolitiek in de
top van de ministeries en Den Haag. Het gerucht dat Camiel Eurlings het
rekeningrijden uitsteld om zichzelf er niet aan te branden omdat hij de
gedoodverfde opvolger van Balkenende is, lijkt geloofwaardig, te meer er een
zwaargewicht als PG zit. Zou die meer verdienen dan de Balkenende-norm?
Na een
drankje in de kroeg toch maar huiswaarts gegaan: morgen staat er 5 uur op het
programma...


11-2-2008.
5h
Gido
is ziek. De meegenomen verkoudheid is toch meer dan een verkoudheidje.
Het
bed waarin ik slaap is een drama. Ik word veel wakker, bij elke verligging
voelt mijn rug dat ie bol ligt. Vanavond gaat de matras op de grond en hoop ik
dat het goed is. Training vandaag viel me zwaar, mentaal. De waaiertraining
ging op zich goed, maar het idee dat er 5 uur op het programma stond was niet
goed voor de moraal. Ik wilde met de beentjes stil zitten. Had ook weinig tekst
en werd er alleen maar chagerijnig van. Is dit trainigskamp-moeheid? Ik heb er
immers al 31 uur opzitten. Of is het gewoon te weinig slaap?
Ik
stuur aan op een koffiepauze in s’Arenal, de boulevard van Mallorca. Menno is
een fenomeen. De Nederlands kampioen bij de amateurs-B van vorig jaar is
zeldzaam zichzelf. Zijn eigen steil staat garant voor hilariteit. Tijdens de
koffiepauze maakt hij een hondje helemaal gek door hem na te doen. Het oude
vrouwtje wat hem vergezelt krijgt ‘m maar moeilijk onder controle.
Thuis
regel ik een vezelrijk muesli tussendoortje, en na een koude douche (...) duik
ik het bed in. Om op te warmen, om te kijken of het matras nu beter ligt maar
vooral om even op adem te komen. Als ik in mijn schema kijk word ik wel blij:
morgen een hersteldag. Godzijdank.


12-2-2008
1,5h
Iets
beter geslapen, de lattenbodem is zeker deel van het probleem, maar het matras
is ook erg slechts. Gido heeft koorst en het ziet er niet goed uit. Zou hij
anderen aansteken, of al aangestoken hebben?
Wat
tijd voor mezelf door met de koptelefoon naar muziek te luisteren en wat te
schrijven. Merk dat ik dat ook al nodig heb. Hoe doen mensen dat toch? De hele
tijd ‘onder de mensen?’ Ontbijt: een heel stokbrood. Waar is dat in godsnaam
goed voor, nu we een hersteltraining gaan doen van anderhalf uur?


Wat
een heerlijkheid om zo kunnen fietsen. Waarom die compititiedrang als het zo
ook kan? Met hartslap 100 de berg op, discussierend over de overconsumptie van
energie. Wat spelen met de diepst mogelijke houding. Met een zo laag mogelijke
hartslag zo hard mogelijk.
We
lunchen in de zon. De middag wordt gevuld met fiets schoonmaken en wat krachtoefeningen
op het strand ‘met ontbloot bovenlichaam’. Het is te koud voor het ontblote
lichaam, maar het strand is er wel degelijk. Het ziet er idylisch uit met de
ondergaande zon. Het is een kleine inham, met aan weerzijde villa’s die een
miljoen waard moeten zijn. Aan de einde van de inham ligt een bunker met
schietgat verscholen. Waarom zou je een bunker plaatsen, gericht op de andere
kant van de baai op een eiland als Mallorca?
Tijdens
de oefeningen blijkt maar weer eens dat de linker en rechter lichaamshelft niet
even sterk zijn. Het verschil is verbazingwekkend groot. Spaanjaarden die
uitzicht hebben op het strandje moeten hebben gedacht: “Beam me op Scotty!”.
Tijdens
het avondeten zegt John dat hij als huisarts in de eerste jaren redelijk veel
griep heeft gehad, omdat iedereen met het heersende griepvirus bij hem
binnenkwam. Je kunt je er niet tegen wapenen. Maar na het verstrijken van de
jaren en zoveel virussen van dichtbij meegemaakt te hebben lijkt hij enige
immuniteit te hebben opgebouwd.
13-2-2008
2:15h + 2:15h


Wederom
niet goed geslapen en voel me s’ochtends niet top. John is echt ziek en zegt
resoluut dat hij het niet eens gaat proberen. John Human, zoals hij in ons
select gezelschap wordt genoemd, wordt gegezeld door ziektekiemen. “This is a case for John
Human. Could it be You-man?”, aldus narrator Jabik. Geen splijtende demarrages van John
Hu-man vandaag dus.
Vandaag
staat er weerstandstraining op het programma. Hoe ver kan ik gaan? Ik heb er
erg naar uitgezien, te meer omdat het zondag erg goed ging. Maar ik zie me bij
lange na niet instaat om er een weerstandshartslag uit te persen. Ik neem 2
asperines in de hoop dat het over gaat, maar het hoofd voelt als een wazige
brij. Toch wil ik het niet als excuus aangeven en pas na het ontbijt zeg ik dat
ik het toch wat rustiger aan wil doen vandaag. Ik begin met wat krachttraining
en de benen voelen als pap, de drang om eens lekker tegen die berg op te
hengsten is er helemaal niet en bij hartslagen boven de 140 lijkt het alsof de
luchtwegen blokkeren.
Na 2
sessies voeg ik me toch bij de anderen en draai mee in de groep. Ik kan het
uiteindelijk toch niet laten om een jump te wagen, want ik voel me gaande weg
toch beter worden. Intussen is het hard gaan regenen en iedereen is doorweekt.
De versnelling is er zeker, maar na een minuut blokkeert de machine, de
hartslag tikt 170 aan en wordt met de benen terug op aarde gezet als Sebastiaan
langs komt zetten. Dat zou pas gebeurd moeten zijn als ik al lang aangesloten
zou zijn bij de voorste groep. Ik moet de groep lossen op een klein klimmetje
en alleen, doorweekt en op het tandvlees kom ik terug in Cala d’Or. Ik eet wat
en ga dan snel op bed liggen. Wie weet is het ’s middags beter.
Jabik
vraagt hoe het gaat. Ik voel me beter dan vanmorgen maar wat er nu eigenlijk
scheelt weet ik zelf ook niet. ’s Morgens leek het het hoofd te zijn, op de
fiets waren het de longen. Hij wil liever dat ik de training van vanmiddag
oversla dan dat ik de training van morgen zal moeten missen. Ik besluit dat ik
goed genoeg ben voor een D1 training. Gewoon veel in de wielen rijden, dat is
ook wel een goede training. Zowaar word ik met het uur beter, de waaier is af
en toe aanpoten. Ik zit diep en zit zelfs bij Johan Procee uit de wind. Na
afloop heb ik het idee dat ik morgen, mits ik goed slaap, weer helemaal top
ben. Het humeur is er in ieder geval wel van opgeknapt.
Gido
lijkt aan de betere hand, en gaat morgen proberen mee te fietsen. Ik verhuis
met Gido het bed wat op zijn kamer stond, in de hoop dat dit wel goed ligt. Het
is in ieder geval beter dan het bed wat ik nu heb.
’s
Avonds hebben de rijst met goulash, “de snelste koolhydraten” vergeleken met
pasta en aardappelen. Ideaal dus voor vóór de wedstrijd, met suiker... Pasta
zijn maar middel snelle koolhydraten.
Na het
eten duik ik direct het bed in.
14-2-2008:
5h
Redelijk
geslapen, maar ook dit matras is klote. Waarom maakt niemand anders hier een
probleem van? Iedereen accepteerd het maar en/of neemt er genoegen mee.
Misschien ben ik te verwend geraakt door mijn eigen bed: het is na mijn
racefietsen de grootste investering die ik ooit gedaan heb. Toendertijd een
astronomisch bedrag, maar wel kingsize met een verschrikkelijk goed matras. Ik
heb er elke dag profijt van.
Op het
eerste klimmetje ramt Sebastiaan door zijn ketting: de afstelling laat
duidelijk te wensen over. De hele week is de running-gag al een immitatie van
een zeer goed bedoeldende renner/trainer die wat slist. Het sleutelwoord is
‘progrethie: Ik heb thóveel progrethi geboekt.’ De intontatie moet wat
verwijft. Na de mistrap van Sebastiaan komt er verwijfd uit:
”Ik
heb thóveel progrethi geboekt dat ik mijn kething doormidden thrap”
De
opeenvolging van gekraak van de ketting met een verwijfd stemmetje dat doodleuk
zegt dat ie progressie heeft geboekt is teveel voor mij. Ik bestier het van het
lachen en kom al kuchend, hoestend en lachend de klim nauwelijks meer op.
De
D3-training gaat me redelijk af: ik kom maar even richting mijn omslagpunt,
maar dat is het effect van een 1 week trainingskamp. Ook wil ik niet alles
forceren, met het risico dat ik alsnog een terugslag krijg. De luchtwegen
voelen niet vrij, maar het voelt alsof het net kan. Ik start later dan Jabik en
Johan, maar het gat wordt niet echt groter. Hun relatieve hartslagen liggen wel
dichter bij de omslagpunten en hebben gisteren een wel wat zwaardere training
gedaan, maar ben er best tevreden mee. Wederom begin ik me, hoe verder de
training vordert, beter te voelen. Jabik gaat “morgen alleen nog maar
herstellen, en overmorgen ook”. Ik denk dat ik morgen ‘nog wel iets in het vat
heb zitten’, zoals de training omschreven staat.
Het
restaurant “Quo Vadis”, waar we dagelijks eten heeft vandaag spagetti met
gehaktballen in tomatensaus op het menu staan. “Er zijn een aantal mensen die
een standbeeld verdienen en deze restauranteigenaar is er één van”, vind Jabik.
De man, tevens ober in zijn eigen restaurant tovert elke avond fantastische
porties op tafel, á 8 euro...
Johan
is in gedachte bij een familie uit de jaren ’50, ergens in de wat achtergestelde
delen van het land, waar de gehaktballen op zijn bord geschept worden: “Mamma.
wie is toch die man die donderdag zijn ballen op mijn bord legt”
Menno
filosofeert over zijn ballen op zijn bord. “Hmm, gehaktballen... creatief met
ballen”. Na een korte stilte, alsof zijn geest naarstig heeft gezocht naar de
juiste insteek hoe er dan wel creatief met ballen gedaan kon worden, komt er
plots een fris antwoord:
“Ik
heb nog nooit zo genoten als toen met jou snor tegen mijn kloten”. Dit wordt
vervolgd door andere politiek incorrecte taal die een herhaling niet waard
zijn. Het gesprek went zich uiteindelijk richting de dopingperikelen ‘uit
eerste hand’. Het is een aaneenschakeling van verhalen en geruchten, maar
allemaal uit eerste hand of van dichtbij de bron. Hoe waar zijn ze en hoe
bewijs je ze? De echte dopingsdiscussie wordt uit de weg gegaan. En ook ik heb
er geen zin in. Het verhaal is altijd hetzelfde en we weten er uiteindelijk
toch te weinig van.
15-2-2008
3h30

Het
regent. Ik wil erg graag nog iets intensiefs doen, maar het hoofd wil niet echt
mee werken. In godsnaam! Verkoudheid! Verlaat me! Nu! De benen voelen wel goed.
Straks toch maar op de fiets en kijken hoe het gaat: gisteren werd het ook
alsmaar beter naarmate de training vorderde.
De
bakker blijkt ook volkorenbrood te hebben. Wat een verrukking na al dat witte
stokbrood. Ik zit intens te genieten van mijn sneetje volkoren met ham.
Klaas
blijkt gisteren een van beugels van zijn stuurpen gebroken te hebben. Sven komt
langs, met zowaar een stuurpen. De man is van alle markten thuis en regelt
alles. Maar de Museeuw heeft een iets andere diameter en het wordt nog een
moeilijk verhaal om alles aanelkaar te krijgen. “Tie-raps” blijkt het
toverwoord hier...

Na een
uurtje herstel en wat krachtoefeningen op de grote plaat splits de elite-ploeg
zich af voor nog wat ‘redelijk intensieve’ oefeningen. Jabik, Sebastiaan,
Johan, Menno en ik dalen bij Porto Colom af om een andere weg weer naar de
hoofdweg te klimmen. Jabik voort langzaam het tempo op, maar ik heb me
voorgenomen om er niet meer af te moeten. Ik mag dan wel niet 100% zijn, zij
hebben er 1 zware training meer op zitten en ik vind dat dat elkaar
compenseert. Ik blijf in zijn wiel en halverwege D2 kom ik boven.
De
volgende afdaling dalen kop over kop, hard naar beneden. De klim begint op het
grote blad en ik heb het snel zwaar. Menno moet lossen, en Sebastiaan moet een
kopbeurt passen. Maar Jabik en Johan geven geen krimp en halverwege de klim zit
ik hardop te steunen. Ik zal de top nooit met die twee bereiken. Ik vloek
hardgrondig, moedig me zelf hardop nog een keer aan, maar 10 seconden later is
het echt voorbij. Godverdomme, ik word er hier gewoon afgefietst! Ik voel de
mentale tik hard aankomen en zwaar ontgoocheld peddel ik naar boven. Boven
verklaart Jabik dat ik minder hard moet overnemen, “als je denkt dat je niet
kunt, laat dan lopen.” Nu werd er het hardst gefietst als ik op kop zat. Het
zijn mooie woorden en erg goed bedoeld, maar ik kook van binnen. Ook de tweede
beklimming moet ik er bij de eerste de beste versnellingssteek van Sebastiaan
alweer af, en ik gooi als een verongelijkt kind de handen in de lucht: Laat ook
maar. Die derde keer kan me gestolen worden.
Toch
draaien we nog een keer naar rechts en dalen we nog een keer kop over kop af.
Ik laat de anderen iets meer kopwerk doen, Johan en Jabik draaien weer
onverstoord door. Halverwege de klim zit ik er nog wel bij, maar daarmee is het
ook gezegd. “He! Concentreer je. Tegen dat wiel!” Alsof ik wakker geschud
wordt, snauwt de stem van Jabik in mijn oor. Er zwaait wat als ik dat wiel van
Johan niet houd. Ik stamp er heen, en zorg ervoor dat ik het aan een touwtje
heb. De ogen tunnelen omhoog, door de bocht en ik zie de hoofdweg. “Vast
houden!” Johan houdt het tempo hoog, maar ik wijk niet. De arme jongen rijdt nu
al zo lang op kop. Zonder reden stamp ik er op een gegeven moment langs, en
gooi het vermogen omhoog. “Houd vast!”, snauwt Jabik, “alles!!”, ”gassen!!!” Ik
weet niet waar ik het zoeken moet, maar verslappen kan niet, het mag niet, er
mag er niemand meer langs. Geen idee of Jabik het kan of niet, maar hij doet
het niet. Ik probeer een versnelling lichter om de sprint op een hoger
frequentie te gooien, maar dat is een slecht idee. Terug naar een tandje
zwaarder, en sprint naar de hoofdweg. “Goed gedaan man!”, en Jabik tapt me op
mijn rug. “Alle credits naar jou meneer”, denk ik. Sjonge, wat zit het bij mij
tussen de oren.
“Jezus
waar haalde je dat vandaan? Het had weinig meer met fietsen te maken, maar wat
een vermogen.” Het doet me deugd, maar krijg de toon van ‘een goedmakertje’
niet weg. Ik fiets richting Jabik en klop hem op de rug. Man, hij moest eens
weten hoeveel hij meer uit mij haalt als ik zelf ooit had kunnen halen. Hij
verdient een dikke vette pluim, ik moet alleen nog verzinnen wat voor een.
Sebastiaan
kan er niet over uit. “Vandaag is de dag dat het bloemenmeisje, een
bloemenvrouwtje is geworden”. “O?”, vraagt Menno, die ook weer aangesloten is:
”door wie?” “Nou hij heeft in ieder geval zo hard zijn zadel in zijn aars
gedrukt dat hij daar geen maagd meer is”.
“Mister Lafleur, with power in his
legs”, zingt Jabik. “And a brain like butter”, voeg ik er aan toe. “And a brain like butter”, herhaalt Jabik. Het is de spijker op zijn kop,
want tijdens de tweede klim dacht ik eigenlijk hetzelfde als in de 3de,
maar toen liet ik het lopen, terwijl ik nu 5 seconden langer bleef kleven, en
wel mee kon blijven gaan, sterker nog, daarna nog kon versnellen.
“Hier
ga ik vanavond een glas wijn op drinken.”, verklap ik. “Ooo! Dimitri gaat aan
de drank vanavond!”
In de
afdaling naar Cala d’Or reikt Johan me een klein flesje Túnel aan, de lokale
absint van Mallorca. Ik krijg het laatste deel. Waar kwam dat nu weer vandaan?
Lokale champagne nippend, en met de endorfine door de aderen, laten we ons naar
Cala d’Or glijden. We voelen ons geweldig. “Wat een gave training zeg”, aldus
Sebastiaan.

’s
Avonds gaat het helemaal mis: in plaats van het geplande glaasje wijn voor het
overschreiden van mijn mentale grens moet er na het eten nog naar het café
gegaan worden. Na wijn, geen bier. Maar de pullen zijn al besteld en ik laat me
mee slepen door de groepsdruk. Na een pul of 2 weet ik dat ik moet stoppen.
Mijn lichaam is dit helemaal niet gewend. Toch blijven de pullen komen en voel
me weer student. Zo voelde dat toen ook, en was het de gewoonste zaak van de
wereld. Nu voel ik dat een barrière over moet, en er echt overheen kom ik niet.
We
gaan op zoek gaan naar meer vertier, er zou ergens een live band spelen. We
waggelen door de lege straten van Cala d’Or en het café waar de live band zou
zijn blijkt niet eens open. We waggelen zonder echt te weten waarheen richting
appartement. Aan de andere kant van de straat komt een meisje in haar eentje
onze kant op. Menno loopt een beetje alleen achter ons aan. ‘Olá’, zegt hij.
Het volgende moment dondert hij achterover over een heg struiken van een
restaurant tussen de terrastafeltjes. Jabik heeft het niet meer, en zakt
letterlijk door zijn knieen van het lachen. “Ze zei olá”, probeert Menno nog.
Werkelijk, ongeëvenaard. “Laten we gaan zwemmen!”, stelt Menno voor. Jabik is
er voor in. Mij lijkt het geen goed idee: het is dé manier om echt ziek te
worden. Toch duiken Menno en Jabik echt de zee in, en verklaren dat het lekker
was. Met alcohol is alles lekker.








16-2-2008
Ik
voel me slecht. Erg slecht. Koning Koppijn regeert en ik kan braakneigingen
maar moeilijk onderdrukken. Ik had me niet in kunnen denken dat ik een
trainingskamp zo slecht en brak af zou afsluiten.
De
laatste de dag wordt gebruikt om wat uit te fietsen en een fotosessie te doen
bij Cap de Ses Salines. Gelukkig maar, meer zit er ook echt niet meer in, noch
in mijn benen, noch in mijn hoofd.




Op het
vliegveld wordt de brakke dag afgesloten met een bezoekje aan de Mac. Daar pas
ik voor.
