Een turbo van 3 kilomter!


Een verslag van de Prix des Grand Rousses, 4 juli 2007, cyclo over 40km, Bourg d'Oisans, Frankrijk


04-07-2007 Ik ontbijt om 7:00 en de eigenaresse van de chambre d'hôtes heeft zowaar pâté klaar gezet. We praten wat over fietsen maar ik ben toch vooral met de tijd bezig. Ik wil op tijd bij de start zijn om tijd genoeg te hebben om in te fietsen.

Bij de start blijkt le prix een cyclo-randonneur te zijn, wat zoveel inhoud als geen echte wedstrijd. Er is wel een tijdsklassement maar geen officieel klassement. Het heeft alles te maken met de vergunningen die de organisatie dit jaar niet gekregen heeft (of niet willen hebben) en het feit dat het verkeer normale doorgang heeft. De motivatie zakt wat, en beschouw het maar als een mooie training. Omdat het uitdelen van de nummers allemaal wat lang duurt spring ik eerst op de tacx. Ik wil een half uur warm gereden hebben. Met de koptelefoon op trek ik veel bekijks op een parkeerplaatsje vlakbij de start. Er is verder niemand die het zo aanpakt. Iedereen rijdt zijn of haar rondjes langs de weg naar Bourg d'Oisans of richting de Lauteret.
Aan de start staan zo'n 120 mannen en zo'n 3 vrouwen. Een renner in een Gaul-pakje valt me op. Zijn gezicht komt me niet echt bekend voor maar ik denk hem al eerder ergens gezien te hebben. Het kan niet anders of dat is Feike Loots. Na de start positioneer ik me voorin, maar de snelheid zint de benen niet. Een tandje terug zou wel lekker zijn. Na een paar honderd meter begint de Alpe al. Het Feike roept iets tegen een vriend van hem in de trand van 'lichter he'. Daarna roffelt hij er zelf vandoor. Even sta ik perplex van zijn snelheid. Ik probeer even mee te gaan maar besef snel dat dat stom zou zijn. Nooit forceren in de eerste vier bochten van de Alpe. Langs me heen vliegt een klein peloton met Loots mee. Ook renners waarvan ik vind dat ze er minder sterk uitzien dan ik. 'Ik moet daar toch mee mee kunnen?' Toch willen de benen niet harder, sterker nog, na 4 bochten moet ik concluderen dat ik me wel heb opgeblazen op de eerste vier bochten van de Alpe. In La Garde moet ik terug naar de 39x24 en zit overdreven met mijn hoofd te schudden, alsof alle camera's die hier stiekem toch aanwezig zijn, moeten zien dat ik naar boven rijd in een tempo mij onwaardig. Achter me komt langzaam het volgende pelotonnetje dichterbij. Even schakel ik bij, de hartslag kruipt naar 170 maar schakel na 2 minuten weer terug. 'Dit heeft geen zin, ik kan beter omkeren. Ik kan het beste voorkomen om in de uitslag voor te komen.' Toch fiets ik door: hoe hoog kan ik eindigen met slechte benen? Het kan alleen maar beter gaan tijdens de Marmotte. Gelijdelijk zakt de hartsslag naar de 162, maar het is allerbehalve een fijne beklimming. Dit was waarschijnlijk de enige kans om een snelle tijd op de Alpe neer te zetten: tijdens de Marmotte gaat het niet lukken en de kans dat ik voor die tijdrit hersteld ben is ongeveer 0. De enige echte tijd die ik heb staan is 58'5" voor het officiele tijdritparkoers, en dat was 2 jaar geleden. Steeds meer mensen passeren me en de motivatie zakt met de minuut. Weer komen er Rolls Royces naar beneden rijden, met hun afschuwelijk stinkende motoren. Het enige wat ik kan doen is inademen door de neus en uitademen door de mond, met een grimas erbij die duidelijk maakt dat ik hier niet van gedient ben. Goede kans dat de bestuurders het uitleggen als:'zo, kijk hem eens afzien.'
AlpeDHuezS (4K)
De bochten volgen zich in rap tempo op. Zonder enig besef ben ik bij bocht 7 gearriveerd en worden de hotels van Alpe d'Huez bijna zichtbaar. Het zicht is niet bijster goed: het is gaan regenen en het wordt kouder. Misschien kan ik na de laatste bocht een klein beetje versnellen? Dan maken we toch iets van een training van. Ik word in bocht 1 bijgehaald door iemand waarvan ik vind dat hij een mindere klimmer is dan ik. Ik schakel bij en rijd bij hem weg. Hij klampt aan en ik heb alweer spijt van mijn 'demarrage'. Nu moet ik hem wel voorblijven, maar ik ben er niet van overtuigd of ik dat ook wel kan. Ik volg de 'PR' pijlen en rijd het rondje in Alpe d'Huez. Het regent lijkt door te zetten, en het is nu echt koud: de thermometer wijst 4 graden aan. Ik moet zo snel mogelijk naar beneden, voor de bui de afdaling af zijn. Ik zet aan en rijd nu echt weg bij een ietwat gedesillusioneerde man, waarschijnlijk bevangen door de kou en het troosteloze schouwspel op de Alpe zo rond 10:00. Het route komt niet over de finish van de officiële tijdrit maar met alle extra bochten schat ik dat ik in 54' over die streep gepasseerd zou zijn. Het verbaasd met een beetje, zeker gezien een ronduit slechte begin.
PrixGR_1 (73K)
Ik duik de afdaling in, en heb na 2 bochten de eerste renner al te pakken. Hij gaat werkelijk vierkant door de bochten. Het lijkt er meer en meer op dat fietsers in de Alpen veel slechter dalen dan in de Dolomieten. Is dat omdat er domweg meer fietsers zijn in de Alpen of ligt het aan het type fietsers? De route duikt naar beneden die de alternatieve kant, goed dat ik die dus heb verkend. Na Villard-Reculas raap ik de tweede renner op die bijna stilstaat in de regen. Langs de weg stapt een derde de auto in, die blijkbaar genoeg had van het slechte weer. Met de rug horizontaal ram ik langs het stuurmeer tegen de wind in richting de voet van de Vaujany. Ook hier passeer ik renners alsof ze stil staan, alsof ze bang zijn voor de klim en alle energie die ze hebben willen sparen voor de laatste helling. Snel heb ik een ritme te pakken en trek mezelf naar boven. Het idee dat over 4,6 km het allemaal voorbij sterkt me dat ik het wel zal volhouden. Daarnaast denk ik dat ik de laatste kilometer, vanaf de bocht dat je Vaujany kunt zien liggen, voluit kan gaan dus het is nog maar 3,6 km. Bij het eerste dorpje zie ik een haarspeld boven me nog meer renners fietsen, waaronder Henri XXX die tijdens de Trois Ballons geen meter kopwerk deed. 'Die pak ik', print ik mezelf in met een stelligheid die ik ervoor nog niet had gevoeld. De hartslag loopt naar de 160 en ik merk dat ik de finale al enigzins heb ingezet. Bij het ingaan van het laatste dorpje voor Vaujany schakel ik zwaarder en zet ik de turbo erop. 'Te vroeg', denk ik. Het idee was om dat te doen nadat ik het dorpje uit was. De weg gaat met 9% omhoog en ik zet te vroeg de turbo erop, dat is vragen om problemen. Als ik het dorp uit ben en na de bocht Vaujany en een volgende renner voor me zie geef ik nog een keer gas. De hartslag vliegt naar de 170 en ik pers er alles uit wat er in zit. Voor Vaujany heb ik de persoon voor me te pakken en in de sprint heb ik hem zeker te pakken. Ik wacht tot ik het doek zie, maar tot mijn grote schrik is er geen doek. Verdomme, waar is die finish? Ik houd druk op de pedalen, ook omdat ik niemand meer langzij wil laten komen, maar ook omdat deze pijn snel afgelopen moet zijn. De pijlen op de weg 'PR' blijven zich herhalen en de weg zwalkt het dorp uit, zonder een indicatie dat de finish inzicht is. Een bordje met 'la Villette 0,5' flitst voorbij. Het zal toch niet? De hartslag piekt op 174 en ik moet een tandje terug. Mijn metgezel denk er ook zo over, en blijft in mijn wiel zitten. Ik hap naar lucht en zolang er niemand van achteruit komt kan het even wat langzamer. We rijden 'la Villette' binnen, en 3 haarspelden later ook weer uit, zonder dat we een finishdoek zijn gepasseerd. Hoelang moet ik dit nog volhouden? Hoe lang houd mijn metgezel dit nog vol? Ik dwing hem de kop op als ik zie dat de weg enkele honderden meters kaarsrecht naar boven loopt. Direct zakt de snelheid, godzijdank. Even haal ik adem, en zakt de hartslag. Na een flauwe bocht zie ik iets wat op een doek lijkt. Het is dezelfde doek die er gisterenmiddag hing, het moet wel de finish zijn. Ik schakel twee tandjes bij en sprint weg. De hartslag piekt weer op 174, en passeer de finish met een seconde voorsprong op mijn metgezel.

Vaujany (8K)
Wat een klote-klim! En wat een onaangename verrassing dat de finish nog zo ver was. Toch ben ik onder de indruk van mijn turbo: in plaats van de verwachtte 1km houd ik die 3 km vol, en ben in iets meer dan 28 minuten naar boven geklommen. Dus als het moet ben ik tot veel meer in staat. Dit soort uitspattingen heb ik in de Dolomieten ook nog niet gebruikt. Onbewust zweven mijn gedachten naar de Marmotte:'Waarom denk ik toch steeds dat een plek bij de eerste 20 mogelijk is?'

Ik keer direct om, en daal af. Het is verschrikkelijk koud en het regent aan een stuk. De auto staat in Bourg d'Oisans, toch nog zo'n 15km fietsen. 'Als ik maar niet ziek word.' Naarmate ik dichterbij de voet van de Vaujany kom worden de hoopjes mens die de fiets besturen ellendiger.
Bij de auto gooi ik zoveel mogelijk natte kleding uit en trek mijn lange wielershirt aan. Dat doet veel goeds. Ik merk dat ik de tijdsregistratiechip in alle consternatie vergeten ben in te leveren. Omdat ik benieuwd naar mijn tijd rijd ik toch weer naar boven, waar ik 2km voor de finish de laatste deelnemer passeer, compleet met bezemwagen en zwaailichten. Deze mijnheer zit al 3 uur op de fiets en heeft alle koude en regen doorstaan. Een diepe buiging is op zijn plaats.
Ik blijk 10de geworden te zijn, waar ik ietwat verbaasd, trots op ben. Ondanks een zeer matige Alpe, toch nog 10de, 9 minuten achter Loots. Als je dat vermenigvuldigd tot een Marmottetijd, eindig ik tussen op 6h30. Zie je wel, het kan echt. Maar ik moet nog niet denken aan het idee dat ik nog een keer zo lang zo diep moet gaan. Ik zou het nu niet kunnen. Heb ik dat er wel voorover om 6h45 te rijden?

In de chambre d'hôtes neem ik een lange douche en lig de rest van de dag op bed.
's Avonds ga ik eten bij de plaatselijke pizzeria l'Etappe, waar twee Nederlanders elkaar proberen te overtuigen dat ze slechter getraind hebben dan de ander, en meer gerookt en meer gedronken. Het indekken tegen het mogelijke afstappen begint. HF (58K)
Uitslag2007 (10K)
DauphineLibere-20070706_1 (229K)
Dauphiné Libéré, 6 juli 2007