Trainingsweek Marmotte


Verslag van trainigsweek voor de Marmotte, 2-6 juli 2007, Alpen, Frankrijk


02-07-2007
Ik heb helemaal geen zin om te gaan rijden. Ik heb slecht geslapen: de wedstrijd heeft zich nog een aantal afgespeeld, als een mooie droom, die ik toch echt heb beleefd de dag ervoor. Om 7:30 zit ik aan het ontbijt en tracteer mezelf op een grote bak met fruitmuesli. Ik speel met de gedachte om de Stelvio nog te gaan beklimmen, als een herstelrit welliswaar, maar ik zit er nu zo dichtbij dat het zonde zou zijn om het niet te doen. Maar ik ben toch te laat vertrokken om het echt te gaan doen, en het blijkt toch een omweg om er te komen. Het regent verschrikkelijk hard tussen Trento en Milaan. Donkere wolken zijn een duidelijk voorteken maar op de snelweg is het echt oppassen geblazen: het zich is miniem, de ruitenwissers kunnen niet snel genoeg om het water af te voeren zodat je wel iets kunt zien. De Italianen seinen direct met de alarmlichten dat het gevaarlijk is om hard te rijden en met 50 rijden we met z'n allen over de snelweg. Enkele delen staan zo onder water dat zelfs met 50 aquaplanning mogelijk is. Rond 21:00 kom ik aan in Allemont aangekomen. Ik ga direct naar bed - moe van de reis.

03-07-2007
Het ontbijt bestaat uit brood en jam. Blijkbaar kennen de Fransen uit deze streek niet de gewoonte om met kaas en vlees te ontbijten. Ik vraag om wat ham, wat vragend wordt beantwoord met "voor bij het ontbijt?". Ik krijg spek geserveerd wat ik niet kan laten staan uit beleefdheid, maar wat niet is wat ik zou willen hebben.
Ik heb in Italie weer een chambre d'hôtes geboekt, deels uit noodzaak, deels omdat de ervaring in de Vogezen, ten tijde van de Trois Ballons, zo goed was. Uit noodzaak omdat alle hotels in de omgeving van Bourg d'Oisans uiteraard al lang volzitten. De kennismaking met de eigenaar is wat onwennig. Ze is wat schuchter en ik ben ook niet de doorsnee toerist die voor de chambres d'hôtes gaat. Zij zit tussen de bomen net buiten Allemont met wat geiten en een hond, ik ben hier uitsluitend om 2 wedstrijden te fietsen. Zij wil de toeristen andere mogelijkheden bieden dan die een hotel ze biedt, ik wil slechts een bed en een douche. Wat betreft kan ik beter een appartement nemen; die optie heb ik niet voldoende overwogen. Net als de eigenaren van de chambres d'hôtes in de Vogezen is zij vroeger boer geweest maar heeft haar land verkocht. Paradoxaal genoeg krijgt ze nog steeds een tegemoetkoming van de regering omdat ze ooit boer is geweest. Ze is hier vorig jaar mee begonnen en is nog lerende: Ze is overspoeld met telefoontjes voor boekingen in het weekend van de 7de juli, het weekend van de Marmotte, maar had al een hele vroege boeking staan van een familie, die zaterdag aankomen. Volgend jaar zal ze dat zeker anders doen: de prijs per kamer kan dat weekend wel omhoog.

Daarna vertrek ik voor een herstelrit die ook meteen de verkenning is voor de Prix des Grand Rousses. Ik rijd de Alpe op met 39x27, en geniet van het langzame tempo. Het enige wat het plezier enigszins wegneemt is de uitlaatdamp van een af en toe passerende Rolls Royce. Er is een niet aflatende optocht van oude Rolls Royces van de Alpe naar beneden. Het is de Centennial Alpine Tour - een optocht van de Alpen naar de kust van Rolls Royces om het 100-jarig bestaan vieren van Rolls Royce: als ze een toeristische route volgen, toch een tocht van zo'n 450km. Rolls Royce zelf heeft een nieuw type in productie genomen om dit heugdelijk feit te vieren: de 100EX, gebaseerd op de carrosserie van de Phantom Silver Ghost. Deze Phantom Silver ghost genereert een CO2 uitstoot van 385g/km, oftewel bijna 4 ons per kilometer. De EU heeft in haar planing voor de een lange termijn (2012) staan dat een auto dan gemiddeld 120g/km mag uitstoten, een reductie van 25% ten opzichte van het huidige niveau. Ik heb werkelijk geen idee hoe ze dat wil bewerkstelligen, zo lag dit soort auto's nog steeds rondrijden. Schwarzenegger heeft drastische maatregelen aangekondigd om de CO2 reductie door te zetten in California. De maatregelen zijn zo stringent dat oldtimers geen kans meer krijgen om op de openbare weg te verschijnen en kan ook het einde betekenen voor de 'gas-guzzels' zoals de SUV's. Het legt autofabrikanten met het hoofd op het hakblok om oldtimers en SUV's maar aan te passen dat ze wel voldoen aan de groene milieuwetten. Oldtimers zijn gevrijwaard van CO2 keuring. Nu deze stoet me voorbij komt vraag ik me werkelijk af waarom: de stank is ondragelijk. Ik kan me niet voorstellen dat de oude Silver Ghost, het type waar het Rolls Royce sprookje in 1907 mee begon, minder uit stoot dan de Phantom Silver Ghost met zijn 385g/km. Eén zo'n auto stoot tijdens deze tocht 385g*450km=173kg CO2. Ik kan het me nauwelijks voorstellen: CO2 is een gas: hoe kan je in 450 kilometer 170 kilo aan gas uitstoten? Dat zijn toch astronomische hoeveelheden?
Rolls-Royce_Silver_Ghost_at_Centenary (67K) RRSilverPhantom2007 (130K)
De Phantom Silver anno 2007 en rechts de Silver Ghost uit 1907

Een enkeling zwaait naar de naar boven komende fietsers. Als ze eens zouden weten hoeveel afgunst wij hen passeren dan zouden ze niet zo vrolijk zwaaien. Het enige wat ik voor mezelf kan doen is via de neus inademen, en uitademen via de mond en hopen dat de trilhaartjes in mijn neus en luchtpijp iets van de lucht filteren zodat niet alles mijn longen binnen dringt.
839813_Screen-RollsRoyce (19K) Griffe_Alpe02 (14K)

Ik passeer halverwege 3 Italianen die complementeren met mijn tred. "Que fisico!, Schleck!". Dat laatste vleit me in eerste instantie, maar vraag me af hoe ze de link hebben kunnen leggen met Luxemburg. Als ik gepasseerd ben praten ze verder over X-benen. Fiets ik met iets X-benen, inderdaad net als Schleck? Dat heb ik zelf nooit zo opgemerkt. Ik kijk naar mijn tred maar krijg geen sluitend antwoord. Ik beklim het laatste stuk via de alternatieve kant, die ik nog nooit heb gefietst, maar misschien passeert de Prix des Grand Rousses wel deze kant. Hij is iets minder steil en dus iets langer. Ook is het veel minder druk en de vergezichten zijn er even mooi.
IMG_4939_1 (104K)
Fris kom ik boven en daal via Villard-Reculas af. Villard-Reculas is een klein dorpje met smalle straatjes. Moet hier morgen de prix des Grand Rousses doorheen? Wat nu als er nog een peloton bij elkaar zit? Dan wordt het dringen. Na Villard-Reculas sust de afdaling je bijna in slaap. De rechte stukken zijn lang en de snelheid is hoger dan je verwacht als er een bocht aankomt. Alsof de bebossing je de wil ontneemt om in de remmen te knijpen. Beneden fiets ik richting de afslag naar Vaujany. Maar als de na de eerste bocht de weg steil omhoog gaat heb ik geen zin meer. Ik neem aan dat alleen het eerste stuk zo steil is, en de weg 5 kilometer omhoog tuft richting Vaujany.
's Middags tuf ik alsnog de Vaujany omhoog met de auto, vooral om mijn startnummer op te halen. Op de website staat i.i.g. te lezen dat ik dat de middag ervoor kan ophalen. Ik ben onaangenaam verrast door het stijgingspercentage. Het is continu 9 à 10%. Dat wordt pijnlijden morgen. In Vaujany regent het en het dorp doet troosteloos aan. Het ligt op 1230m en ver van alles zo lijkt het. Uit de rotswanden komen grote hoeveelheden water naar beneden. Door de regen en wind hoor je het vallende water niet wat het sprookjesachtig maakt. Tergend langzaam valt het water door de lucht tot het een volgende uitstekende rotswand bereikt. In Vaujany is geen rugnummer te halen, dat kan alleen aan de start op de parkeerplaats bij de afslag Alpe d'Huez in Bourg d'Oisans, vanaf 7:30. Kortom, de organisatie van deze Prix des Grand Rousses is wat gebrekkig.

5-7-2007
Als ik om 6:00 wakker word wil ik eigenlijk opstaan. Omdat de Marmotte om 7:15 van start gaat moet ik er weer voor zorgen dat ik vroeg genoeg wakker ben om mijn lijf te laten wennen aan het wakker zijn. Maar gisterenavond lag ik er te laat in, dus ik heb zeker nog niet voldoende geslapen. Ik kan natuurlijk vanmiddag een dutje doen, en zo mijn rust pakken. Ik zie mezelf het nog niet doen, maar sta toch op. Ik kijk een film en pruts wat aan mijn verhaal over de Dolomieten marathon. Ondertussen voelen de benen aan als pap. Mijn lijf heeft gisteren behoorlijk geleden. Vandaag moet er een heel rustig herstelritje op het programma staan, anders wordt het niets met die Marmotte.
"C'était comment la course hier? Ça allait?"
"Ouay, c'était pas mal. J'étais diezième. Il faisait froid sur l'Alpe."
"Et combien participaient?"
"Je crois il y avait cien, cien-dies. Mais ça dit rien, la qualité etait haute".
De eigenaar van de chambre d'hôtes heeft moeite haar teleurstelling te onderdrukken. Tiende worden in een koers met honderdtien deelnemers, dat is ongeveer hetzelfde als vierhonderdste worden in de Marmotte, waar er 8000 mee doen. Ik probeer haar nog te overtuigen met de zin dat de kwaliteit meer zegt dan het deelnemersaantal, maar het lukt niet. En dat terwijl ik echt trots ben op mijn tiende plek.
Tijdens het ontbijt komen we te praten over energieconsumtie. En probeer haar de Gaia theorie van Lovelock uit te leggen en waarom hij vindt dat we als de sodemieter naar kernenergie moeten overstappen om op de korte termijn iets te doen aan het broeikasprobleem. Pas als kernfusie ver genoeg ontwikkeld is, in zo'n 20 jaar hebben we echt iets waar we duurzaam mee verder kunnen. Ik heb moeite om argumenten te verzinnen die Lovelocks argumentatie kunnen weerleggen.
Haar mond valt open, waarmee haar onbegrip zonder een woord gezegd te hebben maar al te duidelijk is. Ik voorzie een waterval van groene argumenten, verweven in een web van zon-, wind- en andere duurzamen energie. Maar er komt een heel ander argument naar boven: de controle die de regering zou krijgen op het energienetwerk. Als kernenergie de overhand krijgt, zal de burger helemaal niets meer te kiezen hebben. De regering kan doen en laten wat ze wil.
Dit had ik niet verwacht. Waarom is ze zo wantrouwig naar de regering toe? Het is me al vaker opgevallen dat de Fransen proberen om zoveel mogelijk macht bij de burger te krijgen als mogelijk, "omdat de regering toch niets doet", of "de regering toch alles kapot maakt". Niet de terroristen is de belangrijkste reden om kernenergie niet als oplossing te zien, maar het feit dat het gecentraliseerd wordt (wellicht omwille van de terroorstische dreiging als kernenergie geprivatiseerd wordt).
Mijn Frans begint me nu in de steek te laten. Ik kan mijn argumenten niet snel genoeg meer op tafel leggen, te meer omdat mijn hersens in het Frans denken, met de gebrekkige woordenschat die ik heb. Het is een groot nadeel als je geleerd hebt om niet te vertalen in je hoofd, als je woordenschat te klein is. Pas later bedenk ik me dat een zeer significant deel van de energie in Frankrijk wordt geleverd door kernenergie. Blijkbaar is er nu al een grote angst voor te gecentralisserde energielevering.
Het gesprek verlegt zich langzaam naar pijnpunten dichter bij huis. We hebben het over de versplintering van het toerisme in de Alpen. Over de onvrede van de lokale bevolking over het beleid en onwil om geen fietspad weg van de hoofdweg aan te leggen omdat daar de lokale machthebbers nu eenmaal hun paarderennen hebben. Over de duistere connecties van de oude lokale politieke garde met de lokale onderwereld (van de bodyguard van de oude burgemeester was het een publiek geheim dat hij handelde in drugs, en dat hij wapens verschuilde in de kooi van een tijger in zijn schuur). Over de immigratieproblematiek die Nederland had en waar Frankrijk nu voor staat. Maar helaas laat ook hier mijn Frans mij af en toe in de steek, en als de discussie zich echt toespitst kan ik niet meer duidelijk maken wat ik nu bedoel. Jammer, en ik zou willen dat ik in Frankrijk een baan zou vinden om zo mijn Frans te kunnen verfijnen...
En om dagelijks in de Alpen of Pyreneen te kunnen trainen. Het hoofdkantoor van Total staat in Pau...
Ik sta voor de beslissing om of een vlakke hersteltraining te doen, of de Glandon te verkennen, op herstelhartslag. Ik neig naar het laatste, maar het is wel weer een beklimming van een kilometertje of 27. Twee dagen voor de Marmotte is dat misschien iets teveel van het goede. Toch ga ik de Glandon op, want ik kan me weinig herinneren van deze berg. Er zitten flarden in mijn hoofd, maar het is allemaal te verknipt.
Glandon03 (18K)
Het weer is veel beter dan gisteren, maar het is toch zo koud dat ik op de stukken waar de wind pal tegen is het koud krijg omdat ik niet hard genoeg fiets. De benen voelen niet goed, en ik heb de indruk niet echt harder te kunnen. Hoe moet dat nou overmorgen? Ik ben toch blij dat ik de 2 stukken à 11% verkend heb, hier moet ik forceren wil ik bij blijven, maar ik schat dat ze niet te lang zijn om echt in de problemen te komen. Rond de top van de Glandon waait de mist naar beneden. Ik kijk even de afdaling in, maar zie helemaal niets. Het maakt me bang hier overmorgen naar beneden te moeten. Wat gaat er gebeuren als de afdaling er dan ook zo bij ligt? Ik keer snel om, en suis naar beneden. Mijn handen zijn door en door koud, en de 2 klimmetjes gaan met de grootst mogelijke moeite. Na dik 2,5 uur ben ik terug in Allemont en neem snel een douche. Tijdens bestudering van mijn logboek zie ik dat ik vandaag de Glandon beklommen heb in 1h48, op herstelhartslag, terwijl 2 jaar geleden ik er 1h19 over deed. Ik schrik van het verschil. Wat heb ik daar hard gereden zeg. Ik kan me niet voorstellen dat dit jaar te halen.
's Avonds eet ik mee met de Johan, Laurens en Martijn. Zij zitten in een chalet in Oz-de-Oisans, hoog in de bergen, met een prachtig uitzicht. Ik moet een paar keer herhalen dat ik voor 6h45 ga, en krijg er steeds minder fidusie in. Het eten laat wat op zich wachten zodat ik weer te laat in bed lig, en dat terwijl morgen geen relaxte dag wordt omdat ik moet verkassen.

6-7-2007
Ik word vroeg wakker en ondanks dat ik weet dat ik veel te weinig heb geslapen ga er toch uit. Ik moet vanmiddag maar wat bijslapen, want 2 nachten à 6 uur bevorderen de voorbereiding allersinds. Bij het ontbijt schuiven 2 Spanjaarden en 2 een Frans echtpaar aan. Ik oefen mijn Spaans en ze zijn onder de indruk, maar verder dan wat Marmotte-tijden, koetjes en kalfjes uitwisselen kom ik toch niet. Ik voel me wel een echte wereldburger. IMG_4938_1 (99K)
Na het ontbijt rijd ik nog een keer naar Alpe d'Huez, met de auto, omdat ik zeker wil weten of mijn chip wel werkt. Het is eigenlijk van de zotte om daarvoor weer die berg op te scheuren, en al die fietsers mijn dampen te laten happen, maar ik ben het gewoon vergeten en zal me het nooit vergeven als het ding het niet doet. Hoewel, ik heb nog steeds weinig vertrouwen in een goede wedstrijd morgen. Ik kan alleen maar hopen dat de 20 resterende uren voldoende zijn om te recuperen. Het is erg rustig bij de Marmotte-stands. Bijna verdacht rustig. De chip blijkt het te doen, en ik vang mijn weg aan naar Chamrousse. Het is een ski-dorp op zo'n 1650m hoogte, een klein uur rijden van Bourg d'Oisans.
IMG_4943_1 (100K) IMG_4945_1 (107K)
Ik probeer me voor te houden dat het eigenlijk helemaal niet uit maakt waar je zit: je moet toch vroeg op, dus boven op de Alpe zitten, of in Chamrousse, het is allemaal hetzelfde. Intussen wil ik wel rust aan mijn hoofd en dat heb ik niet. Ik wil op bed liggen, zeker zijn dat er ontbijt is morgen, op tijd eten vanavond, weten hoe ver het is van Bourg d'Oisans en waar ik morgen on godsnaam kan parkeren. Alles staat natuurlijk vol met auto's is mijn gedachte. Ik scheur richting Grenoble, maar rijd bij Uriage-les-bains toch fout: het hele Chamrousse staat een halve keer aangegeven en ik zit niet voldoende op te letten. Het is nog een hele rit en ik zie me hier morgenochtend rond 5:00 alle verkeersovertredingen maken die ik maar kan verzinnen. De weg naar Chamrousse 1650 zwalkt naar boven en gezien het feit dat de N91 naar Grenoble op 600 meter ligt, zal ik nog een kilometer moeten klimmen.
De benzinemeter geeft aan dat de tank bijna leeg is, dus ik zal vanmiddag nog een keer op pad moeten om 'm te vullen: ik ga niet de gok nemen dat ik morgen, bergaf, het haal tot Bourg d'Oisans. Naar mate de haarspelden zich aan elkaar rijgen gaat mijn brein met mijn gemoed aan de wandel - ik heb eigenlijk helemaal geen zin in de pijniging morgen. Ik kan de herinnering van de motivatie voor de start vorig jaar oproepen en ik kan me niet voorstellen dat ik zo morgen aan de start sta. Het idee dat ik 1 uur 19 minuten over de Glandon moet zijn wekt weerzin. Zeventig minuten op hartslag 170. Ik word moe als ik er aan denk. Ik kan ook morgen niet rijden en overmorgen de tijdrit doen! Dan kan ik alsnog een scherpe tijd op de Alpe zetten en hoef ik dat hele circuskunstje morgen niet op te voeren! Even overweeg ik werkelijk om gewoon uit te slapen morgen. Maar de tijd van 6h30 blijft ook ronddwalen en veegt zonder pardon dit soort makkelijke lokazen van tafel. 'Man, je moet het van de lange adem hebben. Al die vedergewichten rijden je er genadeloos af op zo'n korte tijdrit'.
IMG_4957_1 (60K)
Er is zowaar een tankstation in Chamrousse 1650m, wat er verder disolaat bij ligt. Er is werkelijk niemand te bekennen en zelfs de téléferique staat stil. Ik ben een skiër die zich in een moment van verstandsverbijstering zich heeft vergist in het seizoen. Na wat zoeken bereik ik mijn chambre d'hôtes. Het is een mooi huis met meerdere slaapkamers en een jacuzzi. Ik krijg een hele uitleg, en moet toegeven dat ik er wel door verleid word. De saunasessie in de Dolomieten was geweldig en goed, blijkt achteraf. Ik maak duidelijk dat ik er geen gebruik van zal maken, omdat ik morgen nog 174km moet fietsen over 4 cols.
"Alors peut-être demain soir?"
"Ben non, après demain j'ai encore un contre la montre à faire, donc ça ne vas pas marcher." De eigenaar kijkt me aan. Zijn blik verraadt geen waardeoordeel, maar ik kan zien dat hij dit soort langdurige pijniging, op vakantie nota bene, niet begrijpt. Wat voor de één overkomt als een ascetisch celibaat is voor de ander slechts een tijdelijke onthouding. Alleen is tijdelijk een wat ongedefinieerd begrip.
Als ik me heb geïnstalleerd maak ik buiten mijn fiets schoon en rijd een uurtje op de Taxc. Ik zit op een parkeerplaats, met uitzicht op de bergen en het dal waar Grenoble ook ergens in moet liggen. Een enkele voorbijganger weet niet wat hij ziet. Hij probeert koortsachtig te analyseren hoe hij dit moet interpreteren maar het lukt hem niet. En dus blijft hij hangen in een staar, en moet al zijn beleefdheid aanrukken om niet zijn mond te laten openvallen. Ik heb mijn zonnebril opgezet om afstand te creeren: voor je het weet kijk je mensen en moet je weer uitleggen waarom je dit in godsnaam doet. Als ik dan al moet uitleggen wát ik aan het doen ben, slaan mijn ogen neer omdat ik maar al te goed weet dat de overkant helemaal niets begrijpt waaróm je het doet. De werelden van trainen voor pijnlijden en genieten van een landschap of lekker eten liggen zo ver uit elkaar dat ze niet te verenigen zijn. Hoe kan het genot van jezelf helemaal kapot fietsen groter zijn dan het genot van een diepe ademteug op een terras met een goed glas wijn? De reden van het onbegrip ligt in het onbekende: ik ken het genot van een goed glas fijn, van de ademteug, van het terras. De ander kent het gevoel na een vernietegende sessie rammen niet, en dus is het niet mogelijk het genot te vergelijken met wat wel bekend is: het goede glas wijn. Het is niet een kwestie van 'groter' genot, het is een ander soort genot: kortom, respecteer de diversiteit.
Ik doe een paar korte D2 sessies en de benen voelen beter dan vanmorgen maar het lijkt toch echt niet veel. Ben ik te diep gegaan in de Prix? Ik kan me eigenlijk niet voorstellen dat ik niet hersteld kan zijn, 2 dagen later. Het was tenslotte een wedstrijd van nog geen 2 uur. Ik kijk op mijn horloge en zie dat het al 18:30 is. Om 20:00 zou het eten klaar zijn, dus heb ik nog 1,5 uur om me voor te bereiden, want na het eten moet ik echt naar bed. Ik ruim de taxc weer in, neem een douche en leg alle spullen klaar. Ik neem 4 repen mee, 3 gel op basis van water (wat je dus water bespaart) en een geconcentreerde gel à 60g koolhydraten. Die laatste heb ik vorig jaar wel gebruikt, maar dit jaar heb ik er nog geen ervaring mee.
Ik knip van vuilniszakken een regenpak, voor het geval het koud is morgenochtend. Het gaat me vlot af: na de ervaring in de Dolomieten lukt het me in 1 keer alles goed te doen. Om 20:00 loop ik naar beneden. Weer heb ik niet geslapen en besef dat ik niet voor 21:00 in bed zal liggen. Als ik om 4:00 op wil staan is dat 7 uur slaap, en dat is te weinig met het slaaptekort dat ik heb opgebouwd. Ik krijg het niet voor elkaar mezelf te overtuigen dat het morgen allemaal anders is. De vorm is er, en nog één vlammen moet echt nog wel kunnen.
De eigenaar van de gîtes heeft speciaal voor mij haar recept omgegooid. Meer pasta, en minder kaas. En de pasta is de meest volkoren die er is, dat is beter voor de spijsvertering. Volgens mij moet ik nu zo snel mogelijk koolhydraten op nemen: met maag moet niet ook nog moeite moeten doen om vezels te moetne afbreken. En die kaas? Daar heb ik nu ook niets aan. Toch ben ik blij dat ik hier kan eten en niet ook nog de berg af moet, op zoek naar een restaurant.
Ik probeer me te mengen in het gesprek van de andere gasten. Het is een stel en een deltavliegerinstructeur. De laatste is Frans en torst veel ego met zich mee. Hij babbelt makkelijk en zijn leven lijkt niet gecompliceerd. 's Winters is hij ski-instructeur, 's zomers deltavlieger-instructeur. Het lijkt erop dat hij rond kan komen. Geen idee hoe zijn pensioen er uit ziet, maar daar denk ik niet aan. Hoe ongecompliceerd ook: ik merk dat ik jaloers ben. Hij straalt levensvreugde uit met al dat ego, terwijl zijn sigaret de indruk wekt dat hij tevreden is. Ik vraag me af waarom ik zo nu en dan weken van 50 uur moet draaien, terwijl mijn principes me af en toe verhouden echt voor de carrière te gaan. Hoe moeilijk is het om te kiezen? De moeilijkheidsgraad lijkt evenredig met het aantal keuzes die je voorgelegd krijgt. Het exacte verband laat ik in het midden (lineair of niet), maar hoe breder de basis, hoe moeilijker het wordt. Nu deze gedachten rond malen kan me het gesprek niet meer boeien. Ik verexcuseer me en ga naar bed. Laat morgen maar snel over zijn, dan kan ik op vakantie.