Andiamo, dai, dai!


Een verslag van de Maratona dles Dolomites, 1 juli 2007, cyclo over 138km, Dolomieten, Italie.


percorso_lungo_B (108K)
maratona_plan (143K)

1-7-2007
Mijn horloge piept. Het is 3:00 en het is pikdonker in mijn hotelkamer. Het is dicht tegen het krankzinnige aan om zo vroeg op te staan. Maar ik wil zo veel mogelijk dingen uitproberen en één daarvan is mijn lichaam 3 uur de tijd te geven om wakker te worden, omdat uit onderzoek blijkt dat een lichaam pas na 3 uur helemaal wakker is. Omdat de Maratona om 6:15 van start gaat betekent dat om 3 uur op staan. Eergisteren ben ik om 6 uur opgestaan, gisteren om 5 uur, om aan het bioritme te wennen. Op de achtergrond golven de piano riedels van Rossini. Het zijn zijn hors d'oevres stukken. Hij heeft zich laten inspireren door eten en het op muziek gezet. Soms krijg je het gevoel dat je de rozijnen en artichokken inderdaad proeft in zijn klanken. Het voordeel van zo vroeg opstaan is dat ik de tijd heb om alles rustig aan te doen. Het ontbijt wordt pas om 4:30 geserveerd dus ik heb alle tijd om te douchen, alvast een broodje te eten, mijn kleding bijelkaar te zoeken en mijn hoofd te breken wat ik nu met mijn zadeltasje doe. Het is natuurlijk geen gezicht, een zadeltasje op je fiets als je voorin mee wilt rijden in een cyclo. Maar alle rotzooi die je in je zadeltasje stopt maakt ruimte voor extra eten en andere zaken in je shirt. Ik denk nog eens na:" Wat voor andere zaken?" Er is niets anders dat ik mee hoef te nemen. Ik hoop zo'n 5 uur onderweg te zijn, dus 2 repen à 40g koolhydraten, 1 gel à 60g en 2 gels à 20g plus ongeveel 4 liter sportdrank is gewoon voldoende om onderweg je koolhydraten aan te vullen. Meer kan een lichaam toch niet verbranden. Een jack neem ik niet mee: er is in de middag regen voorspeld, maar dan ben ik al binnen.
Ik speld mijn rugnummer op en loop om 4:30 naar beneden voor het ontbijt. Gisteren was het avondeten niet echt uitgebreid maar met een stevige lunch achter de kiezen was dat niet zo'n punt. Mede daar door heb ik niet echt honger. In plaats van me helemaal vol te eten houd ik het bij 2 broodjes met veel jam. Ik raak er steeds meer van overtuigd dat een groot ontbijt geen zin heeft. Er moet een bodem zijn voor het begin, maar de rest moet aangevuld worden onderweg. Ik ben opvallend rustig en heb er eigenlijk wel zin in. In plaats van bang te zijn voor de afdalingen, of bezorgd over de pijn die komen gaat wil die Campolongo gewoon direct aanvallen. En dan zien we wel waar het schip strand. Het klassement wordt toch gemaakt op de eerste bergen.
Bijna vergeet ik mijn pompje. Het CO2 patroon-pompje kan ik in alle haast niet meer vinden, dus doe het met een handpompje. Lichter (!), maar als ik lek rijd wel een tijdrovender bezigheid. Om 5:30 rijd ik weg uit het hotel. Andre, reisleider van En-route, roept me na:"Verras ons!" Ik moet lachen, maar vraag mezelf dan pas af:"Wanneer heb ik me zelf verrast?" Door het hoofd flits een tijd onder de 5 uur, maar die veeg ik weer snel weg. Ik mag er niet aan denken. Terwijl ik van Pedraces naar La Villa fiets, waar de start is, merk ik pas dat er al veel fietsers op de been zijn. Ben ik dan te laat vertrokken? Ik wil vooraan staan in mijn vak, om zo direct te kunnen aansluiten met de eerste groep. Anders ben ik weer de eerst klim, de Campolongo, alleen maar mensen aan het inhalen, wat enorm veel tijd gaat kosten. In La Villa komt het antwoord: Ja, ik ben te laat vertrokken. Voor me staat al zo'n 200m lang lint aan fietsers. Met zo'n 10 naast elkaar, komt dat neer op 1000 man, m.a.w.ik sta halverwege het vak. Ik kan me er niet druk over maken: een fout, maar ik kan er nu niets meer aan veranderen. Het is 5:45 en is nu wachten op het startschot om 6:15. Het is droog, onbewolkt en niet koud. Vorig jaar was het 5 graden en was ik bijna 'underdressed' met armstukken en ¾ broek. Helemaal toen een helikopter van de RAI rond 6:00 naast ons op een grasveldje landde. Omdat het toen zo koud was, heb ik nu een regenjas gemaakt van vuilniszakken die ik aan kon doen voor de start. Ik zag er vorig jaar veel mensen uit de eerste startgroep mee fietsen, vond het een absurd idee, maar het is natuurlijk de beste bescherming. Gisteren heb ik een uur gedaan over het fabriceren van een regenpak uit vuilniszakken. Eén vuilniszak is net niet groot genoeg voor mij om over me heen te trekken. De armen moeten eraan gezet worden, en de schouderpartij moet natuurlijk mooi dichtgetapet worden, anders zakt het geheel naar beneden. De benen zou ik pas aan het lijfdeel kunnen tapen als ik 'm aan zou trekken. Net voor de start zou ik 'm uit doen, en in een plastic tas aan het hekwerk van het startvak hangen. Een groot probleem van dit soort evenementen is de rotzooi. Ik stop altijd mijn papiertjes bij me, maar dit jaar rijd ik met een armbandje "Io corro pulito", wat zoveel zegt als "Ik rijd schoon". Je kunt hier veel interpretaties aan geven, waar ik allemaal achtersta.
Ook nu cirkelen helikopters van de RAI om ons heen. Mensen zwaaien naar het raampje waar zo veronderstellen ze een camera achter schuil gaat. De hele Maratona dles Dolomites wordt live uitgezonden op RAI3. Met kleine teugjes giet ik mijn laatste flesje isostar naar binnen en rond 6 uur eet ik mijn laatste deel van mijn ontbijt: een energiereep. Voor me hoor ik een speaker aftellen:" cinque, quatro, tre, due, uno." Vervolgens gebeurt er niets, omdat het hele veld nog een gang moet komen. Dat duurt eindeloos. Mensen die helemaal achteraan staan, zullen pas rond 7:00 over de streep komen, dat is drie kwartier later. Gelukkig telt bij de Maratona alleen de nettotijd. Langzaam surplacen we richting de startstreep.

Passo Campolongo (1875m), 0 - 9.7km

Campolongo (19K) CampolongoN-goed (4K)
Het tempo ligt erg laag en heb het idee dat ik vorig jaar sneller vertrok. Redelijk rustig fietsend (ik rijd tegenwoordig zonder kilomterteller, maar het zal wel tegen de 40 per uur gegaan zijn) kom ik na 4km in Corvara aan, alwaar de eerste beklimming wacht. De Campolongo, 5,8km, 6,1% met 353hm. Het eerste deel is redelijk steil, halverwege zit een lichte afdaling en het eind is minder steil. Ik moet slalommend naar boven, geen rekening houdend met de mensen achter me als ik diagonaal de weg oversteek omdat daar de meeste ruimte ligt. Zo gauw je voorwiel een ander is gepasseerd houd het respect voor de ander op, en verliest 'medemens' haar betekenis. Dat is in de amateur-wielrennerij in ieder geval zo, hier kent men dat fenomeen niet. Mijn passeeracties kunnen dus op redelijk veel verbale bijval rekenen... Na de lichte afdaling stamp ik op het grote blad richting de eerstvolgende haarspeld. Hier kan ik op meer bewonderende bijval rekenen. Op het grote blad een berg omhoog, dat kennen ze hier niet. Maar door mijn lichaamsgewicht is het in mijn voordeel om op het grote blad te beginnen. Ik win zo de meeste meters met het kleinste mogelijk geleverde vermogen. Hoewel, de hartslag schiet naar 171, vier slagen boven een in januari bepaalde anaerobe grens. Er staat veel publiek langs de kant en de aanmoedigingen zijn oprecht. Het zou ook het verschil in snelheid kunnen zijn tussen mij en de anderen, want die is aanzienlijk. Met een gemiddelde van 18,7km/u bereik ik de 1875m hoge pas. Ik doe de beklimming 2' sneller dan vorig jaar.

Passo Pordoi (2239m), 9.7 - 22.9km

Pordoi (20K) PordoiE-goed (5K)
Even heb ik een angstig moment omdat ik de volgende 45km niet meer heb kunnen verkennen. De beklimmingen zijn redelijk gelijkmatig dus daar kan weinig mee mis, maar te moeten afdalen op topsnelheid over wegen die niet helemaal vers in het geheugen liggen? Er komen twee 'Falcones' langs (naar Il Falcone, Salvoldelli, de daalspecialist). Zij weten de weg overtuig ik mezelf en duik erachteraan. Half blinde bochten nemen ze vol, en gaande weg begint de herinnering van vorig jaar terug te komen. Ik heb ook meer vertrouwen, zit meer voorop het zadel i.p.v. achterop, wat meer snelheid en controle geeft. Ik kan de twee tot Araba volgen waar de volgende klim wacht, de Pordoi, 9,2km, 6,9%, 638hm. Het is een beklimming met 33 haarspelden die alle 33 keurig zijn voorzien van paaltjes, dus het is makkelijk aftellen. Ik begin weer op het grote blad en krijg van de kant een 'jezus christus' naar me toegeslingerd. Ah, Nederlandse bewonderaars! Hoewel ik weinig aanwijzingen heb waarom deze berg me goed zou moeten liggen, heb ik me ingeprend dat dat wel zo is en stamp met 39x19 naar boven. Als ik ver boven me een moter en een auto zie rijden met een pelotonnetje erachter krijg ik vlinders. Wie weet is dat de kop van de cyclo wel! Er cirkelt een helikopter bij. Ik klok de tijd die ik nodig heb om bij de plek te komen waar het pelotonnetje rijdt en kom om 2'. Ik kan toch niet 2 minuten van de kop zitten? Toch is het voldoende om gas te blijven geven en blijf de hele klim mensen inhalen. Op driekwart krijg ik gezelschap van Agostino Zortea. Hij rijd iets sneller en ik ben zowaar verbaasd dat ik ingehaald word. Ik klamp aan en samen rijden we naar boven. Mijn hartslag staat al een tijdje op 166, keurig op de anaerobe grens: ik moet dit vol kunnen houden. Hoog boven ons krijgen we af en toe een glimp van het pelotonnetje te zien. De bochten vliegen in rap tempo voorbij en na 32 minuten klimmen zijn we op 2239m garriveerd: een gemiddelde van 17,3km/u, 5'40" sneller dan vorig jaar: de Pordoi is mijn berg.

Passo Sella (2244m), 22.9 - 34.8km

Sella (18K) SellaS-goed (4K)
In de afdaling heb ik weer een Falcone inzicht en duik ernaar toe. Het levert een hele snelle afdaling op omdat ik risiko's durf te nemen met een renner voor me. Na een dikke 6 kilometer dalen duikt de weg rechts steil omhoog, de Sella beklimming, 5,5km, 7,9%, 436hm. In mijn geheugen staan een verkenning gegrift onder hete omstandigheden vorig jaar. Ik beet me stuk op een recht stuk met smeltend asfalt, waar maar geen einde aan kwam. Nu ik piepen de spieren na 2 haarspelden: dit is steil. Het wordt gecompensserd door de Plan de Schiavanes: een stuk vals plat waar even grote blad erop moet. Daarna gaat het weer redelijk steil omhoog. Langs de kant wordt de afstand tot de top keurig aangeven met bordjes. Na elke kilometer staat er weer een. Bij het bordje '3,5' moet ik toch even slikken: het gaat moeizamer en ik kan me niet herinneren dat deze klim nog afzwakt. Ik schakel naar 39x24 en bedenk dat dat eigenlijk het verzet was wat ik voor de Giau in gedachte had. Zortea komt me weer voorbij en ik klamp aan. Ik mag dan blijkbaar beter dalen, het is me mijn eer te na om hem in de klim weg te laten lopen. Rondom ons hangt er constant een helikopter van de RAI en af en toe springt er een fotograaf in de houding om ons op de foto te zetten. Vooral die helikopter geeft enorm veel moraal. Het idee dat er kans op zendtijd is zorgt ervoor dat ik nog stiller op de fiets ga zitten: een mooi theaterstukje alsof het lijkt dat het allemaal geen moeite kost. Op zo'n 1,5 kilometer onder de top komt het peletonnetje plots heel dichtbij. Daar moet ik voor de top bij zitten! Kunnen we met z'n allen afdalen en samen de beklimming van de Gardena in. Ik schakel bij en forceer. Het gemiddelde zit op 15,4km/u voor deze klim 20" sneller dan vorig jaar. Op de 2244m hoge top hang ik aan de staart van het peleton met een redelijk grote groep storten we de mist in.
Een aantal mensen die met En-Route meegegaan waren hadden, omdat ze de 'SMS-service' hadden aangevinkt, een berichtje van de organisatie gekregen dat men tijdens de Maratona erg moest oppassen in de afdaling van Sella. Het wegdek scheen erg slecht, er zouden zelfs scheuren parallel aan de weg in zitten. Het zint me dan ook helemaal niet dat het erg mistig is. Ik kan slechts 2 renners ver kijken en toch laat iedereen voor me zich gewoon naar beneden vallen. Ik trap bij en sluit achter aan. Ik zit achter de motor met cameraman. Dit geeft rust omdat hij waarschijnlijk de minste stuurfouten zal maken. Halverwege de afdaling wil ik er toch voorbij: de cameraman is constant aan het filmen en wat is beter voor zendtijd dan net voor de motor te zitten tijdens een afdaling? Toch wuif ik het idee weg: ik ga toch geen capriolen uithalen tijdens een afdaling voor een kans op zendtijd? Het idee om zendtijd te pakken tijdens de volgende klim komt niet in me op.
Langs de weg staan verkeersleiders te wapperen met gele vlaggen, net zo als vorig jaar. Ik zwaai even; als teken van dank maar ook dat ik het begrepen heb. Net als vorig jaar staat er iets verder een man met een rode vlag. Toen vroeg ik me af waarom en ook nu begrijp ik het niet. De bocht naar de brug toe is scherp en verradelijk maar omdat je al afgeremd hebt is er niets gevaarlijk aan. Toch blijken achteraf hier de meeste ongelukken te zijn gebeurt.

Passo Gardena (2121m), 34.8 - 46.0km

Gardena (20K) GardenaW-goed (5K)
Onderaan de afdaling maakt de weg weer een scherpe bocht naar rechts, maar wel eentje waarin je gebruikt kunt maken van je daalsnelheid: de eerste 5hm zijn gratis van de Gardena, 5,8km, 4,3%, 250hm. Het is een makkelijke klim en omdat ie in tweëen gedeeld wordt door een afdaling, ga je groter rijden dan je denkt te kunnen. Het is maar weer eens een bewijs dat je meestal nog harder kunt dan je op dat moment gaat. Na een paar bochten heb ik het pelotonnetje bijgehaald. Het rijdt redelijk compact over de weg en nu ik het van dichtbij kan aanschouwen begrijp ik alle media-comotie. In dit groepje zitten 2 dames die worden bijstaan door een viertal helpers. De motard is verantwoordelijk voor beelden van de eerste vrouw, vandaar ook de helikopter. Alle andere renners rijden hier slechts mee voor zendtijd! Allemaal willen ze zo dicht mogelijk bij Barbara Lancioni en Monia Galucci zitten. Ik vind het niks, daarnaast gaat het te traag, dus probeer ik weg te rijden. Ik kom achter de motor te rijden en krijg de uitlaatdampen vol in het gezicht. Mijn gedachten gaat uit naar de Tour de France renners. Die moeten toch helemaal gek worden dan die uitlaatgassen? Als je door zo'n haag van mensen moet, je helemaal het apenlazarus moet fietsen en dan 10 kilometer lang alleen de gassen moet ademen: daar word je toch helemaal gestoord van? Ik rijd naar de andere kant van de weg, pak toch even 30 seconden 'fictieve zendtijd' mee door naast Barbara of Monia te gaan rijden maar ben dan weg. Ik krijg Agostino Zortea weer mee en we rijden samen we naar boven. Ik voel dat ik moet forceren om op hetzelfde tempo de top te bereiken maar het lukt. Met 21,9km/u heb ik de Gardena bedwongen, even snel als vorig jaar. We rijden over een tijdregistratie mat heen. Het zou heel snel op internet te zien moeten zijn. Zou mijn zus al wakker zijn? Zou Léon al aan het surfen zijn. Op welke plek zou ik liggen? Zij kunnen het zien, ik heb geen idee. Ik kijk op mijn horloge. We hebben er nog geen 2 uur opzitten en zijn al 4 passen over, waarvan 3 boven de 2100 meter. Ik sta heel even stil bij dit idiote feit.


Corvara, 2e Passo Compolongo (1875m), 46.0 - 60.9km

Campolongo2 (18K) CampolongoN-goed (4K)
De afdaling van de Gardena gaat slecht, net als vorig jaar. Bij een bocht waar ik vorig jaar ook al problemen had sta ik bijna stil tegen de vangrail. Blijkbaar is de bocht veel scherper dan ik nu twee keer heb geanticipeerd. In elke bocht die er na komt rem ik te veel waardoor ik veel te veel snelheid verlies. De rechte stukken ertussen zijn lang, dus de opgebouwde snelheid is hoog, maar alle meters die ik op anderen pak op de rechte stukken ben ik in de bochten weer kwijt. Zortea komt me op een gegeven moment zelfs voorbij. Dat is wel het teken dat het harder moet en ik laat de fiets weer meer lopen. Als het dorp Colfosco nadert wordt de weg rechts en duik ik het dorp in. Er is veel publiek wat ons toejuigd. Omdat de wegen voor verkeer zijn afgesloten kun je de bochten hier perfect aansnijden waardoor de snelheden heel erg hoog worden. We zijn dan ook weer zo het dorp uit. Samen met Zortea snel ik richting Corvara. Ik ben benieuwd hoe hij de twee passage van de Campolongo gaat verteren. Mijn broek zakt dan ook af als hij bij de finish afslaat voor de '55km'. Hij is klaar! Ik vloek van binnen, maar aan de andere kant heeft hij me wel hard laten fietsen. Hij krijgt uiteindelijk een DSQ achter zijn naam, waarom weet ik niet. Met mijn 2h2' zou hij 4de zijn geworden over de 55km...
Ik vervolg mijn weg door Corvara en maak me op voor de tweede passage op de Campolongo, 5,8km, 6,1% met 353hm. Omdat je langs start/finish gaat, kom je op een ander punt de doorgaanse weg op. Het is het steilste stuk van de hele Maratona, ook al is het maar 50 meter. De weg gaat met 15% de lucht in en veel mensen hebben zich hier verzamelt om renners te zien lijden. Ik weiger daar aan mee te doen en knal over te helling. Ik word aangemoedigd en dat doet me goed. Nu ik voor de groep met de eerste vrouw zit, is er niemand meer te bekennen. Ik fiets helemaal alleen de Campolongo op en veeg nog een passant op. Deze grijpt m'n wiel en komt er niet meer uit. Dat is tot daar aan toe, maar hij hijgt verschrikkelijk: alsof iedere volgende ademteug zijn laatste zou kunnen zijn; het houdt niet op. Ik verwacht dat hij ieder moment moet lossen, maar hij blijft maar in mijn wiel zitten, en zitten hijgen. Na 10 minuten kijk ik achterom en schreeuw:"Shut-up!". Even stokt het. Ik zou waarschijnlijk hetzelfde gedaan hebben als iemand voor me, die er flink de zweep op heeft liggen, en ik alle moeite heb om vast te klampen, zich opeens omdraait en je begint uitteschelden. "Pure frustratie", zou ik dan gedacht hebben. Dat was het waarschijnlijk ook.
Zou het mogelijk zijn dat er nog ergens een groepje bungelt waar ik me kan aansluiten alvorens het vals plat richting Cernadoi aan te vangen? Op dat stuk wil ik niet alleen zitten. Sterker nog daar wil ik een groep die de grote molen erop legt. Het stuk van de Campolongo voor de kleine afdaling gaat al moeilijker dan de eerste keer, maar ik stel mezelf gerust dat het niet ver meer is naar het vlakke stuk. Na 19 minuten rond, (18,3km/u, 2'50" sneller dan vorig jaar) kom ik op de top waar ik mijn bidons laat vullen. 'Enervit, Enervit', is het enige wat ik kan uitbrengen. Waarschijnlijk ook het enige wat zij direct begrijpen. Ik zet mijn 2 drie-kwart liter bidons neer, en ook de lege halve liter bidon die ik in mijn achterzak had zitten. De man achter de stand kijkt me beduusd aan. Er is uiteraard nog geen fietser te bekennen bij de tent: iedereen die zo ver vooraan zit heeft zijn supporters langs de weg. Iedereen rijd met halve liter bidons, soms zelfs maar één en onderweg worden ze verwisseld. Ik ben tevreden met mijn vochthuishouding. Hoewel ik na 4 passen en dus 2 uur, iets meer dan een liter had gedronken, heb ik mezelf gedwongen om de bidons helemaal leeg te hebben bij de revitaillering. Anderhalve liter in iets meer dan 2 uur is goed. Zeker nu de halve liter bidon in snel tempo naar binnen zal gegoten worden. Ik daal af en ontdek dat er achter me renners zijn aangesloten. Zonder het zelf te beseffen was het wegrijden van het pelotonnetje op de Gardena een gouden greep: ik kon nu mijn tijd nemen bij de revitaillering en opnieuw aansluiten bij de groep. De helpers van de 2 vrouwen zullen zeker gaan rijden in de vallei.

Araba - Cernadoi - colle Santa Lucia (1484m), 60.9 - 83.5km

SantaLucia (23K) ColleSantaLuciaW-goed (2K)
Na de afdaling wacht ik op de rest van groep. Het duurt toch nog lang en even moet ik de intentie onderdrukken om toch zelf te gaan rijden. De helpers nemen inderdaad het initiatief over en de grote plaat gaat erop. Ze kennen de weg van buiten: bochten worden scherp aangesneden, stukken vals plat omhoog worden met de grote plaat genomen. Het is indrukwekkend hoe makkelijk Barabara en Monia kunnen volgen. Het lijkt hen nauwelijks moeite te kosten om het hoge tempo bergop te volgen. Ze zitten werkelijk in het wiel van hun helpers: dit moeten profs zijn. Ik zit in vierde positie en eet en drink dat het een lievelust is. Als we na 81km bij Rucava aankomen begint de beklimming van de colle Santa Lucia, 2,3km, 7,5%, 173hm. Het is korte klim maar wel behoorlijk steil. Vorig jaar reed ik hier weg om vervolgens in de afdaling een bocht compleet te missen en tegen de rotswand tot stilstand te komen. Om te voorkomen dat ik met weinig zelfvertrouwen in een peleton deze afdaling moet doen, demarreer ik samen met een van de helpers in de aanloop van de klim. De motard gaat mee en we krijgen de ruimte om weg te rijden. Dan overhandigt de bestuurder van de motor de helper een bidon en de helper laat zich terug zakken. Even valt mijn mond open van ongeloof: zelfs de motor met cameraman zit in het complot om de snelste dame zo snel mogelijk thuis te brengen! Ik rijd door en kom 8'5" (17,1km/u, 15" sneller dan vorig jaar) alleen over de top van de Santa Lucia. Ik verwissel de lege kleine bidon met de volle grote bidon die ik in mijn achterzak had zitten en vang de moeilijkste afdaling aan. Op donderdag heb deze afdaling ook gereden, en het was down memory lane all the way: de plek waar ik dorpje uit kwam. De bocht die ik miste (nu keurig aangeveegd overigens, als iemand hier valt krijgt ie in ieder geval geen rotsblok in z'n schouder gepriemd). De plek langs de vangrail waar ik wit wegtrekkend op de ambulance zat te wachten. Het straatje waar bewoners uitkwamen om me een jas om te leggen om niet koud te worden. De rechte weg waar duizenden renners passeerden terwijl ik met tranen aan de lippen zat te wachten op een ambulance. Toch duik ik nu vol de bochten in, een bange wielrenner maakt meer fouten dan een overtuigde.


Passo Giau (2236m), 83.5 - 97.1km

Giau (25K) GiauS-goed (7K)
Zonder kleerscheuren kom ik beneden aan en voor me torent het massief boven me uit waar de Passo Giau, 9,9km, 9,3%, 922hm, op eindigt. Voor deze klim heb ik wel schrik. Hij is lang en steil en kent geen genade. Er zitten een aantal stukken in waar je je verschrikkelijk op kunt doodrijden en dan zak je ver terug, omdat je niet meer kunt herstellen. De top ligt op 2236m, waar zuurstof schaars begint te worden. Ik begin met 39x24 aan het eerste stuk van 10,5% en krijg direct het peloton in mijn nek. Langzaam passeert renners me. Moet ik echt met 39x21 beginnen of de frequentie op de 39x24 omhoog gooien? Werkelijk iedereen gaat harder naar boven. Is dit de tol die ik betaal voor de inhaalrace? Ik laat iedereen gaan, ik zie mezelf niet in staan om 50 minuten in het rood te rijden, niet na 90km. Op mijn tempo rijd ik de Giau op, me inhoudend tussen bocht 3 en 4, en na bocht 7. De Giau heeft 29 haarspelden en tijdens de verkenning sprongen deze er uit als significant steiler dan de rest. Het betreft maar kleine stukjes maar omdat het constant 10% is, is er geen weg terug als je te veel gegeven hebt. Na een half uur klimmen begint het wat beter te lopen en kan ik af en toe naar de 21 schakelen. Ik begin renners op te rapen, die blijkbaar te veel hebben gegeven, ook de renner die onderaan als eerste wegsprong. Ik passeer hem terwijl hij een zucht van acceptatie slaakt, van vermoeidheid ook. Ik ben ook allesbehalve fris, hartslag zit op 160 en ik denk niet harder te kunnen.
Er komt een renner me voorbij met een enorme molen erop. Ik kan me niet herinneren dat hij in de groep zat en is dus blijkbaar iemand die tijd aan het goed maken is. Dat zint me niet en ik probeer zijn wiel te pakken. Het landschap schuifelt voorbij, terwijl we met pak en beet 13km/u naar boven tuffen. Het gat tussen zijn achterwiel en mijn voorwiel wordt per minuut een centimeter of 30 groter, een teken dat hij een paar tienden van km/u harder gaat. Ik krijg het niet voor elkaar om het gat te dichten, daarvoor ontstaat het te langzaam. 'Opeens' is het er, 'opeens' ligt hij 50m voor me en ben ik gelost. Ik neem me voor om in de laatste haarspeld alles te geven en samen met hem over de top te komen. Twee kilometer onder te top krijgt hij bidons aangereikt. De supporter heeft zich gepositioneerd naast een waterbak waar nog een stuk of 10 bidons wachten. Slim, maar voor een eenling zoals ik voelt het oneerlijk. Bij haarspeld 26 veeg ik nog een te snel gestarte renner op. Tijdens de verkenning, op 39x27 en hartslag 130, zette ik hier de turbo even aan en passeerde vliegend een koppeltje die niet wisten hoe ze moesten kijken. Het was een mooi gevoel, zij bezig aan een heroische strijd met de berg, ik met een verkenning, en geen zin meer om op hartslag 130 te rijden. Bij haarspeld 29 wil ik het allerliefst boven zijn, maar moet nog zo'n 200 meter. Ik gooi de 21 erop en geef alles om met de grote-molen-renner boven te komen. Deze eindsprint laat de hartslag naar 163 snellen. Het zegt alles over hoe kapot ik ben. Ik vloek hardop als ik de top overkom: "gvd, wat een klote berg." Ik concludeer dat ik hier mijn positie verloren heb: enkele minuten voor me zit een groepje met een man of 10 waar ik bij had moeten zitten. In plaats van te kunnen demareren op het stuk omhoog voor de finish en 10 plaatsen hoger te eindigen, eindig ik nu op achterstand. Ik ben verslagen door de double-digit helling. Toch leg ik de Giau af in 49'5", veel sneller dan de drie keer dat ik verkend heb de afgelopen 2 jaar. Het gemiddelde van 12,1km/u zegt alles.

Passo Falzarego (2117m) / Valparola (2200m) - La Villa, 97.1 - 133.0km

Falzarego (30K) FalzaregoValparola-goed (12K)
De afdaling van de Giau heeft alles wat een afdaling kan hebben: lange rechte stukken, enkele-, dubbele-, zelfs drie dubbele haarspelden, blinde bochten, grind en aan het eind een fijne helling op de koop toe. De afdaling loopt lekker, maar het peletonnetje komt niet in zicht. Ik kan me niet indenken dat ze veel harder hebben afgedaald. De helling aan het eind doet pijn. Ik begin op het grote blad maar moet snel terug, terwijl ik tijdens de verkenning het hele stuk door kon rammen. Nee, de krachten zijn op. Ik hoop nog op een opleving voor de laatste beklimming, maar vrees het ergste.
De Falzarego die overgaat in de Valparola (een soort Croix de Fer/Glandon) is geen steile klim, maar omdat er een lang recht stuk in zit is ie gewoon lang. De top van de Valparola ligt op 2200m, een klim van 11,5km, 5,8%, 465hm. Vooral het laatste stuk, van de top van de Falzarego (2117m) naar de Valparola is met 8% steil, zeker gezien de hoogte en de 10,5km die je dan al achter de kiezen hebt. Ik krijg een Italiaan in m'n nek die weigert over te nemen. Ik schakel 39x21 maar het is te zwaar, terwijl ik tijdens de verkenning de 19 gebruikte. Verdomme, het lichtje gaat uit en de pas is nog 11,5 kilometer ver! Ik schakel toch 21 als de bochten het toelaten en probeer met de 24 op adem te komen. Achter me zit de Italiaan werkelijk aan een stuk door te schakelen. Hoeveel versnellingen heeft hij wel niet? Zo weerhoud je jezelf er toch ervan om in een ritme te komen? Ik kijk achterom en een rood wedstrijdnummer 8 grijnst me tegemoet. Gianni Rosso, al een wat oudere man, wil niet overnemen, weet niet meer hoe hij moet schakelen, maar heeft wel een heel erg laag startnummer. Ik wind me er enorm over op, en probeer hem met kleine versnellingen te lossen: aanzetten op de 21 wil nog wel maar het vasthouden lukt niet meer. Op het rechte stuk dwing ik hem de kop op, maar het tempo daalt al na één trap en hij kijkt ver achterom om te zien of er niemand aan komt. Gianni, we zijn gelost uit een pelotonnetje, er is niemand meer achter ons.
"Neem nou es over man! Ontzettende Italiaan. Het is toch niet te geloven.". Met veel gebaren en gewoon in het Nederlands probeer ik hem ongenuanceerd de les te lezen. Hij geeft geen kick. 'Jij gaat met geen mogelijkheid voor me eindigen', beslis ik. In de laatste bochtensectie komt er toch een achterblijver voorbij. Ik zie mezelf niet in staat zijn wiel te pakken. Het zou betekenen dat ik een tandje zwaarder moet trappen en dat kan ik niet meer. Ik verwacht dat de Gianni meespringt maar ook hij blijft zitten. Na de winderige bocht vlak onder te top van de Falzarego zet ik aan, en hoop dat ik de 1200m van de Valparola nog haal. Gianni kan nu niet volgen en ik ram de Valparola op. Vanaf de andere kant komen de renners die de 106km afleggen en daar is de snelheid helemaal uit. Als mieren waggelen we de laatste serieuze hoogtemeters op. De vergezichten zijn hier adembenemend maar kan me niet herinneren er ook maar een seconde naar gekeken te hebben. Ik kan slechts oerkreten slaken. Ik weiger lichter te schakelen en in plaats van adem te halen kan ik alleen nog maar roepen. Elke teug adem die ik uitblaas gaat gepaard met een ongecontrolleerde 'whooeu'. Het zal voor de mensen langs de kant een leuke anekdote zijn geweest 's avonds aan tafel, maar dit was duidelijk het allerlaatste wat ik nog kon, wat betreft klimmen. Na 42'55" ben ik boven. Een gemiddelde van 16,1km/u is niet bijster snel voor een helling van 5,8%. "En nou kijken, kijken!", roep ik naar mezelf als de afdaling begint. Ik moet scherp blijven in de bochten, anders lig ik er in de laatste afdaling nog af. Het is een hele snelle afdaling en ik ben blij dat ik geen kilometerteller heb: ik was zeker gaan kijken tijdens de afdaling.
Na nog geen 300 meter komt Gianni voorbij zeilen. Hij daalt veel sneller dan ik. Blijkbaar kent hij de weg. Ik probeer hem te volgen maar hij is echt te snel. Toch dwingt hij me veel gefocuster te zijn, meer snelheid te maken dan ik in mijn eentje gedaan zou hebben. Halverwege de afdaling is er een stuk vals plat, in het tweede gedeelte zitten een aantal heuveltjes die je, mits je voldoende snelheid hebt, op de grote plaat kunt nemen. Op het laatste heuveltje heb ik hem te pakken en we dalen het laatste stuk samen, rotonden links om nemend, niet remmend. Het gaat verschrikkelijk hard, maar het kan allemaal.

La Villa (1420m) - Corvara (1520m), 133.0 - 138.0km

LaVillaCorvara (10K)
Als de laatste 4 kilometer aanbreken zit er nog een heuvel in, die ingeleid wordt door een bocht, waardoor je al je snelheid kwijt bent. Ik neem 'm zo ruim mogelijk en probeer zo lang mogelijk het grote blad erop te houden. In de verkenningen lukte dat altijd wel, maar nu moet het er halverwege af. Gianni kan niet volgen en de laatste 4 kilometer worden tijdrijd-kilometers. Ik meen me te herinneren dat 5:15 de limiet was om in het eerste vak te mogen starten, het volgende jaar. Mijn horloge staat op 5:05 dus het zou moeten lukken. Het is nog serieus heuvelachtig, maar het grote blad gaat er niet meer vanaf. Sterker nog één keer wil ik wel schakelen maar vliegt de ketting eraf. Ik krijg hem al fietsend weer op en besluit dat het dan maar op het grote blad moet. De hartslag gaat naar de 160 en de benen schreeuwen om hulp. De vlaggen van 'Ultimo cilometro' zie ik wazig en de laatste 1000m duren lang. De hele laatste kilometer is afgezet met hekken en er staat nog veel publiek. Ik heb er minder oog voor dan ik had gehoopt, ik wil alleen nog maar naar de finish en pasta eten. Leeg, leeg van energie, leeg in het hoofd, leeg van alles wat een mens een functionerend geheel maakt, passeer ik de finish. De klok staat stil op 5:12. Mijn chip wordt eraf geknipt en voor me wordt Barbara geinterviewed door de RAI. Ik kom 2 minuten tekort. Door de inzinking op de Giau moet ik 13 plaatsen prijs gegeven. Het zit me niet lekker. En 5:12: het is niet dicht in de buurt van de 5 uur, wat moet ik daar mee?
Ik krijg pas waardering voor mijn eigen prestatie als ik Jeroen van de Calseijde tegen het lijf loop. Hij eindigde één plek voor me in de Trois Ballons, en staat bij mij in mijn geheugen gegrift als het Dolomietenpakje. Zijn tijd van 5:17 zegt wel wat. Ik ben nu 5 minuten sneller, misschien alleen al door een lichter verzet te monteren en een wat betere vochthuishouding. In de zon eten we pasta en apfelstrudel. Ik ben opvallend snel weer fit. We praten alleen maar over sport en afzien en voel me gelukkig. Jezelf tot op de grond afpeigeren, ergens je fiets neerzetten, en genieten van de Dolomietenrotsen onder het genot van een pastamaaltijd, gekocht met een bonnetje dat bij je startnummer zat. Want het Dolomieten-gebergte is prachtig. Het is zo steil, zo ruw, zo puur in haar schoonheid. Het is niet iets wat je in de Alpen vindt, behalve de Casse Deserte van de Izoard misschien. En de bevolking van Alta Badia krijgt het jaar in jaar uit voor elkaar om een cyclo te organiseren met compleet afgesloten wegen, 6 permanent paraat staande ambulances, overal politie, live verslag op de RAI, 3 dagen lang allerlei randgebeuren: het lijkt allemaal vlekkeloos georganiseerd.
Wel zijn er relatief veel valpartijen gebeurt. Op het slechte asfalt van de Gardena, waar de gele en rode vlaggen gezwaaid worden zijn in ieder geval 2 over de railing van een brug een meter of 3 naar beneden gedonderd. Eén vloog onder de railing door. In de afdaling van de Santa Lucia (!) is er één uit de bocht gevlogen, waardoor er zoveel grind op de weg kwam te liggen dat er nog 2 onderuit gingen. Blijkbaar is het toch niet zo'n rare plek om onderuit te gaan. Daarnaast is er een met de helikopter naar Bolzano gevlogen.
Als ik later als 51ste op de voorlopige uitslag preik ben ik trots. Eén-en-vijftigste, dat zijn plekken die ik alleen toedichtte aan de Michiel van Lonkhuyzens van deze wereld. Michiel maakte ik mee tijdens de Marmotte van 2004. De manier waarop hij de bergen over vloog was ongekend voor mij. Hij eindigde toen als 10de. De cyclo's zijn absoluut niet met elkaar te vergelijken maar ik ervaar de Dolomieten maraton als zwaarder dan de Marmotte. Omdat de berger korter zijn wordt er harder gereden. Verder heb je meer afdalingen, en dus zitten de spieren relatief langer stil. Op den duur is dat dodelijk. Daarom is de Trois Ballons ook zo zwaar.

HF (53K)
Ik nip aan mijn koffie en heb niets meer te vertellen aan mijn reisgenoten. Ik blijk de snelste van het hotel te zijn wat op veel bewonderende blikken kan rekenen. Ik trek me terug op mijn kamer en wil even slapen. Maar het lukt van geen kant. De hele cyclo passeert de revue, iets wat me 's avonds nog eens gebeurt, waardoor ik erg slecht slaap. Waar eindigt het als ik me hier op zou toeleggen?


Uitslag (85K)

Hoewel het natuurlijk om de algemene klassement gaat, ziet de top van het klassement voor de caterogie 31-36 jaar er ook fraai uit:

UItslag-31-36 (56K)
MdD01-8.5km (31K)
8,5km: 1ste Beklimming Campolongo
MdD02-13km (37K)
13km: 1ste Afdaling Campolongo
MdD03-41km (30K)
~32km: Beklimming Sella
MdD04-42km (28K)
~33km: Beklimming Sella
MdD05-43km (35K)
~43km: Beklimming Gardena met Zortea
MdD06-46km (24K)
46km: Afdaling Gardena
MdD06-47km (24K)
47km: Afdaling Gardena
MdD07-48km (43K)
~47km: Afdaling Gardena
MdD08-57km (33K)
~48km: Afdaling Gardena
MdD09 (36K)
MdD10-62km (25K)
62km: 2de Afdaling Campolongo
MdD11-118km (27K)
118km: Beklimming Valparola
MdD12-118km (27K)
118km: Afzien op de Valparola,
MdD13-120km (30K)
119km: Gesloopt op de Valparola (naast me een deelnemer van de 106km cyclo).