Als motoren over de snelweg
Een verslag van de ProTour Ploegentijdrit Eindhoven, 49,3km, 24 juni 2007, Eindhoven

24-7-2007
Ik luid mijn vakantie met een onvergetelijke ervaring door met 7 tempobeulen uit en hoge Noorden mee te doen aan de ploegentijdrit Challenge in Eindhoven. Geen wedstrijd maar wel zo hard mogelijk over het officiële parkoers waar in de middag de profs hun Pro-Tour punten bij elkaar proberen te schrapen. De tijdritvorm is goed, getuige een 3de plek in Oudemirdum afgelopen vrijdag, met een gemiddelde van bijna 45,9. Zaterdagmiddag scheur ik naar Eindhoven, met alle bepakking voor 3 weken vakantie, want ik ga direct door naar Italie. In Eindhoven tref ik Leon, Marco en Arjen Bos, Thomas Wobma, Hendrik Falkena en zijn vader en Jildert. Samen vormen we het team de Noordelingen, zes Friezen en 2 Grunnigers, waarvan één import. Na een maaltijd bij de Indier inclusief een enorme wachtijd is het snel naar bed. Om 9:00 is de start en we hebben toch een uurtje nodig om warm te draaien. Na een karig ontbijt, hotels in Nederlands kunnen blijkbaar geen ontbijt klaar hebben om 7:30 - we mochten al van geluk spreken dat er iets van brood en jam was - stappen we op de tacx en draaien ons warm. Het is gelukkig droog en we kunnen op de parkeerplaats van het hotel infietsen. Ik voel me goed en wil er een leuke rit van maken. Ik ben afgestapt van mezelf druk maken over de uitslag. Sinds het DK in Veendam heb ik geleerd dat dat niet mijn manier is. Ik wil gewoon plezier hebben en als dat betekent mezelf het snot voor de ogen trappen dan is dat prima. Met teveel druk lijken mijn spieren te blokkeren en presteer ik niets. Om 9:00 rijden we naar de start. Ik voeld iets van wedstrijdspanning, maar voel me ongewoon relaxed. Ik heb vooral oog voor het feit dat ik op een tijdritmonster door de straten van Eindhoven kachel. Het voelt speciaal en ben me ervan bewust dat ik wel eens de enige keer kan zijn.
Marco en Arjan hebben voor iedereen tijdritpakken van hun sponsor weten te bemachtigen en het staat zeer professioneel. In een colonne van 8 sluipen we naar de start, waar we rond 9:15 worden weggeschoten. Marco heeft wel 3 keer gezegd dat we niet te hard moeten starten. De kans dat we ons opblazen is levensgroot: we hebben een half uurtje met elkaar getraind waarmee gelijk duidelijk is hoe zeer we niet op elkaar zijn ingesteld... Valpartijen zijn zeker mogelijk: je moet dicht tegen het achterwiel van je voorganger zitten waar vertrouwen voor nodig is en dat kan er alleen maar inslijten door met elkaar te trainen.
In de stad zijn er een paar bochtencombinaties, en ik laat wat ruimte tussen mij en Marco, die voor me rijdt. Het gaat me wat hard - moet dat nu zo hard? Ik heb nog helemaal geen zin om zo hard te fietsen. Ìn de straten van Eindhoven kruipen we naar de 50km/u en mijn hartslag blijft steken op 152. Als het zo gaat is het natuurlijk wel goed vol te houden, en ik sluit aan bij het achterwiel van Marco. Ik heb geen idee waar we heen gaan: ik heb het parkoers niet bestudeerd. Ik weet alleen dat we een keer naar het Noorden moeten en terug en een keer richting Helmond en terug. Verder is het veel rechtdoor en dat is in mijn voordeel, hoe minder bochten des te beter.
Na wat draaien en keren rijden we een grote weg op, 4 baans, richting Best. Het is een vorstelijk gevoel om met een ploeg op tijdritfietsen over de autowegen te mogen scheuren. De snelheid ligt boven de 52km/u en als ik op kop kom moet ik me inhouden om niet door te trappen naar de 55. Daarmee zou de ploeg zeker uitelkaar vallen. In plaats daarvan draai ik wat langere kopbeurten. Als ik daarmee in de slot kilomterers eraf moet heb ik waarschijnlijk een grotere bijdrage geleverd door nu meer te geven en anderen langer 'rust' te gunnen. We hebben duidelijk de wind in de rug en ik zit werkelijk te genieten van het feit dat ik hier op de snelweg aan het racen ben. Zouden die profs daar wel eens over nadenken? Hoe bevoorrecht ze zijn dat de wegen telkens maar weer wordt afgezet voor hun wedstrijdjes? Dat vaak het mooiste asfalt word uitgekozen voor de tijdritten? (Een uitzondering daargelaten, zoals de proloog in Parijs in de tour centennaire van 2003, over de kasseitjes van de Champs Elysées, waar 100m voor de finish David Millars' ketting er af vloog en dat hem de gegarandeerde overwinning kostte).
Af en toe moet ik flink werken om achteraan aan te sluiten omdat Thomas Wobma doortrekt als hij overneemt. Ik leg de blaam bij mezelf neer: had ik maar minder lang op kop moeten sleuren, dan was dat aanhaken nu makkelijker geweest. Aan de andere kant is een ploeg meer gebaad bij een zo constant mogelijke snelheid. In Best komt de 180 graden eerder dan verwacht en met name Thomas schat de bocht totaal verkeerd in. Het loopt allemaal goed af, en we keren terug richting Eindhoven. We hebben nu wind tegen, maar de snelheid blijft rond de 48km/u schommelen. De hartslag ligt rond de 173, niet extreem hoog, maar wel an-aeroob genoeg om te merken dat het pijn doet. Toch blijf ik lange kopbeurten draaien, omdat ik het idee heb dat ik frisser ben dan anderen. Jildert maakt af en toe een slingerbeweging die door Marco gecorrigeerd moet worden waardoor ik ook moet uitwijken. Zo slingert een kleine stuurfout als een vlinder-golf door het team. Af en toe scheldt Marco de persoon op kop de huid vol omdat we te veel aan de rand van de weg fietsen. Met name als de persoon van kop komt is er dan weinig manoevreerruimte om af te zakken en wordt het allemaal wat pennibel. Zeker nu we een weg van 15 meter voor ons alleen hebben is het wel interessant dat je toch voor het kantje kiest. Alsof je daarmee meer zekerheid creëert dat iedereen uit de wind kan zitten. Af en toe zit er een sleuf in de weg, parallel aan de rijrichting. Je moet kiezen of je er links of rechts van gaat rijden. Als je teveel naar rechts rijdt, rijdt je in de wind. Als je teveel naar links rijdt, heb je kans het wiel van je voorganger te raken. Erop rijden is frusterend en met een hart dat om hulp begint te schreeuwen is dat niet bevoordelijk voor de prestatie. Misschien ga ik daarom wel tegen de kant rijden: dan is er een kans dat iedereen aan de linkerkant van de sleuf kan blijven.
Alle aanwijzingen van Marco zijn waarheden en doen me denken aan de NCK trainingen. De fouten die we maken hebben alles te maken met het niet met elkaar getraind te hebben. Het is mijn eerste ploegentijdrit dit jaar en zal al blij zijn als we heel over de streep komen. Eigenlijk is het van de zotte dat we na een halve keer trainen met boven de 50km/u in elkaars wiel kruipen.
Waar zijn we in godesnaam? Zijn we nou al in Best geweest, of was het eerst richting Helmond. Hebben we nu het lange stuk snelweg gehad of is dit het lange stuk. Het zijn de eerste aanwijzingen dat ik het zwaar begin te krijgen. Ik probeer kopjes te tellen en het lijkt er op dat er mensen af zijn. Ik kan de vader van Hendrik niet meer vinden en Arjen lijkt er ook af te zijn. Waar is dat dan gebeurt?
Rechts flits een geparkeerde ambulance voorbij. Iemand is kennelijk zwaar ten val gekomen, of onwel geworden. Af en toe laten we een eenzame renner staan, die ook het parkoers aflegt, maar onze snelheid ligt vele malen hoger. Het is natuurlijk voor iedereen een prachtig moment om over deze wegen te fietsen: of je nu 10 of 70 bent, 20 of 50km/u fietst.
De bebouwde kom wordt duidelijker en ik zie een bord met 10km. Over iets meer dan 10 minuten is het allemaal voorbij. Sterker nog, dat betekend nog 1 kopbeurt! Misschien 2, als de rest het niet meer trekt. Onze lijn wordt minder gestroomlijnd, er komen meer stuurfouten en op kop wordt er te hard doorgetrokken. Er vallen gaten, en heb het idee dat Jildert er ook af moet, maar zeker weten doe ik het niet: focus, stampen is nu het enige wat nog telt. Op kop versnel ik langzaam en draai nog een keer een lange kopbeurt. De weg begint er anders uit te zin. Ik heb niet meer het overzicht dat je hebt als je in een auto zit. Ik focus slechts op borden langs te weg, op indicaties die me laten zien waar ik heen moet. Is er een aanwijzing dat we links of rechts moeten? Nee? Dan moeten we rechtdoor. Het zal bij de tunnelvisie horen: je focust alleen nog op het essentiële. Hoewel hier ook enige twijfel op zijn plaats is omtrent de parkoerskennis.
Als ik afgeef, dendert Thomas erover heen, en ik heb alle moeite om aan te pikken. Ik versnel te langzaam als ik me laat afzakken en er valt een gat tussen mij en Marco. Ik ram op de pedalen en heb geen besef meer waar we heen gaan. Ik let slechts op Marco's wiel, en houd me voor dat ik moet aanhaken, aanhaken. Het lukt, en we suizen door de straten van Eindhoven. Bij het bord 1km kom ik weer op kop en geef nog een keer gas. Hoewel 'gas' in deze meer 'snelheid houden' is, want het motortje lijkt leeg. Als ik onder het finishdoek doorrol klikt de digitale klok op 1h1min. We hebben hier een gemiddelde snelheid van 48,5km/u neergezet.
We bollen uit en voel me super. We zoeven langs een waterpost, waar ik dankbaar gebruik van maak. Dan rijden we tussen de bussen van de profploegen. Links Quickstep, iets verder Unibet. Het heeft iets van 'thuiskomen': over de finish en richting de 'bus'. Thomas rust uit onder een parasol. Om hem heen worden fietsen neer gezet waar de profs van Quickstep op warm zullen rijden. Even lijkt het alsof hij deel uit maakt van het team, maar zijn P3 geeft de verrassing weg. Het is ironisch te constateren dat Marco, Thomas en ik hier gewoon rondrijden op beter materiaal dan de meeste profploegen.
"Ging wel lekker geloof ik, hè? Je reed als een tank", Arjen steekt zijn verbazing niet onder stoelen of banken.
Ik heb er een goed gevoel over en heb niet alles hoeven geven. Terwijl ik het constateer, besef ik hoe absurd het is: een uur lang 48,5km/u rijden en redelijk fris voelen...
Léon heeft er de pest in: hij moest er af en reed vanaf het begin met zijn ziel onder zijn arm. 'Ik kan er maar beter af, dan ben ik geen belasting voor de ploeg', en dat soort malende melodramitische teksten. Jammer, ik heb er niets van gemerkt, sterker nog, ik heb de hele tijd gedacht dat hij er nog bij zat, maar dat bleek dus Arjen te zijn. Ik weet niet voor wie dit een compliment is.

Ik ontbreek: ik zit al in de auto richting Italië

We lopen een rondje langs de profploegen en vergapen ons aan het spul. Frappant is dat een aantal ploegen gewoon met Zipp wielen rijdt, waar Bontrager (Discovery) of andere wielmermstickers overheen geplakt zijn. Kennelijk wil iedereen met Zipp rijden, maar zijn ze contractueel verplicht om met hun eigen wielmerk te rijden. Het lijkt erop dat CSC echt het allerbeste materiaal heeft. Astana rijdt op type fiets van vorig jaar. Léon vraagt een verzorger waarom dat is. Er komt een veelzeggend glimlachje:"Voor mij is dit een belangrijke wedstrijd, voor de renners niet." Eindhoven wordt afgedaan als een verplicht nummer. De echte top is er niet (Vinokourov, Klöden, Kasjetsjkin, Mayo, Cancelara, Di Luca, Rogers, Boonen).
De start ziet er amateuristisch uit: er is dan wel een ramp gebouwd waar de renners vanaf kunnen, om zo snel snelheid te maken, maar deze is beplakt met plastic reclame van Shimano. Het is intussen gaan regenen en het plastic is spekglad. Als de renners eroverheen rijden geeft de houtenconstructie een raar, hol geluid. Alsof het in allerijl is opgebouwd. Ik vraag me strerk af hoe lang dit ploegenspektakel hier nog is. Voor de toeschouwers is het een fantastisch spectakel. Iedereen kan zich vergapen aan mooie spullen, infietsende renners en racende formaties. Voor de liefhebber ook die over het parkoers mag razen alvorens de profs aan het werk te zien. Maar als de profs er geen zin in hebben, zal dat op een gegeven moment duidelijk worden bij het publiek.

Een subtiel detail van kracht: Hincapie heeft 55x10 laten monteren...

Al deze zware industrie in het wielrennen? Ik krijg er geen goed gevoel bij. Wat moet Arcelor Mittal in de wielrennerij? Hoe komt Vinokourov aan al deze contacten?

Het model van 2006 van BMC. Astana heeft niet de intentie om met het nieuwe model te racen.

Detail: afgestompte zadels om de zit zo ver mogelijk naar voren te krijgen.

Van Sevenant en Hushovd maken een praatje, terwijl het langzaam begint te druppen