
“leaver
dea as slaef”
26 September 1345.
De vloot van Willem
de IV was zonder problemen de Zuiderzee overgestoken. Een deel kwam aan wal in
Stavoren, de rest meerde aan in het land van de Friezen bij Laaxum. De
bedoeling was om het Sint-Odulphus klooster bij Stavoren in te nemen en te
gebruiken als vesting, om zo een ferme voet aan de grond te krijgen in het
Noorden. De Hollanders waren erg goed uitgerust tot aan zware harnassen aan
toe. Paarden daarintegen waren er niet. De laadruimte was ingenomen door
bouwmateriaal en werkvolk, dat belangrijker werd geacht. Zo kon direct een
begin gemaakt worden met de bouw. Het was een afweging geweest. Welke
tegenstand was er nu te verwachten? In Laaxum en Warns werden de huizen in
brand gestoken en het leger trok richting Stavoren, waar het zou hergroeperen
met de leger onder leiding van hertog Jan van Beaumont. Maar net buiten Warns
werden de ridders van Willem IV aangevallen door uitzinnige boeren en vissers.
Tegen zoveel woede was het moeilijk vechten voor ridders tot de kin toe bewapend
met loodzware bepansering: de bezetter werd overdonderd en teruggedreven
richting de moerassen van de Rode Klif, met zijn 10m hoogte een flinke heuvel
in het platte landschap. In de drassige klei werden de Hollanders verpletterend
verslagen. Ook Willem IV kwam om het leven. Toen het nieuw Stavoren bereikte
maakt hertog Jan van Beaumont rechtsomkeerd richting schepen, achtervolgd door
de Friezen. Slechts een handjevol keerde, geknakt, terug naar Amsterdam.


http://www.nijefurd.net/fnp/Slach%20bij%20Warns.htm
http://nl.wikipedia.org/wiki/Slag_bij_Warns
Link
naar Warns tijdrit parkoers
7 April 2007.
Even is Warns het
Monaco van Nederland. De pracht en praal die hier zijn rondjes rijdt is
verbluffend. Wielrenners op open wielen springen bijna nog meer in het oog dan
op dichte. Het is een fait à compli: je moet een volledige tijdrit-uitrusting
tot je beschikking hebben om überhaubt serieus genomen te worden. Sinds een
maand of 2 ben ik de trotse bezitter van zo’n machine, en wat voor één. Het
enige nadeel is dat ik er nog weinig op getraind heb. Omdat ik het niet aandurf
om erop naar mijn te gaan, zie ik weinig kans om er op te trainen. Ik moet het
er een keer inpassen om de zit me eigen te maken, om die spiergroepen die je in
een tijdrithouding gebruikt te ontwikkelen. Het zal gaandeweg het seizoen er
wel van komen.
Het is een mooie
dag, met de 12 graden is het zelfs goed toeven in de zon. De wind maakt het
echter een stuk kouder. Tijdens het inrijden is het bikkelen op de dijk, maar ik
kan de renners, die al bezig zijn met hun tijdrit goed volgen op trainingstempo.
Het is meer spielerei: ik zit te genieten op mijn Cervelo en ben met mijn
gedachte nauwelijks met de wedstrijd bezig. Een steigerung wind mee eindigt op
66km/u, op de 55x11. Ik geniet met volle teugen.
In het dorp komt
Steven langs denderen. Zijn voorbereiding is iets te kort, iets te stressvol. Het
ziet er wel snel uit, in ieder geval sneller dan alle eerdere renners die over
de kasseien kwamen denderen. Léon en ik schreeuwen hem na. Hij heeft er al
2,5km opzitten, over een minuut of 6 is hij alweer klaar. Ik doe nog wat
steigerungen en rijd naar de start. Voor me start Marco Bos, de tijdrijdbeul
uit Bolsward. Hij start op een zwaar verzet, maar lijkt snel op snelheid te
liggen. Ik schakel een tandje zwaarder. Ik heb geen idee of ik anders te snel
moet schakelen en zo kostbare seconden verlies. “Ik heb er wel zin in”, mompel
ik tegen Steven. Het komt er nog al onhandig uit. ‘Wat doe ik hier anders dan...’
Na de start kom
ik tergend traag op gang: ik sta veel te zwaar geschakeld en moet alle zeilen
bijzetten om op snelheid te komen. Mede door de wind in de rug zit ik toch in
een mum van tijd boven de 50 en dender richting Warns, de woedende boeren
tegemoet. In het dorp was het moeilijk om weer een ritme te vinden. Ik heb
hier wind in de rug, maar kom maar moeizaam op snelheid: gefopt door het
valsplat. Pas buiten het dorp komt de 50 weer in zicht en ram maar eens naar het
maximale. Bij 55 stokte het, mede door een stukje valsplat. Het is voldoende om
me te laten meegaan in de gedachte ‘nog iets overhouden voor later’. Later?
Welk later? Er zijn nog wel 3 hele kilometers af te leggen. Toch is het kwaad
al geschiet, de seconden tikken voorbij en draai naar rechts, om na een kleine
afdaling de wind vol tegen te hebben. Steven had het idee dat de wind het minst
aanwezig was midden op de weg. Ik kleef aan de witte onderbroken streep, dwing
me richting de 41, maar zie de hartslag langszaam oplopen. ‘Dan maar 40
vasthouden’. In de verte doemt de Rode Klif op. “Stampen, stampen, stampen! Hoe
hoog is de puist nou helemaal?” Toch zakt de snelheid richting de 35km/u en kom
buiten adem boven. Je zult hier maar met loden harnas naar boven moeten rennen.
Ik slaak
ongecontrolleerde kreten, doorspekt met angst. Ik ren met mijn loden harnas
naar boven, achtervolgt door ziedende boeren, klaar om zijn verroestte botte drietand
in mijn rug te planten. Mijn bovenarmt verzuurt door de last, maar als ik ‘m
afwerp ben ik al mijn verdediging kwijt. Op leven en dood trek ik me naar
boven, mijn longblaasjes knappen met tientallen tegelijk. Maar van een getergde
boer, die liever dood is dan slaaf, kan ik het niet winnen. Zonder wroeging
jaagt hij zijn drietand tussen mijn wervels. De zilte Zuiderzee kan ik ruiken
maar oversteken zal ik hem niet meer. Waarom kom ik hier aan mijn einde? Hier
in het sompige moeras, in deze vochtige kille lucht, terwijl in Amsterdam het
leven in volle gang is?
“Versnellen,versnellen!
Je moet versnellen. Gebruik die afdaling!” Met alle moeite trek ik me weer in
gang, tik even de 50 aan, maar sterf een langzame dood. De finish is verder dan
verwacht en staat verscholen achter de bocht, wat de moraal onbewust aantast.
In de verte staan Steven en Léon. Ze lijken wat te roepen. Een laatste
stuiptrekking doet de snelheid nog even stijgen maar dan is het over. Nog voor
de finish heb ik mijn laatste trap gedaan.

Steven op de Rode
Klif

Léon op de Rode
Klif

Dimitri op de
Rode Klif
Pas dan blijkt
hoe dicht het bijelkaar zit. Nog geen 3 seconden scheiden Thomas Wobma en mij.
Marco Bos zit een seconde achter me, terwijl Germen van der Burg me met een
seconde van de 3de plek houdt. Daarnaast zit Steven 3,5 secoden
achter me, Léon volgt op 27. Het gemiddelde zit dicht tegen de 46km/u aan.
Vierde, maar wel met een zeer goed gevoel naar huis. Goed, Steven’s voorbereiding
was niet optimaal, het is wel de eerste keer dat ik hem heb verslagen.
(Helaas zou het
bij die ene keer blijven dit jaar. De man ontwikkelde zich tot een tijdrijder
puur sang...)
|
Heren A,
neo en elite |
|
|
|
|
||
|
1 |
Thomas |
Wobma |
BOLSWARD |
H7 |
09.37.45 |
46.13 |
|
2 |
Marcel |
Koning de |
HIPPOLYTUSHOEF |
H7
|
09.39.06 |
46.01 |
|
3 |
Germ |
Burg van der |
NIJLAND |
H7 |
09.39.14 |
46.00 |
|
4 |
Dimitri |
Lafleur |
GRONINGEN |
H7 |
09.40.16 |
45.92 |
|
5 |
Marco |
Bos |
BOLSWARD |
H7 |
09.41.66 |
45.80 |
|
6 |
Steven |
Sloof |
GRONINGEN |
H7 |
09.43.62 |
45.65 |
|
7 |
Leon |
Tolboom |
GRONINGEN |
H7 |
10.07.60 |
43.84 |
|
8 |
Hendrik |
Falkena |
NIJLAND |
H7 |
10.15.93 |
43.25 |
|
9 |
Josbert |
Vries de |
GRONINGEN |
H7 |
10.18.65 |
43.06 |
|
10 |
Jelmer |
Hoekstra |
BEETSTERZWAAG |
H7 |
10.36.05 |
41.88 |

