

zeilwedstrijd over de wateren
rondom Goenga
Ze
kijkt over het uitgestrekte land. Populieren zwaaien haar met hun blaadjes
liefdevol toe. Ze vormen de verbinding tussen het eindeloze groen en de blauwe hemel
erboven, met een enkele witte streep van een op grote hoogte passerend
vliegtuig. Ze maakt zich zorgen want het heeft al een tijd niet geregend. Haar
man is in de weer met de irrigatie om het land toch van water te voorzien. Ook
hij is niet de jongste meer en ze hoopt dat ze hier kunnen blijven wonen
wanneer hij eindelijk met pensioen kan. Ze hebben het dan niet breed, maar ze
wil de ruimte voor geen goud verlaten. Het is tenslotte een paradijs, ook voor
haar kleinkinderen die met hun skelters de weg voor het huis onveilig maken.
Naast
hun huis parkeert een stationcar ietwat ongecontroleerd op het gras. De
bestuurder ramt de lantaarnpaal, maar deze blijft staan. Hij glimlacht, alsof
het hem weinig kan schelen.
“Weer
zo’n fietser. Kunnen ze niet in hun eigen dorp rondjes gaan rijden.”
“Ach, mams, over een uur zijn ze weer
vertrokken. Het is toch een spektakel voor het dorp”. Ze hoort haar dochter
wel, maar begrijpen doet ze haar niet. Sinds wanneer moet de mens zich voor
niets in het zweet werken?
“Nietsnutten
zijn het, dat rondjesdraaien leidt tot niets. Er is geen enkel dier dat zich
voor niets in het zweet werkt”, mompelt ze. “Als ze hun rotzooi maar meenemen.”
De
liefde die de autochtone Groninger of Fries voor het landschap heeft is maar
moeilijk te verenigen met de liefde van de wielrenner voor datzelfde landschap.
Toch moet de laatste groep zich heel rijk rekenen met zulk moois in de
omgeving. Omdat de jongeren wegtrekken richting bruisender oorden is het stil
op de wegen en is een wedstrijd redelijk makkelijk georganiseerd. In Friesland
heeft WV Snits het heel goed voor elkaar.
Tijdritten en criteriums zijn er volop en er zijn vrijwilligers te over om het
geheel in goede banen te leiden. Al
een uur voor aanvang van de wedstrijd zijn de wegen tijdelijk afgezet of
wordt het plaatselijke verkeer er op attent gemaakt dat er een wedstrijd aan de
gang is. Een kwartier voor het startschot worden de bochten nog eens
aangeveegd, zodat de kans op ongelukken tot een minimum gereduceerd wordt.
Werkelijk, het is een genot om in Friesland te koersen.


Ik groet Marco Bos als ik bij het clubhuis kom. Tenminste één persoon die ik ken. Het verbaasd met enigszins dat hij er is. Hij heeft gisteren toch in Luinjeberd gereden? Hij is duidelijk nog niet van de schrik bekomen dat hij op meer dan 50 seconden is gereden door Steven, die daar het parkoersrecord van Bauke Mollema verpulverde. Het clubhuis van De Lege Geaen hangt vol bekers, linten en foto’s. Van kaatsen, welteverstaan. De Lege Geaen is de plaatselijke kaatsverening. Voor een dag mogen de wielrenners gebruik maken van het clubhuis.
Friesland ademt kaatsen. Het is overal aanwezig. Voordat ik Nederland verlaat moet ik naar een kaatswedstrijd geweest zijn. Het is fascinerend hoe een deel van Nederland haar hart heeft verpand aan een sport die in het rest van Nederland bijna niet bekend is. Dat maakt Friezen een mooi volk. Net als het feit dat er op koninginnedag meer Frieze vlaggen uit gaan dan Nederlandse. En dat de Friesche whisky ‘Frisk Hynder’ uit Bolsward, bezwijkend onder haar succes, alleen nog maar in Friesland wordt verkocht.



Bij de start is het gemoedelijk. De zon is alom aanwezig, het is kortebroeken-weer en het heeft er niets van weg dat het een vemoeidende wedstrijd zal worden. Deze opvatting wordt direct de grond ingeboord, als we het dorp uit zijn. Na de eerste bocht is het weggetje zo smal dat het dringen is geblazen. Tijdens de parkoersverkenning bleek hier op driekwart een enorme scheur in de weg te zitten, en ik verwacht daarom ook valpartijen. Ik blijf aan de rechterkant, in de wind rijden: liever wat meer vermogen trappen dan met iemand die scheur in rijden. Gevolg is wel dat ik snel aan de staart van het peleton hang, ik rijd en in de wind, en ben te beleefd om renners de pas af te snijden. Ik ga uit van mijn eigen kracht, weet dat ik meer in huis heb dan de meesten hier, dus ik rijd die gaatjes wel weer dicht. Een beginnersfout die er snel uit moet. Ga nooit uit van je eigen kracht: het kost je in zo’n koers je kop. Altijd.
Na een rondje of 5 van de 30,
begin ik iets te wennen aan de hoge hartslag. Ik moet alle zeilen bij zetten na
de bochten maar ook dat begint te wennen. Op het stuk wind mee rijd ik iedereen
voorbij, om dan in het dorp en met wind tegen langzaam af te zakken richting de
staart. Het is frusterend, maar het doel blijft hetzelfde: uitrijden deze
wedstrijd. Vooraan rijdt een kopgroepje weg, vier man sterk. Ik geef ze geen
schijn van kans, maar bij elke start/finish passage blijkt hun voorsprong te
groeien. Wordt er zo goed afgestopt, en rijd ik daarom relatief makkelijk mee?
Of zijn de vier zo sterk? Ik probeer twee keer weg te komen, maar de echte overtuiging
ontbreekt. Op de kasseien in het dorp sla ik makkelijk een gaatje, maar op het
stuk windtegen weet ik me weinig raad met de vrijheid die het peleton me gunt.
Ik besluit me koest te houden en
gewoon in het peleton te verschuilen en te wennen aan al dat gedraai en gekeer,
hoewel het welgeteld één echte bocht is. In de laatste ronde probeer ik nog een
keer weg te komen op het stuk wind mee, maar het beste is er wel af. Rond de 14de
plek rol ik over de finish.
Jabik-Jan Bastiaans wordt gehuldigd
als Open Fries kampioen, Marco Bos wordt tweede. De man kan ook al een gewone wedstrijd
rijden. Florian had Jabik-Jan’s naam al laten vallen als iemand die mij wel zou
kunnen helpen met trainings-specifieke zaken. Het winnen van een wedstrijd is
dan natuurlijk de beste salestalk. Ik besluit een afspraak te maken.
De omloop van Goenga, oftewel
het Open Fries Kampioenschap, is dan eigenlijk een wedstrijdje in de middle of
nowhere, maar ik houd er een geweldig gevoel aan over. De vlakten, de kasseien,
het feit dat ik redelijk voorin gefinished ben, en de voelbare Friesche wind die
hier blaast geeft rust. Of is het mijn dalende suikerspiegel? Ik houd het op
het eerste.

Na de start, langs het Goengase
kerkje

Quasi verscholen in het peleton.
De wind komt van links...

De vier op weg naar de finish,
met Marco en Jabik in de kleuren van Gaul!