De eerste schreden
Testrit op de Cervélo P3, Aduard, Nederland, 3 Februari 2007
Zonder een toon van arrogantie te willen aanslaan, denk ik dat het weinig clubleden is ontgaan dat bij Cycletrend sinds kort de Cervélo’s als warme broodjes over de toonbank vliegen. Alsof het Noorden des lands het meest heeft geprofiteerd van het ‘zoet’ dat het kabinet onlangs heeft uitgedeeld, als we de dames en heren politici moeten geloven. En zoals het brave burgers betaamt wordt het o zo gekoesterde geld, hup, meteen met koffers tegelijk over de balk gesmeten. Direct die economie stimuleren, direct die pecunia de samenleving in! Wellicht ziet de Groninger het terug in de vorm van een opknapbeurt van de Groningse achterstandswijken.
Iedere manier om deze uitwas van het kapitalistische gedachtegoed recht te praten is hier op zijn plaats. Althans voor mij, want ik ben ook gevallen voor zo’n Cervélo. De naam Cervélo is een combinatie van het Franse cerveaux (hersens) en vélo. De fabrikant wil dus duidelijk maken dat de Cervélo tot stand gekomen is door veel onderzoek te doen naar vorm, materiaal en aerodynamica. Het avontuur begon op Bike Motion in Utrecht waar ik niet meer was weg te slaan bij de Cervélo stand. Na ontelbare bezoekjes bij Cycletrend en discussies wat er allemaal mogelijk was, kon ik eind Januari mijn Cervélo P3 afhalen. Voor de goede orde, we hebben het hier over een tijdritfiets. ‘Fiets’ is hier echter nauwelijks op zijn plaats omdat door het woordgebruik de waarde van deze bolide spontaan devalueert.
Het is werkelijk een plaatje van fiets en waarschijnlijk kun je er verschrikkelijk hard mee racen. Maar ik ben vooral bang. Bang om met dit monster verschrikkelijk hard tegen het asfalt te kwakken. Hoe heb ik het in mijn hoofd gehaald om dit aan te schaffen? Ben ik dit wel waard? Toen ik mijn fiets ging afhalen merkte ik dat ik me ongemakkelijk voelde in de winkel en niet direct oog had voor de afwerking. Voor de details als de Cycletrend stickers die juist wat onopvallend fungeerde. Voor het feit dat hier 54x11 op zit, m.a.w. je meer dan 10 meter per onwenteling kan maken. Voor het wegwerken van de bedrading van de versnellingen in de tijdritbeugels, minitieus omwikkeld zonder gebruik makend van stuurlint; priegelwerk. Tussen achterwiel en frame past net een creditcard. Remblokken speciaal voor carbonvelgen. Steven en Kao hebben hier met ziel en zaligheid aan zitten werken, en naar ik hoop ook met genoegen.
De P3 heeft 6 dagen werkeloos in mijn woonkamer gestaan. Af en toe keek ik er uit een ooghoek naar. Hij stond er toch echt. “Je zou ‘m eigenlijk even op de Taxc moeten monteren, dan kun je wennen aan de houding.” Maar een wiel met een iets afgeragde cassette monteren op een gloednieuwe ketting, nee, dat durfde ik niet aan. Die gedachte was bijvoorbaad kansloos door de stille waardigheid die de P3 uitstraalde: er wordt niet met mij gesold.
Zaterdagmorgen is het tijd voor een kleine training. Op de mountainbike, ik moet tenslotte wel het gevoel houden wil ik in Duitsland iets kunnen. Maar wederom werken de schijfremmen niet mee, en ik zie mijn training in het water vallen. Ik heb al bijna vrede met dat idee als mijn oog weer op de P3 valt. Ik kijk naar buiten, en ontwaar een waterig zonnetje. Binnen een een kwartier ben ik op weg naar Aduard. Een rondje Aduard-Fernwerd en terug lijkt me een prima eerste test. Ik heb het idee dat heel Noord-Groningen op weg naar boodschappenhemel ‘De Paddepoel’, slechts oog heeft voor mijn P3. Ik word er bijna kribbig van: “Nog nooit een fiets met een dicht achterwiel gezien?”. Die kans is redelijk aanwezig. Buiten Groningen is de weg verlaten en ik ga maar eens op de pedalen staan. De houding voelt vertrouwd en te meer omdat de hartslag nog laag is komt de adrenaline met stoten opzetten. Het enige wat ontbreekt, is een gaspedaal dat geluid kan voegen bij dit gevoel, om uiting te geven aan deze ongecontrolleede hoeveelheid adrenaline.
Geramd moet er worden! Al het vermogen de fiets in, snijd door de wind, vlieg alsof er geen rolweerstand of luchtweerstand bestaat. De enige grens is de trapfrequentie. Tot die bereikt is het onmogelijk om moe te worden.
Bij Aduard neem ik de korte, bochtige weg naar Fernwerd. Tijdens intervaltraining in de lente gaan we daar redelijk vol de bocht. Maar nu rem ik af, ver voor de bochten en verander van houding naar de normale stuurgreep. De Cervélo zwalkt even. De angst dat ik de bocht niet zou kunnen houden met super-tubes is groter dan de overtuiging dat dit pertinent niet kan. Vierkant neem ik de eerste bocht en het word me duidelijk dat dit waarschijnlijk de moeilijkste trainingsoefening wordt: de angst overkomen dat ik een schuiver maak. Toch zal dat moeten: hoe meer angst er in je rijgedrag zit, des te groter de kans dat je tegendraadse of compenserende bewegingen gaat maken en uiteindelijk grint uit je knieweefsel aan het plukken bent. Om maar de zwijgen over de schade aan je fiets. Na het vierkante bochtenwerk tracteer ik mezelf op het volle vermogen langs de kanaal terug naar Groningen. Even op snelheid komen, en doorschakelen tot de 54x11 erop ligt. In een tijdrithouding zonder van positie te wisselen de hendel overhalen om de 11 te bereiken, klak: het is een gevoel waarvan ik dacht dat het voorbehouden was aan echte gepassioneerde wielerfreaks. Maar zie hier, ik mag me bij hen scharen. Helaas ben ik nog verstoken van een kilometerteller, maar uitgaande van een trapfrequentie van 90, kom je met 54x11 op ~ 10,33 x 90 x 60 = 56km/u. Minder dan een minuut later doemt het Dokwerd-bruggetje op en moet ik in de remmen.
Mijn god, wat een geweld. Het is verbluffend wat men met speciale materialen en een rijkelijk bedeelde knapzak wetenschappelijke kennis kan maken. Ik ben een bevoorrecht mens.