Zo'n opening verlangt een vervolg van de persoon in kwestie. Ik zou willen dat ik tijd had om het hele verhaal in een vorm te gieten die literair door de beugel kan, waar de feiten goed weergegeven worden, zij het iets aangedikt om de zinnen wat voller te doen lijken.
Een forumwaardig epos gaaat dus niet lukken, maar zal even mijn ervaring kort uit de doeken doen.
Ik kom thuis van een erg lange dag 'in the swamp', zoals wij plachten te zeggen in mijn studentenhuis. Het regent. Ik heb op het forum al mijn ja-woord gegeven, dus kan eigenlijk niet meer terug. Daarnaast gaan we morgenavond 'volle bak' trainen voor de tijdrit. Naar buiten kijkend, lijkt het mij niet zo verstandig om te gaan. Ja, het was beter om de krachten te sparen. Ik kan de herinnering van afgelopen zondag met gemak boven halen toen ik het wiel van Sloofke niet kon houden. Nee, beter morgen fris zijn.
Op mijn scherm zoeft de voorspelling van buienradar voorbij. Om 19:00 komt het stipje van de stad Groningen onder de buienwolk vandaan. Shit, bij de start kan het zomaar droog zijn. Ik moet erheen.
De regen heb ik aanvaard en peddel naar de wielerbaan. Ik heb geen echt plan, beetje tempo rijden, het peleton uitelkaar rijden, een paar keer in een ontsnapping mee zitten en de sprint laten voor wat het is, zeker met dit weer. Mwoa, goed plan, daar doen we het mee. Op de wielerbaan is er een heel contigent CS'ers. Léon (enigszins een verrassing, met dit weer), Rob, Joris en Joris: mooi aantal. Om 19:00 mochten we weg, als we wilden.

Na een bocht ben ik al voor in het peleton. Ik had toch besloten dat ik dat niet meer zou doen? Even dat mannetje terug halen. Dat slaat helemaal nergens op, in je eentje na bocht 1 denken weg te springen. Na die eerste steek laat ik me zakken tot halverwege het peleton. We zijn maar met zo'n 40 man. Ook Marc de Maar. Hmm, interessant. Die liet ik de vorige te lang lopen, met als gevolg dat ik er niet meer bij kwam. Na ronde 1 trek de Maar vol door. Gaat ie nu proberen om met een clubje een uur lang uit de greep van het peleton te blijven? Als de juiste mensen mee zijn kan dat wel. Maar ik heb mijn twijfels, ze zijn met 3 weg. Maar wat de mensen vooraan het peleton ook doen, het gat wordt niet kleiner. Ik ga me ermee bemoeien. Door de regen begeeft mijn kilometerteller het, dus vanaf nu moet het op gevoel. Ik ram op de pedalen, dat gat moet snel kleiner. Als ik omkijk zit het peleton op 50 meter. Shit, ook dat nog. Doe je een beurt op kop, heb je te hard overgenomen. Het gebeurt me nog een paar keer, en de Maar et al. is pas enkele ronden later ingelopen. Ik ben onder de indruk. Vervolgens is er een spervuur van demarrages. Alle CS'ers doen hun duit in het zakje: het mooie is dat de Cs'ers die niet meer zijn, lekker afstoppen, of zich koest houden in het peleton. Teamwork ontstaat vanzelf. Het is een machtig gevoel om in een team te rijden: hé, hebben we een mannetje mee, mooi, dan ga ik effe een beschut plekje opzoeken.

Er worden weer mensen ingelopen. Het peleton is compleet als Léon en 2 anderen er vandoor gaan. Niemand volgt. Iedereen zit te slapen en het gat groeit snel. Ik zit op kop en de benen hebben geen zin om weer stil te zitten. Ik kijk om me heen, en krijg de indruk dat iedereen echt zit te slapen. Ik schakel bij, en sprint er vandoor. Ik kijk om, en enigszins volgens verwachting is er niemand die kan volgen. Ik sluit aan bij Léon. Ik heb even een binnenpretje: het plan is gelukt, en we zitten met z'n tweeen in een kopgroep van vier. Ik rust even uit en stamp dan op de pedalen. Léon volgt, de anderen twee moeten passen. Tja, nu kunnen we er net zo goed een training voor de koppeltijdrit van maken. We draaien ieder onze beurten, en blijven weg uit het peleton. Hoewel het langer leek, zullen we misschien 2 ronden 'los' gereden hebben. Voor de finish geef ik Léon een hand. Goed gedaan, bedankt voor de moeite. Het was een leuk moment, zo eentje die je alleen op TV zit.
Ik eis nu vanmezelf dat ik me koest houdt tot 5 minuten voor het einde. Het wordt toch weer een massasprint. Maar als er 10 man voorbij gekomen zijn, valt er alweer een gat. Tss, nou dat moeten we dan maar weer opvullen. Twee minuten later draai ik mijn beurt op kop. Waarom doe je dat nou? Je bent hier toch om wat intervallen te doen? De herinnering wordt vanaf hier wat wazig. Het volgende moment wat ik me kan herinneren is twee keer 4 te zien op mijn horloge. Er is nog een kwartier te koersen. Ik rijd nog een keer of twee halfslachtig mee met een kopgroepje, maar de benen hebben geen zin om daar echt op te rijden. Ik duik ergens achterin in het peleton en rust echt even uit. Vervolgens zie ik de Maar naar voren rijden. Ik spring erachteraan. Het zal me niet een tweede keer overkomen. Ik zal en moet meespringen als hij gaat. Nog geen halve ronde later komt hij op kop en zet er een tandje bij. Dat doe ik ook, en volg in het zadel. Hij gooit er nog een tandje bij, en dat doe ik ook. Hmm, dat viel best mee. In het wiel blijven zitten, dat is eigenlijk geen kunst. We passeren de finish en er gaat nog een tandje bij. Je zult zien dat ie afgeeft als we in de wind komen te zitten. Hier komt het verschil met menig ander: pas halverwege het stuk tegen de wind in, geeft hij af. Ik stamp vol door, en denk dat ik zo hard rijdt als ik kan. Helaas kan ik de lezer niet verblijden met getallen: de teller is de staat van drenkeling voorbij en heeft voorgoed de geest gegeven. Verzin een mooi getal, en wij reden het. En derde neemt over, doet 2 trappen en houdt dan in. De Maar neemt weer over. Ik moet erachteraan, maar om nog een keer zo uit te halen als net, zo kort na elkaar, dan gaat me niet lukken. Toch doe ik het, en dat is niet slim. Ik wil hier geen halfslachtig werk leveren, ook al graaf ik zo mijn eigen graf. Hartslag geeft 179. Het lichaam kan erbij komen als ik wil, maar de geest stribbelt tegen. Na weer een ronde kan ik het wiel van de derde persoon niet houden. Fijne vent, geen kopwerk doen, maar wel meezitten. Hij zal zijn deel erna wel gedaan hebben, want ze bleven weg.
Toen zat ik alleen. Niemand te bekennen. Wat nu? Uitrijden? Erbij kom ik er toch niet meer. Ik leg mezelf op om er dan maar een tijdrittraining van te maken en gewoon volle bak door te rijden, en zien waar het schip strand. Bij het stuk tegen de wind in, nadert een groepje van 6 man. Ze vliegen over me heen. Ik kan mezelf er niet toezetten om aan te pikken, het gaat te snel. Als ze zo'n 50 meter voor me rijden, lijkt het stil te vallen. Ik kijk om en zie ook geen peleton achter me. Sukkel! Dit is je kans om bij de eerste 10 te rijden! Voor het eerst je in de analen van de Groningsewielerbaan te fietsen. Ik zet aan, en dender richting het clubje van 6. Een halve ronde later sluit ik aan. We draaien een aantal goede beurten en na een paar ronden hoor ik de speaker '2 ronden' roepen. Kijk, we gaan echt voor het peleton finishen. Na nog een ronde wordt mij weer het stuk tegen de wind opgedrongen. Stelletjes mietjes, een beetje op kop rijden, maar als er echt gewerkt moet worden, geeft men niet thuis. Het kan me eigenlijk niet schelen of ik nu 3de of 9de wordt; ik wil vooral niet te boek staan als iemand die alleen kopwerk doet als zijn haar goed zit. Ik geef af, halverwege de achterkant van de wielerbaan. Iemand neemt over, vervolgens valt er een gat. Niemand komt er achteraan. Ik word woest; wat zijn dit voor laffe streken? Hier rijdt iemand gewoon gratis weg. Ik zet aan, en zie mezelf op een groot scherm in een zonnig Frankrijk naar de finish rijden. De rijder die zich allang vereenzelvigd heeft met het feit dat hij de sprint niet gaat winnen. Hem wordt de kop opedrongen 500m voor het eind, en de kijker weet al dat hij niet de sprint gaat winnen. Vlak voor de laatste bocht hoor ik versnellingen schakelen. Dat doe ik ook, maar weet dat dit een kansloos gevecht wordt. - Hoewel, ik doe het elke keer als ik vanuit mijn werk van Tynaalro naar Glimmen fiets. Na een lange sleur aan kop, schakel ik bij en win de sprint van mijn collega's. Met alle respect, toch van een ander kaliber. - De 6 denderen over me heen, en wordt kansloos 9de. Ik geef de persoon die niet doorfietste een fijne duim. Prettig samengewerkt te hebben. Ik bedaar en moet lachen over mijn eigen boosheid. In het heetst van de strijd wordt een sporter zeer egoistisch en verliest hij alle redelijkheid uit het oog. Zo gaat dat in het wielrennen, jongen! Had je maar moeten bluffen. Achteraf hoor ik dat de persoon in kwestie ploeggenoot was van de persoon die weg reed. Ik zou hetzelfde gedaan hebben.
Naderhand komt er een roes over me heen, die ik maar al te goed kan plaatsen: dit was verschrikkelijk gaaf. Goed, de 'slickness' moet zeker beter, ik zal nog moeten werken aan de 'bluffness', maar de brute kracht was maar al te duidelijk aanwezig.
Eens kijken wat morgen brengt. Sloofke zal dit geheel maar al te graag willen misbruiken voor een flinke pak rammel. 'Want Miguel volgt toch wel'. Miguel moet nu naar bed, want om 7:14 vertrekt de trein naar Assen.